Krant

In mijn studententijd, maar wellicht ook nu nog, sloten studentenverenigingen lucratieve contracten met bierproducenten. Het onderliggende idee was dat wie éénmaal aan de smaak van een bepaald biermerk gewend was ook na zijn studietijd bier van dit merk bij voorkeur zou drinken.

Ik moest hieraan denken nu ik opnieuw een abonnement heb genomen op het NRC-Handelsblad. Eind vorig jaar besloot ik na 46 jaar mijn abonnement op te zeggen. Deels uit ergernis dat her en der kranten met aantrekkelijke aanbiedingen in de vorm van proefabonnementen op de proppen komen, maar trouwe lezers keer op keer het volle pond laten betalen. Bovendien merkte ik dat ik de krant om welke reden dan ook met name op doordeweekse dagen nauwelijks las. Vanaf begin januari kocht ik wel iedere zaterdag steeds de weekendeditie. Omdat de aanbieding nu een thuisbezorgde zaterdagkrant met verder complete digitale toegang betrof voor minder dan de prijs van de weekendeditie was de keuze niet moeilijk.

Toen ik in 1968, in mijn tweede studiejaar, mij abonneerde op de NRC kon ik mij als student voor de helft van de reguliere abonnementsprijs verzekeren van de dagelijkse (avond-)krant op de deurmat. Het studentenabonnement was voor de krant wat het biercontract voor de bierfabrikant was. Overigens las ik in mijn eerste studiejaar nog de Leeuwarder Courant, die na mijn opzegging toch nog een een aantal maanden bezorgd werd. Maar in die krant stonden niet de avonturen van Heer Bommel en Tom Poes. Vanaf die tijd mocht ik me ook tot de trouwe lezertjes van die strip rekenen.

Heer Bommel en Tom Poes

Jarenlang heb ik de strip uitgeknipt, geperforeerd en bewaard in ringbanden met twee gaatjes. Nadat de verhalen ook in boeken van diverse formaten verschenen, heb ik ze ergens in de jaren ’80 van de vorige eeuw van de hand gedaan. De handelaar van het Junior Antiquariaat in Nieuw Buinen had er 100 gulden voor over.

Ook het wekelijkse scryptogram had vaak mijn aandacht. Maar oplossen in mijn eentje lukte doorgaans niet. Op zondagavond ging ik meestal eten en TV kijken bij mijn broer Wim en schoonzus Puck. Ook zij puzzelden en gezamenlijk kwamen we dan vaak een heel eind.

Op een keer hadden zij het scryptogram geheel opgelost en al een briefkaart klaarliggen om de oplossing in te sturen. Om onze kansen op een prijs te verdubbelen, leek het me wel aardig om ook een briefkaart met de oplossing in te sturen. Een week later bleek dat ik een boekenbon  had gewonnen. Maar de prijs kreeg ik nooit. In mijn ijver om alles over te schrijven had ik bij het adres wel mijn straatnaam ingevuld, maar bij het huisnummer dat van Wim en Puck. En 47a bestond niet in mijn straat…