Ongeluk bij geluk

Mei, bij uitstek een topmaand voor de vogelaar, heeft voor mij aan het eind een onaangename verrassing in petto. Maar daarover later.

Duursche Waarden

Ik heb met Esther afgesproken bij Brasserie Op Duur nabij Den Nul, een dorpje gelegen in een lus van de IJsseldijk. We overbruggen de periode tussen de koffie en de lunch met een wandeling over paden door de uiterwaarden van de IJssel.

Vanaf het speeltuintje lopen we over een pad naar een drijvende brug om via deze verbinding de overkant van het aangrenzende water te bereiken. Zo komen we in het natuurgebied Duursche Waard dat in deze tijd bruist van leven. Vanuit de begroeiing worden we door een keur aan zangvogels toegezongen. Voor ons op het pad spitst een haas de oren. Tegen de achtergrond van een strakblauwe hemel zien we nu en dan een Ooievaar overvliegen.

Genoeglijk bijpratend belanden we in het buurtschap Fortmond. Met het oog op de tijd is het verstandig niet te ver af te dwalen. Voor we echter omkeren stelt Esther voor nog een kijkje te nemen bij de uitkijktoren. Op weg ernaartoe komen we langs een oude steenfabriek.

Tussen de begroeiing restanten van de steenovens

Esther wijst me op een vogel bovenop een richel tegen de schoorsteen. De afstand is voor mij te groot om er met het blote oog een naam op te plakken. Al heb ik een vermoeden.

De foto’s die ik door maximaal in te zoomen maak bevestigen mijn hypothese: een Slechtvalk houdt vanaf een rooster de omgeving nauwlettend in de gaten.

In een beschrijving 👈 met wetenswaardigheden over de steenfabriek lees ik later dat bij een restauratie in 2006 nestgelegenheid voor Slechtvalken in de schoorsteen is gemaakt.

Als we doorlopen komen we bij de uitkijktoren. Bovenin hebben we een panoramisch uitzicht op de omgeving. Aan de overkant van de IJssel zien we Veessen met de Mölle van Bats. Deze korenmolen dankt zijn naam aan de laatste beroepsmolenaar op de molen: Bats (Lubbertus) Langevoord.

Veessen, 15 mei 2025

Ik maak met mijn smartphone nog een omgevingsfilmpje met commentaar dat hier en daar overstemd wordt door ruisende wind. Vandaar dat ik het hier vertoon met een passend muziekje. (Het kostte me wel enkele uren om uit te zoeken hoe dat te realiseren. Niettemin een leuk leerproces.)

All Along The Watchtower

We lopen terug lang dezelfde route. Ik maak nog een paar foto’s vanaf een brug over een uitloper van de Scharpezeelsbank. Na het bekijken van een plattegrond van dit gebied vermoed ik dat deze hier ook wel eens droogvalt. De geul wordt met water gevoed via een smalle verbinding met de IJssel. Bij lage waterstand, met name in de nazomer, stokt dan de aanvoer.

De licht glooiende oever biedt het vee gelegenheid af en toe verkoeling in het water te zoeken. Als we aan komen lopen zien we er nog net één van de koeien de oever opklimmen.

Terug bij de brasserie wordt ons een uitstekende lunch voorgeschoteld. Het zorgt met de entourage en het prachtige weer voor een mooi sluitstuk van onze ontmoeting. Al is die eigenlijk veel te kort – onze laatste afspraak dateert om uiteenlopende redenen van langer dan een jaar geleden – voor een uitgebreide update over ons wel en wee sindsdien.

Onderweg naar huis prijs ik me gelukkig met mijn comfortabele auto die enkele aangename uren in gezelschap van een goede vriendin op anderszins lastig bereikbare plekken mogelijk maakt. Ik kijk uit naar een herhaling.

Dwingelderveld, 17 mei

Met de auto ben ik in ruim een half uur bij natuurpoort Spier. Er is ruime parkeergelegenheid en daarnaast een handig vertrekpunt voor een fietstocht over het Dwingelderveld. Ook vandaag kies ik de route over het Commissaris Cramerpad in de richting van het vogelkijkscherm met uitzicht op het Holtveen. Misschien ligt het aan het gevorderde tijdstip, het loopt tegen het middaguur, maar naar mijn gevoel is daar nu weinig te beleven. Ik veer pas op als ik aangekomen bij de Kraloërweg in het aangrenzende bos mijn eerste Fluiter van dit jaar hoor zingen. Jammer genoeg lukt het me niet het onrustig tussen de takken heen en weer vliegende vogeltje goed in beeld te krijgen. Bij eerdere zoektochten enkele weken geleden in de Emmerdennen en de bossen bij het klooster in Ter Apel gaven Fluiters nog geen levensteken. Waarschijnlijk was het nog te vroeg in het jaar. In elk geval is dit een hoopgevend begin.

De Kraloërweg sluit bij een kleine parkeerplaats aan op het fietspad Achter ’t Zaand. Halverwege stop ik bij een gezelschap dat aan de opgestelde telescopen te zien de omgeving afspeurt naar de Roodpootvalken die hier sinds een paar dagen pleisteren. Op afstand is er inderdaad voor het geoefend oog tussen een groepje bomen op de heide van één van de vogels een glimp op te vangen.

Lang in onzekerheid wachten op een eventuele vliegshow van jagende Roodpootvalken vraagt teveel van mijn geduld. Daarom rijd ik door naar het Smitsveen. Ik loop er een rondje om de plas. Het is de plek waar zich in het broedseizoen Grauwe Klauwieren ophouden. Vandaag zie ik ze niet.

Smitsveen, Dwingelderveld, 17 mei 2025

Terug bij het fietspad rijd ik verder. Ter hoogte van de radiotelescoop sla ik linksaf.

Bij de vogelhut aan de rand van de Davidsplassen onderbreek ik andermaal mijn fietstocht. Een paar jaar geleden nestelden er Boerenzwaluwen, maar daarvan is nu geen spoor te bekennen. Wel tref ik er een meisje en een jongen die daar in afwachting van deelnemers aan een speurtocht een controlepost bemannen. Het verklaart de relatieve drukte op het pad naar de kijkhut.

Op weg naar de volgende stop, het Theehuys Anserdennen, trekt een roepende Raaf hoog in een boom mijn aandacht. Te ver weg voor een goede foto. Wel landt een Geelgors vlakbij mij op een hek om er uit volle borst zijn liedje, gekenmerkt door aanhoudend herhalen van dezelfde strofe, te zingen. Sommige muziekliefhebbers doet het denken aan de inzet van Beethovens 5e symfonie: tatatataaaa. Misschien is de componist bij zijn scheppingswerk geïnspireerd door een zingende Geelgors.

Geelgors, Dwingelderveld, 17 mei 2025

Ik heb, anders dan Beethoven op latere leeftijd, meer aan mijn oren dan aan mijn ogen om vogels op te merken. Zo krijg ik, voor ik de Anserdennen inrijd, dankzij de noten die hij tijdens zijn baltsvlucht produceert nog een Boompieper in het vizier. Luid zingend daalt hij met gespreide vleugels vanuit de hoogte als een parachutist neer op een bos afgestorven naaldhout niet ver van het fietspad.

Na de ingelaste pauze bij het theehuis volg ik het fietspad naar het Achterlandsveen. Daar heb ik weer zicht op één van de mooie vennen die het Dwingelderveld rijk is.

Achterlandsveen, Dwingelderveld, 17 mei 2025

Vanaf de schaapskooi rijd ik over het heidepad terug naar het fietsknooppunt ter hoogte van de radiotelescoop. Nu zet ik koers over het Noordenveld in de richting van mijn geparkeerde auto. Een jodelende Wielewaal en nogmaals Fluiters verleiden me opnieuw in de remmen te knijpen zodat ik stil kan staan bij hun vocale prestaties. Aangevuld met de zang van Merel, Zwartkop, Tuinfluiter, een roepende Koekoek en de piepjes van allerlei bedelende jonge meesjes een akoestisch hoogtepunt in het voorjaar.

Bij het Koelevaartsveen beloont een Fluiter eindelijk mijn vasthoudendheid. Behalve een traktatie in de vorm van een privé-concert gunt hij me ook nog een fotosessie.

Fluiter, Dwingelderveld, 17 mei 2025
Dwingelderveld, Koelevaartsveen, 17 mei 2025

Een Vink, een Witte Kwikstaart, twee Ooievaars, een Gekraagde Roodstaart en zonovergoten beelden op het laatste traject completeren een kleur- en klankrijke rondrit.

Drie op een dag

Volgens de weersverwachting van 19 mei 2025 kunnen we na het optrekken van de ochtendmist ons opnieuw verheugen op een droge zonnige dag. Een goede reden om er wederom op uit te trekken. Ik heb het oog laten vallen op het Drents-Friese Wold om van daaruit een fietstocht te maken naar het Fochteloërveen. Een reprise van de aanpak op 30 april vorig jaar, onder meer beschreven in het bericht laatkomers👈.

Ik ben vroeg uit de veren zodat ik onderweg nog een paar uur in de kijkhut van het Diependal kan vertoeven. Voor het tijdstip van vertrek moet ik met het oog op de verkeersveiligheid vanwege onzekerheid omtrent het zicht een balans zien te vinden tussen niet al te vroeg, maar ook niet te laat. Op het moment dat thuis de zon aan de winnende hand is stap ik in de auto. Aangekomen bij de observatiehut blijkt daar de mist nog overheersend. Toch verbaast het me (niet) dat zelfs op maandagochtend de parkeerplaats al weer druk bezet is.

Gezelligheid overheerst de paar uurtjes dat ik er vertoef. De stamgasten, om de trouwe bezoekers zo maar eens te omschrijven, hebben elkaar en de passanten genoeg te vertellen over eerdere belevenissen bij gebrek aan vertier buiten de hut. Alhoewel een gezin Knobbelzwanen en een passerende Kraanvogel nog wel een paar sfeervolle plaatjes opleveren.

Knobbelzwanen, Diependal, 19 mei 2025
Kraanvogel, Diependal, 19 mei 2025

Na een half uur begint de mist op te trekken en verleggen we de aandacht meer naar de omgeving.

Mij wordt verteld dat de nestingang van de IJsvogels de afgelopen week vermoedelijk door toedoen van een roofdier onklaar gemaakt is. Het broedsel is zo in ver gevorderd stadium verloren gegaan. Bijgevolg laten de IJsvogels zich hier minder vaak zien. Toch komt er tijdens mijn aanwezigheid nog eentje buurten. Behalve de Knobbelzwanen zien we meerdere koppels Grauwe Ganzen met hun kroost. Tussen de diverse soorten eenden bevindt zich nog steeds een mannetje Zomertaling. Altijd een fraaie verschijning in het voorjaar. Ook landt er een Lepelaar om bij te tanken.

Al met al voelt dit uitstapje naar het Diependal als een mooie ouverture voor wat deze dag verder brengen zal.

Aangekomen bij het bezoekerscentrum Terwisscha blijkt de Bosbrasserie nog niet geopend. Noodgedwongen stel ik een koffiepauze dan maar uit. In plaats daarvan ga ik de omgeving te voet verkennen. Het lijkt me verstandig één van de gemarkeerde wandelroutes te volgen. Ik heb een handvol keuzemogelijkheden, maar de Terwisschawandeling van 5,3 km lijkt me een prima optie. Alleen moet je dan niet een afslag over het hoofd zien.

Nadat ik via een tunneltje aan de andere kant van de N384 verzeil, bekruipt me het gevoel dat ik een routepaaltje gemist hebt. Vandaar dat ik bij verstek van de richtinggevende pijltjes via twee haakse afslagen over een rechthoekig traject terugloop naar de onderdoorgang. Daar vind ik weldra de beoogde wandelroute terug. Uiteindelijk resulteert mijn verdwalen in ruim 3 extra kilometers. Het beeldverslag hieronder geeft wat markante plekken onderweg weer.

Vooral het stuk over het Aekingerzand (Kale Duinen) spreekt tot mijn verbeelding. Van de voor dit gebied karakteristieke vogels zoals de Tapuit en de Nachtzwaluw ontbreken signalen van hun aanwezigheid.. Wel zie ik een Roodborsttapuit en hoor ik de melodieuze zang van Boomleeuweriken.

Boomleeuwerik op het Aekingerzand, 19 mei 2025

Terug bij het beginpunt is het hoog tijd voor een lunch om mij op te laden met brandstof voor de geplande middagrit. Op het terras van de Bosbrasserie hebben inmiddels meer mensen een plekje uitgezocht. Ik volg hun voorbeeld bij een tafeltje in de schaduw van een parasol.

Voor de fietstocht, mijn derde activiteit vandaag heb ik zoals eerder vermeld het Fochteloërveen als primair doel in gedachten. Ik heb geen kant en klare route uitgestippeld, maar vertrouw op de plattegronden bij de fietsknooppunten.
Als ik later het gereden traject op de Strava-app vanuit een helikopter-view gevisualiseerd zie blijkt deze een nogal grillig verloop te hebben. Ook in dit geval veroorzaakt door enkele onhandige keuzes onderweg. Ruwweg volg ik een traject door het bos naar het centrum van Appelscha. Van daaruit via het buitengebied naar Ravenswoud, vervolgens over fietspaden door het Fochteloërveen naar Veenhuizen om uiteindelijk toch weer voor een groot gedeelte langs dezelfde weg terug te rijden. Het spoor terug volgen schuurt wel met mijn voorkeur om in letterlijke zin rond te rijden, maar in dit geval zou het vanwege de totale lengte van de rit teveel van mijn uithoudingsvermogen vergen.

De mooiste plekjes leg ik weer op foto’s vast. Vanaf Ravenswoud volg ik een fietspad langs een beekje in een lommerrijke omgeving. Op het bruggetje over de Fochtelervaort blijf ik even staan.

Aangekomen bij de imposante uitkijktoren “De Zeven” fotografeer ik eerst vanaf de voet het uitzicht en na de beklimming het overzicht over een deel van het Fochteloërveen.

Fochteloërveen bij Ravenswoud, 19 mei 2025

Saillant detail: als ik vanaf de uitkijktoren terugrijd over het bospad naar de fietsroute hoor ik hoog in de bomen krassende Raven.

Ik volg het fietspad tot de toegang naar de vogelkijkhut met uitzicht op de Brunstinger Plas. Binnen nestelen ook dit jaar weer paartjes Boerenzwaluwen. Op het water is weinig te zien.

Op het fietspad door het Fochteloërveen zet ik de fiets opnieuw op de stander voor een ommetje over een wandelpad. Daar worden jaarlijks Paapjes gesignaleerd. Ik kom twee fotografen tegen die claimen dat ze er een kwartier eerder eentje op een veenhoop zagen zitten. Mijn zoektocht levert in eerst instantie “slechts” een Graspieper op.

Een jong stel met een hondje loopt vanaf het fietspad het wandelpad op. Daar zit ik nou net niet op te wachten. Ik zie wel dat de vrouw het hondje op de arm neemt en de man wat foto’s maakt. Ze hebben ook een geel badeendje bij zich dat ze hier en daar op de foto zetten. Als ik ze daarnaar vraag vertellen ze me dat ze daarmee aan geocaching doen, een soort schatzoeken op basis van gps-coördinaten. Hebben ze de locatie gevonden dan maken ze ter plaatse als bewijs een foto met het badeendje.

Nadat ze weer via het fietspad verder gaan zie ik plotseling een klein vogeltje naar een struik vliegen. Ik maak gehaast enkele niet al te beste foto’s. Als ik de foto op waarneming.nl👈 plaats wordt de vogel met 100% zekerheid geïdentificeerd als Roodborsttapuit. Wie ben ik om dat tegen te spreken? Al heb ik nog steeds mijn twijfels of dat vogeltje met zijn wenkbrauwstreep toch niet een vermomd Paapje is.

Terug bij de fiets rijd ik door tot Veenhuizen over bekend terrein. Dan probeer ik een alternatieve route terug te vinden. Het brengt me, deels over bospaden, terug bij het eerder in tegengestelde richting gereden fietspad. Ik leg me er bij neer en ben na twee uur weer vlakbij het punt waar ik op zoek naar een Paapje was. Een zingende Geelgors zit te mooi tussen de bladeren hoog in een boom aandacht te trekken om daar niet even stil bij te staan.

Tenslotte stop ik nog twee keer in de omgeving van de Lycklemavaort om een paar pootjebadende paarden en een gele bloemenzee te vereeuwigen.

Op een terrasje in Appelscha trakteer ik me zelf nog op een paar consumpties voordat ik bij de auto de fiets weer op de drager zet en naar huis rijd.

Kleine Vliegenvanger

Zelf reken ik me niet tot de subcategorie van de twitchers onder de vogelaars. Dat zijn de fanaten die bereid zijn stad en land af te reizen als ergens weer eens een zeldzame vogel wordt gesignaleerd. Maar als ik in de laatste week van mei bij herhaling meldingen zie van een Kleine Vliegenvanger in de Emmerdennen begint het ook bij mij te kriebelen. De plek waar hij pleistert is duidelijk omschreven, niet ver van de parkeerplaats langs de Boslaan. Voor boswandelingen daar is dat een uitstekend vertrekpunt.

Bijgevolg rijd ik op 30 mei aan het eind van de ochtend naar de parkeerplaats die zich gezien vanuit mijn rijrichting links van de weg bevindt. Terwijl ik uitstap sluit achter mijn auto een automobilist aan. Als hij het portier opent en bij het verlaten van de auto zijn camera met telelens pakt is het me duidelijk dat we hier met hetzelfde doel zijn gekomen.

“Zullen we samen maar op zoek gaan?” stel ik voor.

Dat lijkt hem een goed idee. Hij is vanuit Kampen hiernaartoe gereden. Ik ben bekend met de situatie hier ter plaatse. Behalve beider interesse voor vogels hebben we ook nog dezelfde voornaam. Cor checkt op zijn telefoon nog even hoe een zingende Kleine Vliegenvanger klinkt. Een handig hulpmiddel bij het vinden van een vogel met een kenmerk waarmee we niet vertrouwd zijn.

We hoeven niet lang te zoeken naar de juiste plek. Tussen al de andere zingende bosvogels voert de Kleine Vliegenvanger de boventoon. Daarmee hebben we hem echter nog niet in beeld.

Kleine Vliegenvanger met staccato zang in de Emmerdennen, 30 mei 2025

Mijn maat lukt dat na enige tijd toch en slaagt erin wat foto’s te nemen. Ondanks zijn aanwijzingen zie ik slechts de entourage. Een blik op het schermpje van zijn camera bewijst wat ik heb gemist.

Mijn focus blijft gericht op het lokaliseren van de Kleine Vliegenvanger via zijn aandacht trekkende riedeltjes. Door de voortdurende verplaatsingen maakt hij het ons niet gemakkelijk.

Inmiddels is er nog een derde vogelaar op het toneel verschenen. Gewapend met telescoop op statief is het duidelijk dat ook hij niet enkel met de zang genoegen neemt.

Ernaar gevraagd hoor ik dat hij vanuit Beetsterzwaag hiernaartoe is gereden. Onmiddellijk gaat bij mij een lichtje branden. Het is inderdaad Willem Bosma, naar eigen zeggen verslaafd aan de natuur. Ik volg al een tijdje zijn blog👈 waarop hij verslag doet van zijn natuurbelevenissen. Na een reactie op één van zijn blogberichten hebben we het afgelopen jaar al eens gecommuniceerd. Leuk om hem zo eens tegen het lijf te lopen.

Nu we gedrieën aan de slag kunnen om de Kleine Vliegenvanger te lokaliseren vergroot dat de kans. Uiteindelijk ben ik de gelukkige die het vogeltje vlakbij vrij op een tak ziet landen. Ik wenk Willem en Cor. Voordat het zangertje zich elders posteert krijgen we voldoende tijd wat plaatjes te schieten.

Kleine Vliegenvanger, Emmerdennen, 30 mei 2025

De lichtomstandigheden leiden er wel toe dat het resultaat in mijn geval van matige kwaliteit is. De vooraf ingestelde gevoeligheid van mijn camera is op raadselachtige wijze automatisch tijdelijk verhoogd. Inmiddels is mij bij navraag op een forum uitgelegd hoe dat te blokkeren. Al betwijfel ik of die kennis betere opnamen had opgeleverd.

Ondertussen komen er nog een paar “soortenjagers” opdagen. Iemand vertelt me dat het sowieso een topdag voor de liefhebbers van zeldzame vogels is. Hij was al vroeg in het Fochteloërveen voor een Roodmus die zich er in eerste instantie niet vertoont. Als hij het een uurtje later weer probeert ziet het er zwart van de vogelaars. Dergelijke toestanden worden ons hier gelukkig bespaard.

Eveneens wordt een grote groep overvliegende Vale Gieren gemeld in Drenthe. Maar om die te kunnen zien moet je een inschatting maken van de plaats waar en het tijdstip waarop ze mogelijk overvliegen. Daar hoef ik me niet om te bekommeren.

Niet veel later heb ik heel andere dingen aan mijn hoofd.

Gecrasht

Ik ga terug naar de auto met de bedoeling eerst door te rijden naar de bakker in Klazienaveen.

Om de parkeerplaats te verlaten rijd ik parallel aan de Boslaan naar de uitrit aan het andere eind. Voor verkeer uit de tegengestelde richting is het de inrit. Op de rechter weghelft waar ik naar toe moet komen aanvankelijk nog auto’s aanrijden. Via het zijraam en de buitenspiegel wacht ik tot de weg vrij is. Ik trek op en zie dan plotseling links van mij een auto op mij afkomen. In een reflex probeer ik extra gas te geven. Een verwensing die naar achteraf blijkt gelukkig niet gehonoreerd wordt, komt over mijn lippen. Een botsing is onvermijdelijk. Veel zie ik er niet van omdat de airbags aan de zijkant omlaag komen.

Mijn auto is onbestuurbaar en rijdt vervolgens in rechte lijn de andere weghelft over, door de berm naar het fietspad om in de begroeiing van de bosrand tot stilstand te komen. Wonderwel zelf ongeschonden probeer ik het linkerportier te openen, maar de begroeiing verhindert dat. Gelukkig kan ik het rechterportier zonder moeite openen.

Mijn eerste zorg buiten de auto is de toestand van de inzittenden van het andere voertuig. Alerte weggebruikers hebben inmiddels het verkeer stilgelegd en iemand heeft zich ontfermd over de onthutste bestuurster van de andere auto. Ze staan bij de zwaar beschadigde auto waarin de vrouw de enige inzittende was. Ook zij is er zonder kleerscheuren afgekomen.

Van alles schiet door mij hoofd. Hoe kon ik die auto gemist hebben? Zou mij het zicht ontnomen zijn vanwege de bomen langs de bocht in de weg niet ver van de uitrit? De bestuurster van de andere auto stelt zich de vraag of de botsing voorkomen had kunnen worden als ze naar rechts was uitgeweken. Maar ja, ook haar is het plotseling overkomen en reflexen geven niet automatisch de beste reacties.

Ik bel 112. Na mijn melding van het ongeval word ik doorverbonden met de politie. Volgens mij is de komst van een ambulance niet nodig. Omdat bij mij de airbags zijn geactiveerd is het echter een standaardprocedure een ambulance te sturen.

Ondertussen maken we wat foto’s. Ik stuur er één met een geruststellende tekst naar Jan en Nienke die toevallig beide in het buitenland zijn. Het verzenden gaat traag, vermoedelijk vanwege de foto. Aan het eind van de maand is mijn internettegoed soms op en wordt de snelheid verlaagd.

De politie is snel ter plaatse en ziet er op toe dat de weg veilig vrijgemaakt wordt. In afwachting van de komst van de bergingsdienst houdt één van de agenten ons bezig met wat administratieve zaken. Omdat we geen schadeformulieren bij de hand hebben krijgen we te horen dat met het weekend voor de deur het invullen daarvan niet op stel en sprong hoeft. In principe hebben we gerekend vanaf maandag daar drie werkdagen de tijd voor.

Een persfotograaf heeft zich ook gemeld. De agenten zijn terughoudend tegenover hem met informatie, maar willen wel kwijt dat er geen gewonden zijn.

Voor vervoer naar huis kan de bergingsdienst ook zorgen, maar dat kan nog wel even duren. Ik heb geen zin zo lang te wachten en bedenk dat ik net zo lief ga lopen. Ik heb immers mijn wandelschoenen aan. Dus haal ik maar vast belangrijke spullen uit de auto: jas, camera, verrekijker, waterbeker en een tasje. Ik denk zelfs aan de afstandsbediening van de garagedeur en de milieupas.

Het bergingsbedrijf arriveert. Ik ben benieuwd hoe de bestuurder van de takelwagen deze klus in zijn eentje gaat klaren. Het filmpje hieronder geeft opheldering.

Nadat mijn auto geborgen is geloof ik het verder wel.

Ik loop naar huis, maar niet linea recta. Het lijkt me verstandig zoveel mogelijk een groene route te kiezen. Het wordt een bijna drie uur durende catharsis van ongeveer 15 km. Al wandelend overdenk ik de gebeurtenissen. Mijn gelaten reactie erop verbaast me misschien nog het meest. Onderweg merk ik weinig van fysiek of mentaal ongemak.

Nauwelijks thuis belt Jan vanuit de Franse Ardennen waar hij met vrienden een weekendje fietst. Mijn bericht is daar net aangekomen. Het is me duidelijk. Nu ik binnen het bereik van mijn wifi ben gekomen wordt alsnog het appje met foto verzonden.

Terwijl ik mijn verhaal doe komt er een oproep van Nienke vanuit York. Zij is daar een paar dagen met Anna die pas gymnasiumexamen heeft gedaan. Dus switch ik naar een gesprek met Nienke om haar niet in onzekerheid te laten. Zij drukt mij op het hart goed op signalen te letten die mogelijk wijzen op kwalijke gevolgen naderhand. De agenten hadden mij er ook al op geattendeerd dat bij een ongeval klachten zich soms achteraf openbaren. Ik beloof in dat geval een arts te consulteren.

’s Avonds stuurt Nienke me nog een link👈 naar de 112 melding vergezeld met de vraag: wie nu wel die passagier was die volgens het bericht bij me in de auto zat.

Kennelijk zie ik dingen niet die er wel zijn (zoals de ambulance die op persfoto onder de link te zien is) en zien anderen wel personen die er niet zijn.

Patrijzen

Na een nachtje probleemloos slapen dringt het wel tot me door dat ik bij gebrek aan een auto mijn leven de komende tijd anders moet organiseren. Het lopen ging me goed af. Vandaag maar eens kijken hoe het met fietsen gesteld is. Ik moet nog steeds naar de bakker. Om de gebeurtenissen van de vorige dag van me af te zetten is dat prima te combineren.

Onderweg naar Klazienaveen zie ik bij een graanveld aan de Bladderswijk voorbij Oranjedorp een paar Patrijzen. Ze hebben meer aandacht voor elkaar dan voor de omgeving. Meestal maken Patrijzen zich uit de voeten als je te dichtbij komt. Nu kan ik behoedzaam wat dichterbij komen. Zeker een kwartier laten ze zich bewonderen. Passerend verkeer brengt ze evenmin van hun stuk. Gelukkig heb ik een camera meegenomen. Uiteindelijk gaat het vrouwtje zonder duidelijk aanwijsbare reden op de wieken, onmiddellijk achtervolgd door haar partner. Grote afstanden overbruggen hoenders vliegend nooit. Nadat ze verderop in het graan landen zijn ze uit beeld verdwenen en rijd ik weer door.

Patrijs, Oranjedorp, 31 mei 2025

Voor onderweg koop ik in Klazienaveen ook nog een broodje gezond en een vruchtendrank. Ik rijd door naar het Rundebekken bij Zwartemeer. Daarna volg ik een eindje het fietspad langs de grens waar ik op een bankje pauzeer. In het Bargerveen blijf ik later nog even kijken bij de schaapskudde die er onder toezicht van de herder en haar bordercollies in toom wordt gehouden.

Thuisgekomen zie ik 40 kilometer op de teller staan.