Dylan in concert

Een jaar geleden schreef ik lovend over A Complete Unknown👈, de biopic over het begin van de muzikale loopbaan van één van mijn muzikale helden: Bob Dylan. Hoe mooi zou het zijn hem in de nadagen van zijn carrière nog eens live te zien optreden.

Begin oktober word ik via de streamingdienst Spotify geattendeerd op een ophanden zijnd concert in het Duitse Lingen, niet ver van mijn woonplaats. Normaal besteed ik weinig aandacht aan dergelijke tips, maar ik word getriggerd door de datum, mijn verjaardag. Bij nader inzien besluit ik toch geen actie te ondernemen, ervan uitgaande dat zo’n concert in een mum van tijd uitverkocht zal zijn.

Dat argument voer ik ook aan als het een paar dagen later ter sprake komt tijdens de maaltijd die ik mijn kinderen na hun wandeling op het Dwingelderveld mag voorschotelen.

“Als je het leuk vindt dan kunnen we daar toch naartoe gaan. Ik zal thuis wel eens kijken of er nog kaarten zijn”, aldus Nienke. “Ik zie trouwens dat hij ook nog twee concerten in Amsterdam geeft, begin november.”

Ze laat er geen gras over groeien. De volgende dag weet Nienke voor het concert van 5 november twee doorverkoop tickets op aangrenzende stoelen – we willen wel naast elkaar zitten – op de kop te tikken.

Het evenement kan ik enkele dagen ervoor combineren met het bijwonen van de Wordfeud ontmoetingsdag in ‘s Hertogenbosch, gevolgd door een aantal dagen in Amsterdam om Stijn en Roos uit school op te vangen. Ondertussen ben ik dan ook nog in de gelegenheid een uitstapje naar Zaandam te maken om nieuw meubilair voor Topaas uit te zoeken. De showroom is op loopafstand van het station. Op de terugweg volg ik een route door het centrum, en fotografeer wat kleurrijke gevels. Ik lunch bij “De Koperen Bel” met uitzicht op het Czaar Peter Monument👈.

De volgende avond pak ik met Nienke de metro naar ArenaPoort. Op de Johan Cruijff Boulevard is het een drukte van belang. Niet alleen vanwege het concert van Bob Dylan.

Ajax speelt tegen Galatasaray in het kader van de Champions League. Het verklaart de aanwezigheid in de metro van opvallend in clubkleuren gehulde Turkse voetbalfans op weg naar de Johan Cruijff Arena. Maar ons doel is de concertzaal AFAS live.

Voor de ingang staat al een flinke rij bezoekers. Een jongeman met gitaar vermaakt de (voornamelijk oudere) wachtenden met liedjes uit het vroege repertoire van Bob Dylan. Wij lopen eerst tussen voetbalsupporters door naar een plek met kluisjes waar Nienke haar rugtas zolang kan opbergen.

Terug bij de rij wordt ons door stewards op het hart gedrukt goed de locatie van onze gereserveerde zitplaatsen in te prenten. Bij de kaartcontrole wordt de reden duidelijk: in de concertzaal is het gebruik van smartphones verboden. Na binnenkomst moeten ze in verzegelde zakjes worden meegenomen. Na afloop worden ze weer vrijgegeven. Desondanks zijn er nog bezoekers die moeite hebben om op tijd hun plaats in te nemen. Al begrijp ik later dat dat bij het concert van de avond ervoor nog problematischer was.

De band begint na opkomst meteen te spelen. Op de voorgrond zie ik een man met een gitaar en een hoed die grotendeels zijn gezicht bedekt. Zou het Dylan zijn? Het lijkt me niet. Vanuit onze positie valt dat moeilijk vast te stellen. Voor ons zit iemand die een toneelkijker heeft meegenomen. Halverwege het concert leent hij die ook even uit aan twee Duitse dames naast hem. Tja, wel slim, hoe vaak heb ik op mijn vogelveldtochten niet een verrekijker bij de hand? Hier zou hij zeker ook van pas zijn gekomen.

Na een intro van ruim zes minuten begint onmiskenbaar Dylan te zingen:

“Close your eyes, close the door…”

Het zijn de eerste regels van I’ll Be Your Baby Tonight, een nummer dat ik ken van de LP John Wesley Harding, de eerste plaat van Dylan die ik ooit zelf kocht.

Aan de hand van de aanloop hoorde ik dit liedje niet aankomen… Ik twijfel zelfs of het uit de mond van de gitarist met het hoofddeksel komt.

Een doosje met CD’s waarop Dylans officieel uitgebrachte LP’s in de jaren ‘60 bijeen zijn gebracht bevat ook een essay van zelfverklaarde Dylanfan Martin Bril (1959-2009) getiteld Een man uit de verte. Daarin schrijft hij:

Ik kijk naar Bob Dylan. Door een verrekijker. Het moet niet gekker worden, maar dat wordt het altijd wel. Dat is het noodlot van de vooruitgang. Het is niet mijn eigen verrekijker. Hij is van een man die naast me staat. Af en toe mag ik hem even lenen. Gelukkig. Anders had ik alleen Bob’s witte hoed gezien.

Mooie hoed overigens.

”Een joodse hoed,” zegt mijn buurman.

En ja, dat is het.

Ik denk dat we zo’n dertig meter van het podium af staan. Afstanden zijn moeilijk te schatten in de enorme, betonnen doos die de Heineken Music Hall is. Voor ons bevindt zich een zee van mensen. En dan is er het hoge podium. Zonder verrekijker is de band wel te zien, en Dylan ook, maar van zijn gezicht krijg je niets mee. Dat komt ook door die hoed natuurlijk, en door de belichting die helemaal op de hoed gericht lijkt te zijn.

Ook het tweede nummer, It Ain’t Me Baby, krijgt een ellenlang gezapig intro. Aan het slot ervan is het concert inmiddels zo’n kwartier op weg en volgen een paar nummers van zijn laatste album Rough And Rowdy Ways. Dat is trouwens ook de titel van deze concert tour. In de voorbereiding heb ik op Spotify dat album een paar keer beluisterd zodat die nummers voor mij ook enigszins herkenbaar zijn.

When I Paint My Masterpiece, dat wat mij betreft al zijn definitieve versie kreeg in de fantastische uitvoering van de Band op hun vierde LP Cahoots, krijgt vergeleken met de vorige nummers een speelsere begeleiding en voorkomt in elk geval dat ik in slaap val. Daarna wordt het wat mij betreft interessanter met nummers als Black Rider, Desolation Row (waarbij eindelijk de mondharmonica een rol krijgt) en Goodbye Jimmy Reed.

Maar wordt het daarmee een memorabel concert? Voor mij wel, al is het maar omdat ik getuige ben van een optreden van deze levende legende. En in 2016 ook nog eens winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur. Maar muzikaal gezien is het bepaald niet opwindend. Zoals ik, terwijl ik op Nienke wacht die haar rugzak weer ophaalt, een paar concertbezoekers na afloop hoor zeggen,: “We’ve seen the legend and that’s it.”

Maar zelfs dat kan ik niet beamen, nadat ik verneem dat de maestro gedurende het gehele concert verscholen achter de piano zat…

Oorgetuige Martijn Muijs doet zijn verhaal over het concert op de eerste avond in een interview👈 op radio 5.


Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zijn er volgens Martijn Muijs altijd wel diehard fans die erin slagen opnamen van zo’n concert te maken. Zo ook👈 op de avond dat wij er zijn. Overigens ook interessant om de reacties van luisteraars op deze registratie te lezen…

Een speellijst met studioversies van de setlist is op spotify👈 te vinden.

Al met al kan ik niet ontkennen dat ik met name de volmaakte afwezigheid van enige interactie met het publiek zeer teleurstellend vind. Een paar videoschermen met beelden van de muzikanten had dat gevoel nog enigszins kunnen verzachten.