Spoedgeval

De geïsoleerde ligging van de waddeneilanden leidt er toe dat bij calamiteiten het vervoer per schip soms ontoereikend is om adequaat hulp te bieden. Tijdens de legendarisch barre winter die rond nieuwjaarsdag 1963 inviel bevroor de Waddenzee. Kruiend ijs en sneeuwstormen vormden gedurende een langere periode een onoverkomelijk obstakel voor de veerdienst van Harlingen naar Vlieland en Terschelling. Het was mijn eerste schooljaar op de HBS. Met één van de laatste boten maakte ik na de kerstvakantie de overtocht naar Harlingen. Het zou tot eind maart duren voordat ik weer een weekend naar huis kon.

In het fotoboekje “Winter op Terschelling” waarin deze periode in beeld wordt gedocumenteerd lees ik in het voorwoord:

Dan breekt een harde tijd aan voor mens en dier. De verbinding met de wal raakt gestremd en tenslotte verbroken. De boten van de Terschellinger Stoomboot Maatschappij trachten weliswaar zolang mogelijk een bevaarbare geul te houden en er doorheen te breken, maar wanneer de Waddenzee een ondoordringbare ijskorst gaat worden, moet men buigen voor de witte overmacht. Als moeilijkheid komt daarbij dat de route-boeien uit de vaart zijn gehaald om ze voor vernietiging te behoeden. Dan komen de kleine vliegtuigen van de Luchtmacht te hulp om het eiland te voorzien van levensmiddelen, post, enz., om zowel zieke als gezonde mensen van en naar de wal te vervoeren, zolang de mist tenminste niet ook deze verbinding onmogelijk maakt. Maar de eilander redt zich wel, per slot heeft hij dat al gedaan zolang het eiland bestaat. Hij is de strijd tegen de elementen wel gewend.

Airstrip op de bevroren Noordsvaarder, 1963

Mijn oma, bijna 84 jaar, krijgt een aanval van galstenen en wordt via deze luchtbrug naar een ziekenhuis aan de wal vervoerd. Hier is duidelijk sprake van een noodgeval.

Opa Gossen en oma Maam, omstreeks 1964

Op 27 januari, tante Anna’s verjaardag, verrast mijn moeder ons met een bezoek. Niet bepaald een noodgeval, maar kennelijk was er voor haar deze keer nog plaats in een vliegtuig. Ook mijn broer Wim mocht mee, volgens eigen zeggen omdat hij anders een college zou missen….Kom daar tegenwoordig nog eens om.

Oom Sil, de oudste broer van mijn vader, krijgt in 1984 een hartaanval tijdens bezigheden in zijn tuin op Kaard en overlijdt bijna 76 jaar oud. Oom Cor, een jongere broer van mijn vader wordt twee jaar eerder tijdens een fietstocht naar de Boschplaat onwel en sterft ter plekke, 66 jaar oud. Later wijst mijn achterneef Gossen, op de bok tijdens een tocht met de huifkar, de locatie aan: het pad langs de eerste eendenkooi. In mijn verbeelding heeft deze tragische gebeurtenis zich veel verder weg afgespeeld. Een AED is in die tijd nog niet beschikbaar, anders had oom Cor op die plek, niet ver van de bewoonde wereld wellicht geholpen kunnen worden.

SAR

De tijden zijn veranderd. Zelden kijkt de Terschellinger nog op als er weer een traumahelikopter vanaf de helihaven bij Midsland opstijgt. Zeker niet in het hoogseizoen wanneer de hulpdienst soms meerdere malen per dag wordt opgeroepen. Wel kiezen ganzen massaal het luchtruim bij de nadering van een SAR-helikopter. Ik heb het, kijkend in de polder naar de talloze Rot- en Brandganzen die in het voorjaar voedselrijke graslanden afgrazen, herhaaldelijk zien gebeuren. Die wennen er kennelijk nooit aan.

Alleen als de helikopter op een ongebruikelijke plek landt zingen gauw geruchten rond over de aanleiding van een dergelijke manoeuvre. Gaat het om een eilander, een dorpsgenoot of misschien een familielid? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Tijdens de Oerolweek een jaar geleden zie ik, wandelend door de polder ten noorden van Baaiduinen, vanuit de verte de SAR-helikopter naast een bij de helihaven wachtende ambulance landen. Een patiënt wordt op een brancard de helikopter ingeschoven die kort daarna weer richting de Friese kust vliegt.

SAR-helikopter, Midsland, 15 juni 2025

Hartpatient

Minder dan een jaar later, op 2 juni 2026, ben ikzelf de patiënt die zo vanaf deze plek vervoerd wordt. Nog geen twintig minuten later landen we op het dak van het Frisius MC in Leeuwarden. Als ik aankom op de afdeling eerste harthulp zijn al eerder in de ambulance voorbereidingen getroffen voor het aanbrengen van een infuus. Er wordt een hartfilmpje gemaakt en een paar keer bloed afgenomen. Op de monitor naast mij zie ik mijn bloeddruk, hartslag en ademfrequentie gevisualiseerd.

Inmiddels zijn ook mijn kinderen binnengekomen. Nienke vanuit Groningen en Jan vanuit Amsterdam. Jan heeft een tas met wat kleren en toiletbenodigdheden bij zich. Ook niet onbelangrijk: een oplaadsnoer voor mijn mobiele telefoon.

Eerder die ochtend heeft Jan mij telefonisch terzijde gestaan tijdens mijn consult in de dokterspraktijk bij Evy Broeders, huisarts in opleiding. Op basis van mijn beschrijving van de symptomen en de omstandigheden waarbij die optreden neemt zij op haar beurt contact op met de hartspecialist in Leeuwarden. Die wil dat ik zo snel mogelijk naar Leeuwarden gebracht word. Ongetwijfeld heeft Jans aanvullende opmerking dat ik nogal eens de neiging heb mijn conditie (“built for comfort, not for speed” – dixit Howlin’ Wolf) te relativeren een rol gespeeld. Kordaat zet Evy het draaiboek voor het vervoer in werking. Tot ik ben overgedragen aan het ambulancepersoneel verliest ze me niet meer uit het oog. Het blijkt urgenter dan ik dacht. Toch schrik er niet van. Het stelt me eerder gerust dat er actie wordt ondernomen. Ik laat het maar gebeuren en geniet in zekere zin ook van het uitzicht vanuit de helikopter.

Ondertussen heb ik van een verpleegkundige te horen gekregen dat een hartkatheterisatie opheldering moet geven over de oorzaak van mijn klachten. Hoewel het een routinebehandeling betreft bestaat er altijd een minimale kans dat er onvoorzien iets mis gaat. Vandaar dat ik moet aangeven of ik in het uiterste geval gereanimeerd wil worden. Ik maak duidelijk dat ik geenszins mijn leven als een kasplantje wil afsluiten. Nee dus.

In afwachting van de hartkatheterisatie is er nog tijd een echo van het hart te maken.

“Bent u bekend met die onderzoeksmethode?”

Ik heb er even geen beeld bij. Waarop Nienke zegt:

Net als bij zwangerschappen gebruikelijk is.

Ik: “Het zal toch niet waar zijn.

Kort daarna word ik naar de behandelkamer gereden, waar de voorbereidingen voor de katheterisatie worden getroffen. Ik lig op mijn linkerzij. Vanaf mijn rechterpols wordt via de slagader de route naar het hart gevolgd. De verdoving geeft op weg naar mijn bovenarm even een vreemd prikkelende ervaring die snel wegtrekt. Gelukkig heeft men dat even daarvoor aangekondigd. Op een gigantisch beeldscherm kunnen de behandelaars hun verrichtingen volgen. Vanuit mijn positie kan ik er weinig van zien. Wel hoor ik ze allerlei getallen noemen. Ik fantaseer dat die mogelijk betrekking hebben op de maat van een stent of de druk in een ballonnetje bij het dotteren. Hopelijk hebben ze de goede maat in voorraad….

Na een uur is het klaar. Het beeldscherm wordt naar mij toegedraaid. Ik zie twee foto’s van de omgeving van mijn hart. Links de situatie voor de behandeling, rechts de nieuwe situatie. Er is een stent in de grootste kransslagader geplaatst en bij een kleinere slagader is een verstopping met een ballonnetje verwijderd. Duidelijk is te zien dat de doorbloeding weer hersteld is. Verder zijn er geen opstoppingen gevonden.

Gegeven de omstandigheden is dit het beste scenario waarop ik hoopte. De komende uren zal ik op de hartbewaking doorbrengen.

Ondertussen hebben Nienke en Jan wat naaste familie ingelicht. Marianne heeft de helikopter wel gehoord en gedacht: daar wordt weer iemand met spoed afgevoerd, natuurlijk niet beseffend dat het haar jongste broer betrof. Wim, al jarenlang rondlopend met een pacemaker, is ook geschrokken.

Mijn spullen hebben de kinderen al naar de kamer waar ik naartoe ben gereden gebracht. Nu ik er weer ben komen ze ook terug zodat ik mijn verhaal kwijt kan. Afhankelijk van hoe de komende nacht verloopt hoor ik morgen van de cardioloog wat het vervolgtraject inhoudt. Nienke zal dan omstreeks 10 uur terugkomen. Jan wacht in Amsterdam het verloop af.

Bij mij wordt nog enkele keren bloed afgenomen. Een belangrijke indicator voor de toestand van het hart is de waarde van het eiwit troponine in het bloed. Een verhoging daarvan vlak na een ingreep is niet ongebruikelijk. Pas als die duidelijk afneemt is ontslag uit het ziekenhuis een reële optie.

Na een nacht waarin ik tot mijn opluchting losgekoppeld ben van de vaste apparatuur en dankzij een mobiel kastje meer bewegingsvrijheid heb gekregen voel ik me ’s ochtends al een stuk beter.

Halverwege de ochtend verschijnt mevrouw de Jonge, de cardioloog, aan mijn bed. Terwijl ze uitleg geeft arriveert Nienke eveneens. De hartspecialist bevestigt nog eens dat er met succes een stent in de grootste kransslagader is geplaatst en uit een kleinere slagader een verstopping is verwijderd. Bovendien heeft het hart geen schade opgelopen zodat niets mijn ontslag in de weg staat. Ze zal de gegevens doorsturen naar mijn huisarts en het ziekenhuis in Emmen.

Terwijl ik me omkleed, mijn spullen bij elkaar zoek en de lunch nog meepik haalt Nienke in de ziekenhuisapotheek de medicijnen en bijbehorende documentatie op. Ook regelt ze bij de ziekenhuisbalie een taxi naar Emmen.

Tegen tweeën ben ik weer thuis in Emmen, een kwartier eerder dan Jan die vanuit Amsterdam rechtstreeks naar Emmen is gereden.

Logistiek

Mijn overhaast vertrek uit Topaas heeft ook een aantal praktische problemen met zich meegebracht. Oorspronkelijk was het helemaal niet mijn bedoeling om de weken na Pinksteren op Terschelling door te brengen. De gasten die deze periode gereserveerd hadden moesten echter in verband met ziekte op het laatste moment hun vakantie annuleren. Omdat ik met de schilder in januari onderhoud aan de buitenkant later in het jaar heb afgesproken zou dat nu wat mij betreft een goed moment zijn. Gelukkig lukt het hem het schilderwerk op zo’n korte termijn in te plannen.

Op weg naar de dokter laat ik de schuur open, maar sluit ik Topaas af. De schilder is er dan vanwege enige vertraging door regenbuien nog niet om het werk dat in een ver gevorderd stadium is af te maken. Zo ontstaat de situatie dat ik in Leeuwarden aankom met mijn autosleutel en de sleutel van Topaas in mijn broekzak, terwijl mijn auto op de parkeerplaats bij de dokterspraktijk staat en mijn huissleutel in Topaas ligt.

Nienke heeft evenwel al contact opgenomen met mijn achternicht Annet die voor het beheer van Topaas zorgt. Ze spreekt af mijn sleutels meteen per aangetekende post naar haar toe te sturen. Annet kan alvast met de reservesleutel zorgen dat de schilder zijn werk kan afmaken. Daarnaast brengt ze mijn spullen naar Marianne zodat Topaas in elk geval weer opgeruimd is als de volgende gasten komen.

Zelf bel ik de volgende ochtend voor mijn vertrek mijn buren in Emmen in de hoop dat één van hen die middag thuis is of tenminste mijn huisdeur kan openen in het geval ik eerder in Emmen ben dan Jan. Dat verloopt volgens plan. Op tafel heeft Marchien al een welkomstkaartje met een attentie neergelegd.

Jan doet voor een aantal dagen boodschappen en bereid een maaltijd, genoeg voor meerdere keren. Samen maken we een korte wandeling naar het doodlopende eind van de straat. De volgende dag doen we dat in de andere richting tot een punt waarop ik, omdat ik een beetje zweverigheid in mijn hoofd voel opkomen, het verstandig vind weer terug te lopen. Voor de komende dagen heb ik een revalidatietraject in gedachten waarbij ik telkens een grotere afstand overbrug. Daarna pak ik de fiets en als dat goed gaat stap ik in de auto achter het stuur. Ook dat verloopt volgens schema.

Ondertussen pluist Jan uit hoe we mijn auto en persoonlijke bezittingen weer in Emmen krijgen. Elk werkbaar plan staat of valt bij het tijdstip van bezorging van de aangetekende post bij Annet. In elk geval kan Jan de reservesleutel van mijn auto meenemen. De bevestiging van de bezorging blijft te lang uit om de auto via de rederij over te zetten. Daarom boek ik de auto om naar de eerste afvaart op vrijdag en gaat Jan donderdagavond met de boot naar Terschelling. Op weg naar Marianne stapt hij uit de bus in Midsland waar Herman, Annets echtgenoot, hem de inmiddels aangekomen autosleutel overhandigt. Zo kan Jan in mijn auto doorrijden naar Marianne en de volgende morgen vroeg met alle spullen terugreizen naar Emmen. Plan B heeft gewerkt. De puzzel is dankzij mijn kinderen foutloos in recordtempo gelegd.

Signalen

De bezoeksamenvatting die ik vanuit het ziekenhuis heb meegekregen vermeldt als diagnose(s): Acuut Myocardinfarct Zonder St-Elevatie👈.

In begrijpelijk Nederlands (mijn interpretatie): hartaanval zonder cruciale afwijkingen op het hartfilmpje (ECG). Met name die laatste toevoeging is belangrijk voor de conclusie dat het hart geen (aanwijsbare) schade heeft opgelopen. Wie wordt niet graag gerustgesteld?

De afgelopen weken heb ik geprobeerd mij momenten uit het afgelopen half jaar voor de geest te halen die achteraf gezien als voorbodes geïnterpreteerd kunnen worden. Al enige jaren is het winterhalfjaar niet mijn beste periode. Met name mijn longen beschouw ik als de zwakste schakel. Al zo’n jaar of dertig inhaleer ik “pufjes” met wisselende frequentie om hoestprikkels te onderdrukken. Hoesten is hinderlijk maar gaat bij mij niet gepaard met benauwdheid. De jaarlijkse griepprik en sinds de coronapandemie de daartegen ontwikkelde vaccinaties behoeden mij naar mijn idee voor ernstige malheur. Toch zie ik me genoodzaakt in november af te zien van een weekje Terschelling vanwege een paar dagen koorts. Aan het eind van die maand bezoek ik traditiegetrouw met Jan Pier de jaarlijkse SOVON-dag. Tussen de lezingen door merk ik wel dat traplopen van de ene naar de de andere zaal me meer dan normaal vermoeit. Enkele dagen later ontdek ik gordelroos op mijn linkerzij. Ik herken het omdat ik het in mijn jeugd ook heb gehad. Alleen is de uitslag nu veel heftiger. Het blijkt te worden veroorzaakt door het waterpokkenvirus dat levenslang “slapend” achterblijft in je zenuwcellen. Bij vermindering van het afweersysteem kan het weer actief worden, vooral bij ouderen. De sporen blijven nog maanden zichtbaar, al heb ik er verder niet veel last van. Toch heb ik alvast maar een afspraak voor een vaccinatie gemaakt.

Als ik begin maart in de regen terugfiets van een etentje in het centrum van Emmen voel ik heel snel mijn energie wegvloeien. Met een slakkengang en af en toe een pijnlijk gevoel in mijn borst trap ik door. Misschien is de maaltijd en bij hoge uitzondering een tweede glas wijn me niet goed bekomen. De tocht omhoog naar het viaduct over de rondweg voelt als een beklimming van de Alpe d’HuZes. Het kost me meer dan een uur om thuis te komen. Daarna kom ik weer snel tot rust.

In de daarop volgende weken onderneem ik diverse activiteiten zonder noemenswaardige problemen. (Zie mijn vorige bericht.)

Enkele dagen voor Hemelvaartsdag ga ik een paar dagen naar Amsterdam om Stijn en Roos op te vangen. Ze hebben beurtelings een schooluitje, waarbij de ander vrij van school is. Op één van de avonden stelt Jan voor na het eten een ommetje te maken. Aangezien mijn conditie niet optimaal is vraag ik hem wel het bij een klein rondje te laten. Mij schiet te binnen dat bij een vorige gelegenheid een gezamenlijke wandeling langs de Amstel voor mij in het begin ook wat problematisch was. Ook nu valt het me niet mee. Ik spreek af na het weekend naar mijn huisarts te gaan.

Op basis van mijn klachten stelt die na het luisteren naar mijn longen en het meten van de bloeddruk voor dat ik de komende dagen de frequentie van de inhalaties verdubbel en een uitgebreid bloedonderzoek onderga. Op basis van de resultaten zullen we vervolgstappen zetten.

De volgende avond kan ik al de bloeduitslagen raadplegen. Alle relevante waarden vallen binnen de toelaatbare grenzen en geven geen aanleiding tot opmerkingen. ik voel me weer wat geruster en reserveer de eerste boot op zaterdag vanuit Harlingen naar Terschelling.

Die zaterdag fiets ik 20 km probleemloos. De volgende dag is het Pinksteren. Ik sta vroeg op voor een wandeling van een kilometer of zeven, ’s middags gevolgd door een fietstocht langs het wad. Andermaal zonder problemen.

Op tweede Pinksterdag ga ik weer vroeg op pad, nu door de duinen naar Formerum. Ik kom moeilijk op gang en voel toch weer wat onrust opkomen. Ik posteer me een kwartiertje tegen een duinhelling. Daarna loop ik verder en voel me steeds beter. Ik doe leuke vogelwaarnemingen, ondermeer van Tapuiten en een paar Wulpen met kroost. Daar krijg ik energie van. Inmiddels aangekomen in het duingebied Koegelwieck besluit ik van daar via een smal steil paadje het duin over te steken naar het strand. Ik richt mijn vizier op de strandovergang naar Kaap Hoorn. Dan kan ik daar wat consumeren. Verder lopend slaat de twijfel toe. De afstand voelt veel groter dan ik gedacht had. Wat als Kaap Hoorn op maandag gesloten is, zoals ik in maart tijdig gewaar werd? Ik heb geen drinken bij me, mijn camera en verrekijker zijn me meer dan genoeg.

Gelukkig, Kaap Hoorn is vanwege Pinksteren open. Een flinke karaf water, een flesje Ginger Beer en een tosti brengen me er weer bovenop. Ik ben voldoende aangesterkt om door het Hoornse bos over de badweg naar Marianne te lopen. Zij biedt me aan met de auto naar Topaas te brengen, wat mij zeer welkom is. Anders was ik in elk geval met de bus naar Midsland gegaan.

In Topaas kruip ik meteen in bed en val als een blok in slaap. ’s Avonds ga ik met mijn auto terug naar Hoorn. In de kerk geniet ik van een concert door het Duo Puur.👈 Fluitiste Petra van den Dolder en harpiste Annegreet Rouw spelen kamermuziek van ondermeer Ibert, Tchaikovsky, Piazolla, Bach en Loveland.

Daar knap ik van op.

Dinsdag. De telefoon gaat. Een onbekend nummer. Het duurt even voor ik in de gaten heb dat mijn huisarts belt. Ze vraagt hoe het gaat. Ik vertel dat ik af en toe nog steeds last heb en vooralsnog geen verbetering bespeur. Maar ik ben wel op Terschelling. Ze suggereert dat ze eventueel contact met de apotheek/huisarts op Terschelling kan opnemen. Wellicht heb ik baat bij een prednisonkuur.

Ik zie dat niet zitten en kijk het liever nog even aan. Als het niet beter wordt neem ik wel contact op.

De schilder begint met de voorbereidingen van zijn werkzaamheden. Daarom blijf ik voorlopig in de buurt. Niettemin fiets ik ’s avonds een paar keer naar de kwelder. De combinatie hoogwater en avondlicht is ideaal om vogels te kijken. Wel maakt de noorden(tegen)wind bij de terugtocht het me weer lastig. Korte wandelingen overdag in de duinen rondom Midsland aan Zee gaan zonder problemen.

In het weekend komen Nienke en Sil logeren. Sil is jammer genoeg niet fit, daarom ga ik alleen met Nienke ’s avonds eten bij de Branding, het strandpaviljoen, 600 meter lopen vanaf Topaas. Opnieuw moet ik op de rem trappen op weg ernaartoe. Op de terugweg met gevulde maag wordt het helemaal bar. Twee keer moet ik stoppen vanwege een pijnlijke borst en bovenarmen die mij het gevoel geven of ik in elke hand met een zware koffer zeul. Op huisarts.nl ziet Nienke dat de verschijnselen één op één passen bij hartkramp en dat ze meestal verdwijnen als je tot rust komt.

Op maandag bel ik de huisartsenpraktijk in Midsland. Dinsdagochtend is er ruimte op het spreekuur. Dat lijkt me geen probleem. Wel wordt mij op het hart(!) gedrukt te bellen als het eerder niet goed gaat. Ik draai een paar wasjes, maak een rondje door de duinen en fiets ’s middags nog even naar de Jumbo voor een gemakkelijke maaltijd. Het plan om ’s avonds na het eten naar het wekelijkse concert in de kerk van Hoorn te gaan laat ik toch maar schieten. Ik voel dat het welletjes is na het inruimen van de vaatwasser en het opvouwen van de was.

Dan belt Jan. Het lijkt hem een goed idee morgen mee te luisteren als ik bij de dokter ben. Ik onderschrijf het onmiddellijk. Wat is het fijn zulke meedenkende kinderen te hebben.

Ik ga op tijd naar bed. Weliswaar heeft de schilder laten doorschemeren dat hij de volgende niet of later komt in verband met ophanden zijnde regenbuien, maar het lijkt me toch verstandig op tijd op te staan.

Na het ontbijt zet ik nog een keer de wasmachine aan, laat de schuur open, sluit het huisje af en start de auto.