Renaissance

Ziekenbezoek

Door een absurde speling van het lot maakt mijn zus (85) drie weken na mijn helikoptervlucht via dezelfde luchtbrug met spoed de overtocht naar een ziekenhuis in Friesland. Bij het plukken van bessen in de tuin verliest Marianne het evenwicht en breekt haar heup. Het duurt even voor haar hulpgeroep de aandacht van een buurman trekt, waarna er snel actie wordt ondernomen. Dezelfde middag ligt ze in Sneek op de operatietafel en krijgt ze een nieuwe heup. Drie dagen later is ze weer thuis en kan er verder gewerkt worden aan het herstel van haar mobiliteit. Dat verloopt voorspoedig. Half augustus zijn de belangrijkste hulpmiddelen (rolstoel, rollator) de deur weer uit.

Voor mij is het voorval aanleiding om haar eerst op te zoeken als ik in juli terugkeer op Terschelling. Aan de keukentafel vertelt ze me nu onder vier ogen over de toedracht van het ongeval en het verloop van haar revalidatietraject. ā€œTafeltje dekjeā€ zorgt in deze periode voor het middageten, thuiszorg assisteert ā€˜s ochtends bij het aankleden. Wat dat betreft heeft mijn hartkatheterisatie op 2 juni daarna minder ingrijpende gevolgen voor mijn doen en laten gehad.

Veel praktische steun ondervindt ze van dominee Ernst Zoomers en zijn vrouw Irma. Met hen heeft ze uit hoofde van haar rol als organist van de kerk al vele jaren intensief contact. Irma begeleidt haar buitenshuis tijdens wandelingen achter de rollator. Ernst verzorgt nu de introductie van de musici bij de wekelijkse concerten om Oost op de maandagavond. Daarnaast zorgen ze ervoor dat Marianne die als toehoorder kan bijwonen. Hierdoor heeft ze alleen het concert op de dag van haar operatie moeten missen.

Anderhalve week na ons gesprek aan de keukentafel zit ik naast Marianne in de kerk van Midsland bij het orgelconcert door Andries Bogerd. Na afloop geniet ze van de aandacht die ze van de vaste bezoekers krijgt. Ik herken het wel, hoe de betrokkenheid van mensen je goed doet als je weer opkrabbelt na een medische ingreep.

Fietsen en vogelen

Zelf werk ik eveneens verder aan het opvijzelen van mijn conditie. Door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden heb ik toch wel flink aan kracht ingeboet. Meteen na de operatie constateert Jan niettemin dat ik thuis aanzienlijk kwieker de trap oploop, maar daarmee ben ik er natuurlijk nog niet. Al voel ik me wel in zekere zin herboren.

Ik heb deze keer de fiets van thuis naar Terschelling meegenomen. Vanuit de wetenschap dat Jan zich met zijn gezin over enkele weken bij mij aansluit. Zo kunnen Jan en Nora te zelfder tijd gebruik maken van de beide fietsen in Topaas.

Gelukkig word ik bij het fietsen niet meer belemmerd door drukkende pijn op mijn borst en spierpijn in de armen. Een fietstocht van 25 kilometer op de dag na mijn aankomst, met een welkome adempauze bij Marianne, is een goede test. Al loop ik qua conditie wel tegen mijn grenzen aan.

Op zondagavond, een dag later, neem ik weer eens poolshoogte bij de kwelder van Striep. Bij aankomst scheren enkele luidruchtig krassende sterns langs mijn hoofd. Aan de toonhoogte van het geluid meen ik Grote Sterns te herkennen. Ze zijn evenwel te snel uit beeld om elke twijfel weg te nemen. Mijn verrekijker en fototoestel zitten nog in de fietstas. Een paar dagen later ben ik beter voorbereid en krijg ik een herkansing. Het is voor het eerst dat ik een Grote Stern kan fotograferen.

Grote Stern, kwelder Striep, 13 juli 2026

De gele punt aan het uiteinde van de snavel is een goed uiterlijk kenmerk.

Een jeugdige vogelaar in gezelschap van een ervaren volwassene met dezelfde liefhebberij hebben beide vanaf het talud hun telescoop gericht op overtijende steltlopers op de kwelder. Ze claimen eerder die dag een Poelruiter op de Plaat, het wad ten westen van het bedrijventerrein, te hebben gezien. De jongste heeft vage bewijsfoto’s opgestuurd naar waarneming.nl en ook een filmpje gemaakt. Nu hebben ze de hoop deze zeldzaamheid opnieuw te ontdekken tussen een groep Tureluurs in de verte. Ze lijken een kandidaat in beeld te hebben, maar de afstand is te groot om te overtuigen. Ook ik kan ze niet helpen. Mijn apparatuur is voor zulke afstanden verre van toereikend. Overigens valt uit de discussie naar aanleiding van hun melding op waarneming.nlšŸ‘ˆ op te maken dat de validator evenmin overtuigd is van hun claim. Deze specialist houdt het op een Groenpootruiter.

Een Poelruiter, hoe herken ik die? De beide vogelaars vertellen me dat de soort oogt als een klein formaat Groenpootruiter. Weer wat geleerd en om in gedachten te houden bij het kijken naar steltlopers. Enkele dagen later zie ik opmerkelijk genoeg in de pas verschenen juli-editie van het blad VogelsKijkenšŸ‘ˆ een artikel gewijd aan de Poelruiter.

Ik fiets nog een stukje naar het oosten waar een Regenwulp geconcentreerd de blik richt op het aanspoelsel. Een teken dat de eerste broedvogels van het hoge noorden alweer mondjesmaat binnendruppelen om in de Waddenzee vetreserves op te bouwen. In mijn herinnering hoorde ik voor het eerst Regenwulpen toen we zelf in Midsland aan Zee vakanties gingen doorbrengen. Een begin augustus overvliegende groep vogels kon ik dankzij hun zeventonige contactroep biep-biep-biep-biep-biep-biep-biep als Regenwulpen identificeren.

Regenwulp, wad Terschelling, 12 juli 2026

Aan zijn karakteristieke schommelende vlucht herken ik op de terugweg boven Midsland een Bruine Kiekendief. Zoeken naar een prooi in de bebouwde kom is voor deze vogel op zijn minst opmerkelijke gedrag. Uit de fotošŸ‘ˆ die ik maak terwijl het al enigszins schemert leid ik af dat het een mannetje is.

Regelmatig laten zich boven de duinen aan de overkant van de Grote Plak voor Topaas Bruine Kiekendieven zien. Overdag zijn ze vanwege de stand van de zon hoofdzakelijk in silhouet te bekijken. Het motiveert mij de volgende middag voor een wandeling door de duinen in de hoop op beter zicht. Helaas laten ze het dan afweten.

Broedzorg

In de volgende dagen wordt mijn aandacht vaak opgeƫist door een paartje Scholeksters dat naar spoedig blijkt de zorg heeft over een recent uit het ei gekropen kuiken. Vader Scholekster posteert zich met regelmaat op het dak van Turkoois, het huisje naast Topaas, om vanaf die positie het luchtruim te bewaken. Zodra hij alarmeert blijkt er steevast een Bruine Kiekendief, Zwarte Kraai of Zilvermeeuw te komen buurten. De Bonte Piet lijkt wel een scherp oog te hebben voor individuele vogels die specifiek een bedreiging vormen. Niet elke meeuw of kraai wordt verjaagd.

Mij heugen nog altijd de beelden van een ouderpaar dat een Zilvermeeuw achtervolgt waarna een soortgenoot van deze rover er met een onbewaakt jong vandoor gaat. Ik schreef er enkele jaren geledenšŸ‘ˆ een ooggetuige verslag over. Staat een dergelijke scenario me de komende weken ook te wachten?

Nabij ā€˜t Sehaal moeten twee pullen onder de hoede van hun ouders zien te overleven. Van ƩƩn van de ouders kan ik dankzij de ringen het ƩƩn en ander over de voorgeschiedenis te weten komen. Het is een zeer honkvaste Scholekster, geringd op 9 juli 2020 en inmiddels al meer dan 120 (!) keer door het jaar heen teruggemeld in de nabije omgeving.

Jammer genoeg ontbreekt bij de Scholeksters voor Topaas zo’n duidelijk kenmerk. Mochten het dezelfde vogels zijn die in de vorige jaren daar ’s zomers verbleven dan kan hun jong wellicht hoop putten uit de ervaring die de ouders in het verleden hebben opgedaan.

Na ongeveer een week is het kuiken flink gegroeid. Met de dag neemt de hoop op een goede afloop toe. Nevenstaande foto is op 20 juli genomen. Nog een week later zijn de meeste donsveren verdwenen en is het voornaamste onderscheid met de ouders het nog iets kleinere formaat. Hoewel ik het jong voor mijn vertrek nog niet heb zien vliegen, heb ik nu goede hoop dat het begin augustus vliegvlug is geworden.

De Plaat en het Lichtje

Ondertussen oefent het rijke vogelleven aan de wadkant een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Vanaf Striep maak ik bij voorkeur rond hoogwater fietstochten afwisselend oostwaarts en westwaarts.

Op 14 juli combineer ik een autorit naar het bedrijventerrein om een achtergelaten blik met verf naar de schilder terug te brengen met een wandelingetje naar “het lichtje”, de plek waar zich het kunstwerk “Beelden uit Zee”šŸ‘ˆ van de IsraĆ«lisch-Marokkaanse kunstenaar YaĆ«l Artsi bevindt. In het weekblad “de Terschellinger” wordt ze begin september herdacht naar aanleiding van haar overlijden op 27 augustus 2026.

Mij gaat het nu vooral om het uitzicht over de Plaat naar de baai van West-Terschelling. Tijdens een korte rondwandeling zie ik een schip voor anker liggen op het wad. Nadat ik de dijk ben overgestoken vormt de aanblik van een groep van ongeveer 80 rustende Lepelaars een wit lint op het groen in de polder. Kijk ik naar het westen, dan zie ik een “halve” Brandaris boven de dijk uit torenen.

De Plaat, 14 juli 2026

Avondlicht

’s Avonds ben ik rond 8 uur weer bij de Strieper Kwelder. Ik laat mijn ogen dwalen over het binnendijkse plasdrasgebied. Er foerageert een gemĆŖleerd gezelschap watervogels. Maar tegenlicht speelt me parten. In elk geval zit er een Kemphaan tussen. Een goede reden om hier later deze week wat vroeger op de dag naar toe te gaan.

Een groepje Tureluurs vliegt over naar het wad.

Tureluurs, Striep, 14 juli 2026
Kwelder Striep, 14 juli 2026

Door de kijker zie ik in de verte voor de waterlijn honderden Rosse Gutto’s sluimeren met de kop in de veren. Het is vloed, maar het heeft geen zin hoogwater af te wachten. Tegen die tijd is de zon al onder.

Daarom fiets ik door richting ā€˜t Sehaal.

Ik onderbreek de rit een paar keer. Een Rosse Grutto heeft zich van zijn soortgenoten afgescheiden en foerageert in een laagje water, evenals een Lepelaar. Een jonge Kokmeeuw koestert zich in het laatste zonlicht.

In de buurt van de Ans verblijven weer enkele Regenwulpen. Ik zie een patroon zo door de jaren heen. De kans om op deze plek onderaan de dijk Regenwulpen aan te treffen grenst kort na het broedseizoen aan zekerheid.

Aangekomen bij de dijkovergang naar de Oosterboutenweg ga ik nog een klein stukje verder. Gebiologeerd door de capriolen van een biddende Visdief probeer ik met de camera de stuntvlieger te volgen. Met wisselend succes duikt de vogel na het lokaliseren van een prooi als een ballistische raket het water in. Niet al zijn gebeden worden verhoord. Mijn pogingen zijn acties op beeld vast te leggen mislukken trouwens ook merendeels.

Verblind door de ondergaande zon rijd ik via de Oosterboutenweg door de polder terug naar de bewoonde wereld.

Kemphanen

De beide vogelaars die ik enkele dagen geleden sprak en al hun aandacht richtten op de vermeende Poelruiter hadden kort daarvoor ook Kemphanen en Kleine Strandlopers in beeld. Niet op de kwelder, maar bij het plasdrasterreintje aan de andere kant van de dijk. Die natte plek in de Strieper polder blijkt de volgende dagen nog steeds een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op enkele Kemphanen en daarmee vanzelfsprekend ook op mij.

Minder opvallend, maar zeker bijzonder zijn de twee Kleine Strandlopers die deze plek eveneens ontdekt hebben. Bij een eerdere gelegenheidšŸ‘ˆ heb ik deze mini-steltlopers, toen ook in gezelschap van Kemphanen, in een natte duinvallei ter hoogte van paal 15 gezien. Vanwege de afstand was het voor mij geen doen daar toen een behoorlijke foto van te maken. Nu zijn ze wat dichterbij.

Kleine Strandlopers, Polder Striep, 15 juli 2026

Op de foto laat vergelijking met de Steenloper op de achtergrond zien dat het formaat van deze minuscule steltlopers weinig verschilt met bijvoorbeeld dat van een mus. Ze broeden in het uiterste noorden van Finland, Rusland en West-Siberiƫ. Vandaar dat ze uitsluitend in hun trekperiode ons land aandoen. Voor mij een gelukstreffer om uitgerekend nu op de juiste plek te zijn.

Het zijn met name een stel Kemphanen waar ik de komende dagen plezier aan beleef. Vanwege hun gevarieerd verenpak zijn ze goed van elkaar te onderscheiden.

Kemphaan, Polder Striep, 15 juli 2026
Kemphanen, Polder Striep, 15 juli 2026

De volgende dag ben ik weer ter plekke. De vloed overspoelt geleidelijk de kwelder, maar heeft nog niet zijn hoogste stand bereikt.

Kwelder Striep, 16 juli 2026

Ik ga weer in de berm tussen de sloot en de weg langs de dijk zitten met uitzicht op polder. In het laagje water op het vernatte land recht voor mij zijn acht Kanoeten neergestreken. De meeste hebben nog het oranjerood op hun kop, borst en buik dat kenmerkend is voor hun broedkleed. Vergeleken met andere steltlopers hebben ze een wat plomper postuur.

Een vijftal Krombekstrandlopers wat verderop geven mij een unieke kijk op het verschil met de Kanoeten. In de eerste plaats de iets gebogen snavel, waaraan ze hun naam danken. De oranjerode delen ogen wat vlekkerig. Daarnaast zijn Krombekken wat kleiner en minder talrijk. Al is dat laatste natuurlijk geen kenmerk.

Ook de beide Kemphanen zijn weer vertegenwoordigd.

Kemphanen, Polder Striep 16 juli 2026

Weer een dag later maak ik vanaf de dijk enkele foto’s die een beeld van de omgeving geven.

Naast de Kemphanen zie ik deze keer ook een Oeverloper foerageren.

Oeverloper, polder Striep, 17 juli 2026
Kemphaan, Polder Striep, 17 juli 2026

Zwarte Zee-eend

Wat ik zo leuk aan vogels vind is dat ze soms heel voorspelbaar zijn, maar je op een ander moment kunnen verrassen. Dat is het geval met de Zwarte Zee-eend die ik, nadat ik bij Kinnum de Stortumerdijk ben overgestoken, onderaan de dijk tussen de basaltblokken in het vizier krijg. Eigenlijk kan ik mijn ogen nauwelijks geloven. Voor zover ik ze eerder heb gezien moet dat altijd laagvliegend in de verte boven de golven zijn geweest. En dan is het met mijn kennis nog altijd de vraag of het niet een andere soort is. Nu wordt deze me op een presenteerblaadje aangeboden. Niet lang overigens. Nadat ik afgestapt ben en behoedzaam dichterbij sluip kiest hij schielijk het ruime sop en zwemt weg. Maar het geeft me toch voldoende tijd voor enkele foto’s,

Bij zo’n waarneming verbleekt het tweetal Futen dat ik hemelsbreed ter hoogte van Hee aan de voet van de dijk in de Waddenzee zie zwemmen. Bij mij thuis in Emmen is dat niet bijzonder, maar op Terschelling kom ik ze, zeker in het zoute water, niet gauw tegen. Dus is hun aanwezigheid hier toch wel het vermelden waard.

Onderaan de dijk aan de andere kant is aan de verdroogde grasmat te zien dat het tekort aan neerslag deze zomer op Terschelling ook zichtbaar begint te worden.

Stortumerdijk ter hoogte van Hee, 17 juli 2026

Een korte dip

In de nacht van 18 op 19 juli gloort er in dat opzicht hoop. En depressie voert enkele plensbuien aan. In de Grote Plak voor Topaas ontstaan weer enkele poeltjes.

’s Middags is het weliswaar nog steeds een beetje herfstachtig, maar in elk geval droog. Daarom trek ik deze keer de (stoute) wandelschoenen aan. Op het strand zijn de sporen van de regen nog goed zichtbaar. Een kitesurfer trotseert in de branding de woeste golven.

Door de duinen, waar een enkele Graspieper de vogelwereld vertegenwoordigt, ga ik verder naar de beschutting van het Formerumerbos.

Graspieper, duinen Formerum, 19 juli 2026

Daar heerst, afgezien van de plekken waar de wind door de dennen ruist, een serene rust. Het laatste stuk van mijn wandeling voert me over de Landerumerheide en zorgt ervoor dat ik de magische grens van 10000 stappen slecht.

Putters

De volgende dag breekt de zon weer door en krijgt de buitenwereld opnieuw kleur. Treffend geĆÆllustreerd door een gezinnetje Putters. Door het zijraam zie ik ze foerageren op bloeiende distels. Niet voor niets worden ze ook wel distelvinken genoemd.

Putter, Midsland aan Zee, 20 juli 2026

Opnieuw fiets ik naar het plasdrasterreintje in de polder om daar voorlopig voor het laatst naar vogels te kijken. De ideale combinatie hoogwater-zonnestand is echter gezien het gevorderde tijdstip wel voorbij. Bovendien worden over enkele dagen in Nederland opnieuw tropische temperaturen verwacht. Het nu nog aanwezige water zal zienderogen verdampen, waardoor die plek de wadvogels ook weinig meer te bieden heeft.

De beide Kemphanen, een juveniele Bontbekplevier, een eenzame Kanoet en een Steenloper zijn er de laatste blikvangers.

Op het dijktalud aan de andere kant tref ik weer enkele vogelaars. Van vogels kijken komt niet veel meer. We raken in gesprek. EĆ©n van hen is Harry Horn. Ik ken zijn naam omdat ik die regelmatig tegenkom in de lijst van waarnemers die vóór mij ringen van Scholeksters die ik meld hebben afgelezen. Hij is inmiddels gepensioneerd als terreinbeheerder bij Staatsbosbeheer, maar woont al sinds 1980 op Terschelling in de voormalige dienstwoningšŸ‘ˆ en nog steeds actief in de natuur. Samen met een collega van Vlieland stond hij aan de wieg van de werkgroep LepelaaršŸ‘ˆ.

Zelf ringt Harry ook Lepelaars en is ze ook samen met Teunis Piersma meerdere keren achterna gereisd naar MauretaniĆ«šŸ‘ˆ.

Scholeksters, kwelder Striep, 20 juli 2026

Voor we er erg in hebben is het alweer anderhalf uur later en tijd om op te breken. Ik rijd nog een klein stukje verder langs de kwelder. Een twee weken daarvoor geringde Scholekster (LY-B7Y9) noteer ik in de bird-ring app. Dat doet vermoeden dat deze dit jaar uit het ei gekropen is. De vogel vertoont inderdaad de kenmerken van een pas volgroeid jong: grijsachtige poten, een fletsere snavel, bruinzwarte veren op de rug en een donker gekleurde iris. Zo leer ik weer wat. Het blijft boeien.

Juveniele Scholekster LY-B7Y9, kwelder Striep, 20 juli 2026

Vertier

De relatieve rust van mijn eerste twee vakantieweken wordt op zaterdag prettig verstoord door de komst van Jan, Nora, Stijn en Roos. Het enthousiasme waarmee de kinderen op mij af komen rennen als ze bij huisje Topaas arriveren is hartverwarmend. Ze gaan onmiddellijk op zoek naar de vertrouwde attributen die exclusief voor mijn kleinkinderen op zolder zijn opgeslagen. Ook het speelgoed uit het schuurtje wordt snel naar buiten gesleept.

Jan en Nora huren kinderfietsjes voor Stijn en Roos. Bovendien een fietsstoeltje waarop ze Roos bij langere ritten kunnen meenemen en voor beide kinderen valhelmen. Hun eigen zijn ze vergeten. Koffers pakken met een ā€œbehulpzameā€ Stijn ging niet altijd even efficiĆ«nt volgens zijn mild mopperende vader.

Er worden de komende weken flinke stappen gezet in de fietsvaardigheid. Voor Roos (nog 4) betekent dat op basisniveau het vervoermiddel onder de knie krijgen. Stijn (6) is natuurlijk al een stuk verder gevorderd en kan vooral verkeerservaring opdoen.

Het zomerweer is volop teruggekeerd. Dus ook de nabijheid van strand en zee brengt vertier. Zo krijg ik ook nog eens natte voeten en zand tussen mijn tenen. De combinatie zand en water geeft de familie veel speelplezier.

Na het weekend gaan Stijn en Roos met mij naar de speelgoedwinkel. Ik ben ze nog ā€œrapportgeldā€ schuldig. Als kind kreeg ik van mijn opa en oma ook altijd een tientje (in guldens) voor mijn rapport. Wel pas nadat opa geconstateerd had dat er geen rode cijfers tussen stonden, waarna oma in de buidel tastte om mij, vergezeld van de wijze raad ā€œniet wegbrengen hoor!ā€, het bankbiljet overhandigde.

Na rijp beraad kiest Stijn voor een bouwpakketje playmobil en Roos voor een doosje LEGO. Ik laat ze zelf afrekenen bij de kassa. Ondertussen pols ik Roos over een cadeau voor haar verjaardag later deze week. Opties genoeg, zeker vanwege de hogere wat flexibele financiƫle lat bij die gelegenheid.

De dag voor haar verjaardag ga ik met de kinderen uit eten bij snackbar de ā€œPatatelierā€. Jan en Nora hebben die avond hun inmiddels traditionele reservering bij restaurant ā€˜t Golfje. Aan het eind van de middag gaan we er met z’n drieĆ«n lopend (ik) en hollend (Stijn en Roos) door de duinen naar toe. Dus moet ik regelmatig de pas versnellen om ze niet uit het oog te verliezen.

In afwachting van de rest van de bestelling zoeken de kinderen alvast met als aperitief een slush puppy een plek aan een tafel op het terras. Als we bijna klaar met onze maaltijd zijn roepen tot hilariteit van de andere gasten Stijn en Roos luidkeels in koor ā€œpappa, mamma!ā€. Over het fietspad passeren Jan en Nora op weg naar ā€˜t Golfje.

Met hernieuwde energie aanvaarden we terugweg waarbij de duinen de kinderen een mooi speelveld bieden om de opgebouwde spanning vanwege Roos haar op handen zijnde vijfde verjaardag wat te dempen.

De dokter is tevreden

Een paar keer ging ik de afgelopen weken bij Marianne langs om me op de hoogte te stellen van het verloop van haar herstel. Ik vertelde haar hoe Anky zich tijdens haar ziekte vreselijk kon opwinden als haar moeder na weer een spannend onderzoek belde om te vragen of de dokter tevreden was. Waarom vraagt ze nooit hoe het met mij gaat?

Eind juli heeft Marianne weer een afspraak in het ziekenhuis. Tot die tijd moet zij haar nieuwe heup ontzien en vooral niet bukken. Die avond stuurt ze me een berichtje: de dokter is tevreden!

Puck krijgt eveneens een korte boodschap: boek de hotelkamer maar. Al voor de val had Puck zich met Marianne opgegeven voor een groepsreis naar Lyon. Dat plan kwam daardoor op losse schroeven te staan. Navraag bij de reisorganisatie leerde dat enigszins moeizaam ter been geen belemmering hoefde te zijn.

Zodoende kan Marianne op Roos haar verjaardag evenals Wim en Puck rond koffietijd meedelen in de feestvreugde.

Parnassia

Die middag maak ik nog een laatste fietstocht om oost. Ik herinner me dat ik vorig jaar langs het fietspad door de duinen van Formerum bloeiende Parnassia zag. Ergens moet ik toen opgevangen hebben dat het daar groeit. Het zijn maar kleine bloemetjes die je gemakkelijk over het hoofd ziet. Bovendien erg zeldzaam.

Mijn kennis van de flora is minimaal. Het is dan ook een uitkomst dat ik dankzij identificatie-apps bloeiende planten kan benoemen. Zonder bloemen vallen ze me zeker niet op. Maar het leert me ook dat de meeste namen niet beklijven. Ook hierbij zal herhaald gebruik van de app de methode zijn om nieuwe kennis te internaliseren. En passant krijg ik zo steeds meer begrip voor al die mensen bij wie het aan basale kennis over vogels ontbreekt. Je kunt je niet overal in specialiseren. Het begint natuurlijk altijd met interesse. Je hoeft maar naar een kennisquiz te kijken om te begrijpen wat ik bedoel.

Parnassia als bloeiende plant – er zijn ook vakantiewoningen en organisaties naar vernoemd – zit wel in mijn geheugen. Al had ik voor ik ze met eigen ogen zag geen idee van het formaat.

Inderdaad vind ik ze op de aangeduide plaats terug. Terugbladerend in mijn fotoarchief blijkt die eerste keer zelfs op de dag af een jaar geleden (eerste foto hieronder).

Ik rijd tot aan de Dwarsdijk en geniet daar nog een keer van het uitzicht. Droogvallend heeft het wad ook zijn charme.

Wad bij Oosterend, 31 juli 2026

Terugrijdend stop ik nog een paar keer om foeragerende Lepelaars te bekijken, een in de zon sprankelende Spreeuw te fotograferen en voor de laatste keer de locatie van een geringde Scholekster (BRY-OHGL) door te geven. Die melding blijkt de eerste. Terwijl ik dit schrijf zie ik in de BirdRing-app dat deze vogel in september nog vier keer is teruggezien. Opmerkelijk is daarbij een uitstapje op 14 september naar de Noorderhaven in Harlingen, terwijl deze Bonte Piet de dag ervoor nog bij Terschelling zat. Ik vermoed dat het hier ook om een dit jaar geringde vogel gaat, waarbij men verzuimd heeft de ringlocatie via de app door te geven.

Spreeuw, Lancasterdijk Terschelling, 31 juli 2026
Scholekster BRY-OHGL, wellicht vergezeld door een ouder, Terschelling 31 juli 2026

Nederland in beweging

Ik ben inmiddels weer terug in Emmen als Jan me een linkšŸ‘ˆ stuurt met bijgevoegd commentaar:

Goed om eens te lezen? En goed om je te realiseren dat je niet naar de sportschool hoeft voor krachttraining onder begeleiding…

Het zet me in elk geval aan het denken. Ik lijd dus aan sarcopenie (verlies van spiermassa), maar het is een troost dat ik niet de enige ben. Sterker nog iedereen heeft deze kwaal, al nemen de bijbehorende risico’s wel toe bij het ouder worden. Krachttraining blijkt een probaat middel om het proces te vertragen.

Wandelen en fietsen doe ik frequent en met veel genoegen zoals de trouwe lezers van mijn blog kunnen beamen. Maar alleen al het idee mij te moeten afbeulen in een sportschool is me een gruwel. Toch begrijp ik na het lezen van het artikel dat ik baat kan hebben bij specifiek op het versterken en soepel houden van spieren gerichte oefeningen.

Ik besluit het maar eens te proberen aan de hand van de dagelijkse TV-uitzending ā€œNederland in bewegingā€. Een nieuwe wereld gaat voor mij open met termen als zijstap-tik, hakbil en jumping jack. Het moet een koddig gezicht zijn mij te zien worstelen met deze oefeningen. Vooral het coƶrdineren van naar mijn gevoel onnatuurlijke bewegingen van armen en voeten vormt toch wel een flinke uitdaging voor iemand met een allesbehalve atletische bouw. Als ik een paar dagen later bij Nienke mijn capriolen demonstreer stuurt ze daarvan een filmpje naar Jan. Kort daarna stuurt Nora mij een hilarisch filmpje waarop Stijn en Roos hun opa’s activiteiten perfect persifleren. Zij zijn in elk geval mijn grootste fans. Nienke heeft nog wel een paar dumbbells over die ik dankbaar accepteer.

Inmiddels horen de oefeningen na het opstaan tot mijn dagelijkse rituelen en voel ik me er wel bij.

Ook Marianne is inmiddels weer hersteld getuige een bericht dat ze in ā€œde Terschellinger ā€œ plaatst:

.

We kunnen weer vooruit kijken.