Voorjaarsverlangen

Meer dan mij lief is spelen mijn bezigheden zich aan het einde van het afgelopen jaar binnenshuis af. Niet dat ik mij daar niet kan vermaken. Ik luister graag naar muziek, lees boeken en artikelen over uiteenlopende onderwerpen.

Natuurlijk houden de zorgelijke ontwikkelingen op het wereldtoneel mij bezig. Het recente boek Wisselwachter van historicus Geert Mak, een sinterklaascadeau, geeft een boeiend geschreven inzicht aan de wijze waarop de Verenigde Staten onder president Roosevelt betrokken raken bij de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast luister ik naar afleveringen van de podcast van Maarten van Rossem en Tom Jessen waarin de eerste deskundig commentaar geeft op actuele ontwikkelingen, maar ook reflecties op persoonlijk wel en wee ter sprake komen. Maartens recent verschenen boek over de 21e eeuw die begon in 1979 is wat mij betreft eveneens een aanrader. Daarin beschrijft hij beknopt belangrijke gebeurtenissen die in terugblik verduidelijken hoe de huidige (politieke) toestand van de wereld is ontstaan.

Ondertussen houd ik de geest scherp met spelletjes wordfeud, voornamelijk door deelname aan toernooien. Al slurpt de traditionele kerstpuzzel ook veel tijd op : 100 spelsituaties waarbij de opdracht simpel is: leg met de beschikbare letters op je plankje een woord met een zo hoog mogelijke score.

Het lukt mij buitenshuis wel een tweetal ontmoetingsdagen met wordfeudspelers bij te wonen. Ook mijn jaarlijks uitje met Jan Pier naar de landelijke SOVON-dag, door een Vlaamse vogelaar omschreven als de hoogmis van de Nederlandse en enkele Belgische vogelkijkers, hoef ik niet te schrappen. De voordracht van Arend van Dijk over meer dan een halve eeuw vogels tellen op het Dwingelderveld is die dag een hoogtepunt. Hij zag er het Korhoen verdwijnen, maar Kraanvogels deze eeuw als broedvogel verschijnen. Het boek dat hij erover schreef wordt op deze dag gepresenteerd.

Concert

Met Nienke ga ik niet alleen naar het eerder beschreven concert 👈 van Bob Dylan, maar ook naar een prachtige uitvoering van het Weihnachtsoratorium in de Oosterpoort in Groningen. Daar dirigeert Peter Dijkstra het Nederlands Kamerkoor begeleid door de Akademie für Alte Musik Berlin.

Applaus!

Na de jaarwisseling neemt niet alleen de daglengte toe, maar ook mijn energie.

Musea

In het Drents Museum bekijk ik met Nienke en Maud (7) de tentoonstelling “Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer”👈, een spectaculair rariteitenkabinet met 300 bizarre objecten, waaronder opgezette dieren, dodo-botjes en kunstkamervoorwerpen. Ik sta versteld van Mauds feitenkennis over sommige archeologische vondsten.

We lopen door Labyrinthia, een tentoonstelling van objecten uit de collectie van het Drents museum, zoals het gemummificeerde meisje van Yde, een indrukwekkend 18e eeuws poppenhuis en een prehistorisch vaartuig. Het gebruik daarvan in de oorspronkelijke tijd wordt voor de jongste bezoekers fraai gevisualiseerd door ze te laten kanoën in een namaakbootje. Musea halen tegenwoordig alles uit de kast om ook een qua leeftijd breed publiek te bereiken.

In Amsterdam kom ik na lange tijd weer eens in het Rijksmuseum. De tentoonstelling Metamorfosen bekijk ik met veel interesse. Als niet-geschoolde in de klassieke oudheid leer ik veel over mythologie, de metamorfosen van Ovidius en hoe veel schilders en beeldhouwers daaruit inspiratie putten. 

Intrigerend is een video-installatie van Juul Kraijer geïnspireerd op de mythische Medusa👈:

Bioscoop

Gerhard nodigt mij uit om samen in Emmen naar de bioscoop te gaan waar de documentaire “Elvis in Concert” wordt vertoond. De belangstelling op deze vrijdagmiddag is nihil. Behalve wij zijn er nog twee andere bezoekers… Op het doek zien we hoe Elvis levendig communiceert met zijn medemuzikanten bij het instuderen van nummers en zijn interacties met het publiek tijdens concerten. Wat een contrast met het optreden van Bob Dylan begin november in Amsterdam!

We zien ook historische beelden gemonteerd tussen recenter materiaal, zoals bij het fragment hieronder van zijn hit Hound Dog.

Een medley met Joe South’ Walk A Mile In My Shoes en Suspicious Minds is hieronder te zien. Halverwege het tweede nummer jaagt Elvis één van de zangeressen de stuipen op het lijf.

Elvis in concert (fragment)

Naar buiten (kijken)

De winter biedt gunstige omstandigheden om vogels naar mijn tuin te lokken. Vanaf oktober hang ik weer met vet gevulde kokosnoten en ongepelde pinda’s in de boom. Op de voedertafel strooi ik zonnepitten, in de houder tussen de klimop tegen de schutting schroef ik een potje vogelpindakaas vast. Koolmezen, Pimpelmezen, Huismussen en Ringmussen krijgen er snel lucht van. Ook een Roodborst laat zich regelmatig zien tussen de Vinken die meestal op de grond hun kostje bijeen scharrelen. Een enkele maal verstoort een Sperwer het dinerende vogelvolkje. Voor deze rover oogt de tuin eveneens als een snoepwinkel vol lekkernijen. Doorgaans hebben de prooien op zijn menu hem tijdig in de gaten en is de Sperwer in een flits weer uit het zicht verdwenen. Soms vind ik een hoopje vogelveren, plukresten van een onfortuinlijk slachtoffer.

Incidenteel verschijnen er ook Turkse Tortels, Eksters, Gaaien en een Grote Bonte Specht.

Turkse Tortel, Emmen, 22 november 2025

Op schaarse zonniger dagen waag ik me buiten voor een wandeling. De kale akkers worden afgeschuimd door Grauwe Ganzen en af en toe ook grote groepen Toendrarietganzen op zoek naar oogstresten.

Hier en daar staat een Blauwe Reiger te kleumen.

Begin januari is er sneeuw gevallen. Nadat de zon doorbreekt maak ik een ronde langs de velden rondom de Nieuw-Amsterdamsestraat. De bijkans windstille atmosfeer maakt het tot een prettige ervaring.

De kortste dag

Een bericht dat de door mij bestelde nieuwe bank en stoelen voor Topaas een maand eerder dan verwacht kunnen worden afgeleverd noopt mij een paar dagen naar Terschelling te gaan om er het meubilair in ontvangst te nemen. Zoals ik al vreesde zorgen logistieke problemen waarover ik hier verder niet zal uitweiden ervoor dat de bezorging een dag later dan beloofd zijn beslag krijgt. Gelukkig net op tijd voordat nieuwe gasten arriveren voor hun kerstvakantie. Met de hulp van broer Wim zet ik het oude meubilair voorlopig in het kleine kamertje en de nieuwe fauteuils in de zithoek. De poten moeten nog onder de bank worden gemonteerd wat dankzij Wims elektrische schroevendraaier zonder problemen lukt.

Door het noodgedwongen wachten is er nauwelijks tijd om nog iets buitenshuis te ondernemen. Gezien het grijze sombere weer niet direct een teleurstelling, al klaart het uitgerekend op als de bezorger aan de deur staat.

Met vooruitziende blik heb ik nog een overnachting bij Marianne “bijgeboekt”. Voordat ik zondagmiddag 21 december weer de boot oprijd kan ik die ochtend nog een wandelingetje langs het wad bij de Dwarsdijk maken. Mijn stille hoop er nog wat Oeverpiepers en Pijlstaarten te zien wordt gehonoreerd.

Opmerkelijk genoeg vaart de veerboot ’s middags achteruit de haven uit om daarna pas de steven te wenden. Vanaf het dek geeft dat wel een mooi beeld van West-Terschelling. Op de strekdam aan de zuidkant zie ik wat Paarse Strandlopers en een Wulp. Maar te ver weg voor gedetailleerde foto’s. Een mannetje Eider in de haven krijg ik wel mooi in beeld.

Noorderlicht

Als ik vier weken later, dan volgens plan, weer in Topaas ben word ik geconfronteerd met wisselende weersomstandigheden, al is de tendens winters. Tegen het eind van de maand valt er zelfs wat sneeuw, terwijl in het zuiden van ons land de eerste tekenen van het naderende voorjaar voelbaar zijn. Vol goede moed stap ik twee dagen na aankomst op de fiets voor een rondje van zo’n 12 kilometer. Het is bitter koud zodat ik me bij mijn sportieve buitenactiviteiten de dagen erna beperk tot verplaatsing per voet. Diezelfde avond is dat trouwens een wandeling naar het strand. Ik krijg te horen dat er een goede kans is het noorderlicht te zien. Er verschijnen zelfs spectaculaire foto’s van dit natuurverschijnsel op de buurt-app van de bewoners van mijn straat in Emmen. Als ik mijn hoofd buiten de deur steek zie ik alleen recht boven mij een sterrenhemel, maar in het noorden hangt bewolking. Vanwege het ontbreken van straatverlichting bij Midsland aan Zee zou ik nu idealiter op de perfecte plek zijn om het noorderlicht te zien. Daarom trotseer ik de kou om naar de strandovergang te lopen. Daar aangekomen zie ik enkel wat verlichte wolken boven de zee. Niet wat ik me voorstel bij het noorderlicht. Teleurgesteld keer ik om.

Tegen een tegemoetkomende wandelaarster die haar hondje uitlaat zeg ik dat ik hoopte wat van het noorderlicht te zien. Waarop zij, wijzend op de lichtgevende wolken, zegt: “Daar is het. Zie je dat groen niet?”

Maar hoe ik ook mijn best doe, het lukt me niet er iets groens in te zien…. Voor de zekerheid maak ik toch maar een foto. En verhip! Mijn telefoon ziet het wel.

Noorderlicht 19 januari 2026 in Emmen en in Midsland aan Zee

Daar moet ik het dan maar mee doen.

Bij de haven

In de dagen erna wandel ik een paar keer langs de haven. De afgelopen jaren hebben me geleerd dat daar met een beetje geluk leuke vogels zijn te zien, zoals een Zeekoet, een Middelste Zaagbek, Paarse Strandlopers en een IJseend.

Deze keer zie ik vanaf een aanlegsteiger een zwemvogel waarvan ik vermoed dat het een Fuut onder water verdwijnen. Vanwege de afstand en tegenlicht ben ik niet zeker van mijn zaak, maar de bewijsfoto die ik maak als hij verderop weer opduikt laat zien dat het een Roodhalsfuut in winterkleed is. Deze soort heb ik eerder kunnen fotograferen in de haven van Lauwersoog en het Diependal. De foto’s zijn via het zoekveld 🔎 nog wel terug te vinden op mijn blog.

Een foeragerende Wulp bij de strekdam langs de Kom en een tweede kalenderjaar Zilvermeeuw op een dukdalf laten zich wel mooi portretteren. Die leeftijdsspecificatie van de jonge Zilvermeeuw dank ik overigens aan een moderator van waarneming.nl. Zover gaat mijn kennis over meeuwen niet.

Wulp, West-Terschelling, 21 januari 2026
Zilvermeeuw, haven West-Terschelling, 21 januari 2026

Een kleine week later is het tij wat gunstiger om vogels van dichtbij te zien. In de kom foerageert een naar mijn idee wat plompe stelloper die ik ten onrechte voor een Kanoet in wintertenue aanzie. Het is een Zilverplevier die mij hier verrast.

Aan het eind van de strekdam tref ik onderaan het talud een Paarse Strandloper.

Ik loop over de Willem Barendszkade in oostelijke richting naar de jachthaven. Halverwege zie ik de oude reddingboot Brandaris waaraan menige drenkeling zijn leven te danken had. Tussen 1923 en 1960 is het vaartuig ingezet bij meer dan 300 reddingen.

Museumreddingboot Brandaris, 26 januari 2026

In de grotendeels verlaten jachthaven, het is immers hartje winter, komt een Waterhoen een kijkje nemen. Behendig stapt hij over van de ene naar de andere steiger om zich vervolgens snel voor mij uit de voeten te maken.

Waterhoen, jachthaven West-Terschelling, 26 januari 2026
Jachthaven, West-Terschelling, 26 januari 2026

Terug bij de kom is daar inmiddels een Groenpootruiter geland. Zou het dezelfde zijn die ik hier vorig jaar omstreeks deze tijd aantrof?

Groenpootruiter, West-Terschelling, 26 januari 2026

Strand

Eën van de charmes van het strand in de winter is wat mij betreft dat je daar soms het gevoel kunt hebben alleen op de wereld de zijn. Zo kom ik er tijdens een wandeling naar West aan Zee op 23 januari nauwelijks mensen tegen. Meeuwen laten zich er eigenlijk altijd wel zien. Met de wind in de rug en een volop schijnende loopt het lekker. Voor de terugtocht volg ik de meer beschutte route. door de duinen. Tegen die tijd krijgt ook de bewolking weer de overhand.

Wad

Met de auto, mijn sinds kerst weer in oude luister herstelde Ford Ecosport, rijd ik aan het eind van een middag naar het wad bij Oosterend. Maar de koude oostenwind doet mij na een kort ommetje langs de dijk snel terugkeren.

Nadat er sneeuw is gevallen maak ik wat foto’s vanaf het “lichtje”, de plek aan het begin van de waddendijk bij West waar de sculpturen Beelden uit Zee staan. Het is de dag voor mijn vertrek.

Oost west, thuis best

Maar hoe de weersomstandigheden ook zijn, altijd wacht de comfortabele terugkeer in Topaas.