Mijn overhaaste vertrek van Terschelling zoals hier👈 beschreven heeft de belevenissen die eraan voorafgingen overschaduwd. Voor de vogelliefhebber in mij brachten de pinksterdagen en de week erna euforische momenten dankzij het staartje van het broedseizoen dat ik nog kon meepikken. Ik kan mateloos genieten van de wijze waarop de natuur zich hier manifesteert in al zijn facetten. Het verdringt voor even alle narigheden waarmee we dagelijks via diverse communicatiekanalen worden overspoeld naar de achtergrond. Voor mij zijn het ervaringen die telkens weer hoop voor de toekomst voeden. Lichtpunten die in elk geval mijn mentale weerbaarheid verhogen.
23 mei 2026
Na mijn aankomst in Topaas en de gebruikelijke routines (uitpakken, boodschappen inruimen, bed opmaken) zodat ik mij meteen weer comfortabel voel pak ik de fiets om zo rond theetijd Marianne op te zoeken. Van te voren heb ik haar niet van mijn komst op de hoogte gesteld, alleen al vanwege de voorpret om de begroeting: “verrek jij hier?”. Sommige rituelen beklijven in onze omgangsvormen. Deze dateert van drie jaar terug, gemunt tijdens een soortgelijke ongeplande week👈 op Terschelling.
Voor de terugrit rijd ik over de Kunneweg door de polder naar het wad om van daar westwaarts het fietspad te volgen tot de kwelder bij Striep. Een eenvoudige rekensom bij het zien van de lage waterstand tijdens het afmeren van de veerboot rond het middaguur in de haven van West-Terschelling leert mij dat het moment nu gunstig is om vogels langs de dijk van dichtbij te fotograferen. Met name enkele Visdieven vervullen mijn wens.




Op de tweede foto staat zowaar een exemplaar dat een witte ring voorzien van een vlag met de inscriptie RC om zijn linkerpoot draagt. Het achterhalen van zijn voorgeschiedenis lukt me niet. De BirdRing app verwijst daarvoor naar een voor mij onvindbaar mailadres van de projectleider.
Een Tureluur die eveneens op een basaltblok poseert laat zich nog net staand portretteren, maar is ook nog kort door de lens te volgen nadat hij opvliegt.



Aangekomen bij de Strieper polder wachten me nog twee leuke verrassingen.
Een Kievit die ik er fotografeer blijkt ook pootringen te dragen. NJY6 is op 17 juni 2025 bij de Stinsweg in Oosterend (Tersch.) door Jacob Jan de Vries geringd. In de tussentijd is deze vogel met zijn fraaie kuif blijkens het ontbreken van verdere meldingen onopgemerkt gebleven..


De tweede surprise komt van een Rouwkwikstaart. Mij valt meteen de veel donkerder uitstraling op in vergelijking met de veel algemenere Witte Kwikstaart.




Het is voor de tweede keer dat ik een Rouwkwikstaart zie. Op 14 mei 2023👈 streek een soortgenoot kort bij Topaas neer. In Groot-Brittannië is het een meer algemene broedvogel. Vandaar dat Rouwkwikstaarten in Nederland hoofdzakelijk in het westen van ons land worden opgemerkt. Het aantal broedparen telt hoogstens enkele tientallen, soms via een gemengd huwelijk met een Witte Kwikstaart. Dat maakt determinatie van Rouwkwikstaarten, zeker in de winter, vaak lastig.
Eerste pinksterdag
Ik ga op pad voor een wandeltocht langs het Waterplak. Het wordt een warme zonnige dag, dus is het zaak vroeg te vertrekken. In mijn geval betekent dat rond 7 uur.
Vanuit de begroeiing langs het voetpad rond het Waterplak klinkt langdurig de welluidende zang van een Nachtegaal. Ik hoor dat hij zich af en toe verplaatst, maar ook dit jaar zal ik louter luisterend naar zijn aubade tevreden moeten zijn. Niettemin geniet ik er hier zo vroeg in de ochtend ook in mijn eentje met volle teugen van. Wat klinkt het prachtig! Met mijn telefoon registreer ik een fragment waarin op het eind een roepende Koekoek zich laat horen. Luister mee en geniet:
Zou Georg Friedrich Händel zo ook op een vroege ochtend geïnspireerd zijn om de zang van de Koekoek en de Nachtegaal te verwerken in één van zijn composities👈?
In de duinen stuit ik op enkele paalzitters: een paar Holenduiven en een Stormmeeuw.



Aangekomen bij de Midslander Longway volg ik het voetpad tussen de duinvalleien “Onder de Draad” aan de noordkant en het “Riesplak” aan de zuidkant.
Een Graspieper zit echter niet onder maar juist op een draad aan de kant van de eerstgenoemde vallei.

Een paartje Roodborsttapuiten trekt alle registers open om hun pas uitgevlogen jongen op mij te attenderen.




Een onrustig heen en weer fladderende Rietzanger is me tussen het riet telkens te vlug af voor een foto. Op het water bivakkeren Kokmeeuwen, Bergeenden en Krakeenden. In de verte laat een Dodaars zijn kenmerkende triller horen..
Het voetpad komt uit op de badweg naar West aan Zee. Boven mij vliegen Boerenzwaluwen met nestmateriaal in de snavel. Ik loop langs de badweg tot het uitkijkpunt met in de diepte zicht op de Badhuiskuil. Vanaf het uitkijkpunt klim ik via het duinpad omhoog naar het naastliggend duin. Op het hoogste punt gaat het pad verder door de ondiepe krater die zich in de loop der tijd in het duin gevormd heeft. Een roepende Wulp die mij, al rondjes vliegend en af en toe landend op de rand van de duinkuil, begeleidt ziet mij kennelijk ook als een potentiële bedreiging voor zijn nageslacht.








Het is een schitterend schouwspel. Tijdens zijn acrobatische vluchten ben ik zelfs getuige van een bijna-botsing met een Kauw.

Vanaf het duin is het uitzicht op het duingebied en de vakantiehuizen in West aan Zee evenmin te versmaden.





Na de afdaling spoed ik mij via de Verbindingsweg terug naar Topaas. Op de terrasjes bij verschillende zomerhuizen zie ik dat de meeste vakantiegangers inmiddels ook zijn ontwaakt. Zelf ben ik ook wel aan koffie toe.
Aan het eind van de middag fiets ik naar Striep om vanaf de kwelder langs het wad door te rijden tot de Dwarsdijk. Onderweg speur ik naar geringde Scholeksters onderaan de dijk, maar heb ik ook oog voor een zeilschip in de verte op het wad. Op de achtergrond zijn windmolens op de Friese kust te zien.


Halverwege word ik getroffen door het beeld van een bruinrood voorwerp dat tussen de basaltblokken lijkt aangespoeld.
“Waar kijk ik nu eigenlijk naar?” vraag ik me af.
Om opheldering te krijgen maak ik er wat foto’s van.




Bij nader inzien lijkt het een stoffelijk overschot van een dier. Waarneming.nl bevestigt dat dit het treurig lot van een Gewone Zeehond is. Nou ja, gewoon…..
Wel levend en aaibaar is in ieder geval het Duinkonijn dat ik ter hoogte van Oosterend bij de Oeltjes zie.

Ondertussen heeft mijn zoektocht 8 geringde Scholeksters opgeleverd met 7 bruikbare resultaten. Wat die ene vogel heeft uitgespookt om zijn ringen onleesbaar te maken is me een raadsel.

Terug fiets ik tot aan de Oosterboutenweg over het pad aan de andere kant van de dijk met uitzicht op de polder. Daar sla ik af en maak nog één stop voor een Tureluur die op een paal is neergestreken ten behoeve van een fotosessie.






Mijn dag kan niet meer stuk.
Pinkstermaandag
Mijn ervaringen van gisteren smaken naar meer. Dus ben ik opnieuw vroeg uit de veren. Ik trek de wandelschoenen weer aan en richt het vizier naar het oosten. Aangemoedigd door een Groenling in de top van een boom bij mijn buren ga ik op pad. Terwijl ik volgens plan een smal voetpad door de duinen in de richting van Formerum aan Zee insla voel ik me toch wat minder lekker. Het lijkt me verstandig een poosje te gaan zitten tegen een duinhelling om in alle rust rond te kijken en op adem te komen. Ondertussen maak ik wat foto’s van mijn uitzicht.


Na een kwartiertje durf ik het wel weer aan. Al struinend door de duinen voel ik me allengs steeds beter. Misschien heeft het tweemaal achtereen vroeg opstaan me parten gespeeld. Wellicht beginnen de jaren te tellen.
Aangekomen op de badweg wordt mijn aandacht opgeëist door de aanblik van een Rietgors bij een door riet en struweel omzoomd plasje. Het is een beetje zoeken naar een plekje waar ik hem goed kan zien.

Op het ruiterpad langs het fietspad door de Formerumer duinen maakt mijn hart een sprongetje: ik zie Tapuiten! Mijn looprichting heeft wel een nadeel: ik kijk tegen de zon in. Wat verderop buigt het ruiterpad af naar het zuiden. Daar ga ik op een richeltje zitten zodat ik beter zicht heb. Weldra verschijnt ook daar een Tapuit, een mannetje deze keer, in mijn blikveld.




Achter mijn rug meen ik weer Wulpen te horen. Daarom hervat ik mijn oostwaarts gerichte koers door iets zuidelijk van het fietspad het duin in te lopen. Inderdaad heeft ook hier een paartje Wulpen met succes gebroed. Natuurlijk houd ik voldoende afstand om de vogels niet te verontrusten. Wat een genot om deze vogels met hun welluidend gejodel in het sfeervolle ochtendlicht te bewonderen!



Teruggekeerd op het fietspad stapt links van mij een Kievit parmantig rond. Zie ik het goed? Heeft deze vogel ook pootringen? Warempel, zowaar heb ik binnen 3 dagen weer een geringde Kievit in de kijker.


Ook deze Kievit heeft zijn ringen van Jacob Jan de Vries (hij weer!) gekregen. Op 18 april 2025 is hij eveneens in het duingebied van Formerum onder handen genomen. Mogelijk is deze minstens één jaar oude Kievit naar zijn geboortegrond teruggekeerd om daar zelf voor nageslacht te zorgen. Of de vogel als kuiken geringd is kan alleen de ringer mij vertellen. Een grappig detail zie ik op het kaartje waarop de locaties van de waarnemingen worden aangegeven. In de BirdRing app staat het gele bolletje van Jacobs melding vlakbij de Jumbo in Formerum. Dat doet vermoeden dat hij de gegevens pas later heeft ingevoerd. Wellicht schoot hem dat te binnen bij het doen van boodschappen. Zo zie je maar hoe ik nog door kan filosoferen aan de hand van eenvoudige ringwaarneming. Overigen is deze Kievit ook nog in de polder bij de Westerboutenweg op 17 augustus 2025 waargenomen door Gerrit Gerritsen.
Inmiddels heb ik zoveel energie gekregen dat ik het ook wel aandurf het fietspad over te steken naar het natuurgebied Koegelwieck. Begeleid door alarmerende Kieviten loop ik langs het duinmeer naar het karrenpad dat aan de voet van de zeereep westwaarts afbuigt. Via een tamelijk steil voetpad omzoomd door duindoorn en andere vegetatie is het strand toegankelijk.




Tijdens de klim hoor ik rechts van mij een Nachtegaal en zingt vlak voor mij een Fitis. Die zit zo dichtbij dat ik de instellingen van de telelens moet aanpassen om hem goed in beeld te krijgen.

Bovenaan heb ik een weids uitzicht rondom.







Tegen de achtergrond van een strakblauwe hemel waar Oeverzwaluwen op insecten jagen daal ik af naar het strand waar ik kort daarna de spreekwoordelijke man met de hamer tegenkom. Naar die episode en de daarmee samenhangende gebeurtenissen verwees ik reeds in de eerste zin van deze publicatie.
Op de kwelder van Striep
Het idee om de volgende morgen met de auto naar Oosterend te rijden voor een duinwandeling door de Tordunen blijkt al snel te veel van het goede. De temperatuur loopt daar zo snel op dat ik binnen een half uur terug bij de auto ben. Ik rijd daarom terug en zoek verkoeling op een bankje langs het wad met uitzicht op de Ans, de vroegere kwelder ter hoogte van de Oosterboutenweg. Ik maak daar een praatje met een echtpaar op het bankje naast mij dat er hun fietstocht heeft onderbroken. We prijzen ons gelukkig met de verfrissende wind waar menigeen elders in het land ons om zal benijden. Op dagen als deze kun je op Terschelling altijd wel een plekje vinden waar de hitte weinig vat op je heeft.
In de loop van de middag komt de schilder naar Topaas de eerste voorbereidende werkzaamheden verrichten voor de onderhoudsbeurt. De komende dagen zal Arjen vroeg beginnen. Aangezien ik al in een vergelijkbaar dagritme zit hoef ik geen moeite te doen me daaraan aan te passen. De perspectieven voor een succesvolle afronding van de klus binnen de gestelde tijd zijn vanwege de weersverwachting in elk geval goed.
Die avond fiets ik naar Striep. Het blijkt een perfecte moment om Kluten te bekijken. De waterhoogte is ideaal in de kreken waardoor een aantal daarin foeragerende vogels onverstoorbaar steeds dichterbij komt.
Kluut R(O)/RW(C) is te herkennen aan zijn kleurringen en wordt sinds hij op 28 april 2022 op het wad bij Oosterend geringd is elke zomer meermaals op Terschelling teruggemeld. Wat ik dan nog niet kan weten, maar tijdens het schrijven van dit blog zie: van 15 tot 17 juli worden zijn ringen door Eddie Douwma bij Ezumakeeg afgelezen. Dat is nuttige kennis over de omzwervingen van zo’n vogel.

















Geringde vogels zijn natuurlijk wel uitzonderingen. Vandaag zijn er veel meer Kluten te zien. Stuk voor stuk naar mijn smaak elegante vogels waarbij hun spiegelbeeld in het water een mooi optisch effect toevoegt.
Wat moet ik er nog meer van zeggen? De beelden spreken voor zichzelf.






Een ontroerend tafereel biedt een volwassen Kluut met haar kuiken dat dapper moet zien te overleven in een omgeving vol gevaren. Zal het de laatste overlevende zijn van het broedsel van deze Kluut?











Met al die aandacht voor de Kluten vergeet ik bijna al het andere moois. Scholeksters zie ik immers altijd wel aan het wad, waarbij ik gefocust ben op hun poten. Daarmee doe ik ze tekort. Vandaar ook een paar portretten van Bonte Pieten in het avondlicht.



En wat te zeggen van het paartje Tureluurs dat ook nog toekomstplannen lijkt te hebben?





Twee dagen later ben ik omstreeks dezelfde tijd opnieuw bij de kwelder. De meeste Kluten zijn vertrokken. Het oogt op enkele Bergeenden en een Kokmeeuw na in elk geval vooraan bij de dijk tamelijk leeg. Ik loop een stukje in oostelijke richting over het fietspad. Een Kleine Mantelmeeuw monstert argwanend vanaf een basaltblok onderaan de dijk de vogelaar die gewapend met kijker en camera aan komt lopen.

Een vrouwtje Eidereend trekt zich zwemmend op het water minder van mij aan.

Als ik terugloop blijkt maar weer eens dat de schijn mij soms bedriegt. Als vanuit het niets verschijnt op de plek waar een half uur geleden nauwelijks activiteit te bespeuren was een invasie van eiderpullen onder toeziend oog van twee Eidervrouwtjes. Ik tel er minstens vijftig. Wat een contrast met eergisteren toen dat ene kleine pulletje bij een Kluut mij al in verrukking bracht.




Het is fascinerend hoe in de vogelwereld verschillende strategieën worden gehanteerd om de stand op peil te houden. Terwijl soorten als Visdieven, Kieviten en Zilvermeeuwen niet terugdeinzen voor felle confrontaties met potentiële kuikenrovers zien de meeste eendensoorten gelaten toe hoe hun omvangrijke productie soms in recordtijd wordt gedecimeerd. Onder het motto “aan een boom zo vol geladen mist men vijf zes pruimen niet” laten ze “Gods water over Gods akker stromen”.
Het is mij dan ook een raadsel wat een Bergeend hier bezielt een kuikentje dat dicht in zijn buurt komt eens flink te grazen te nemen. Zou het frustratie zijn omdat hij misschien zijn eigen pullen verspeeld heeft?



Vlakbij de peuterleidsters voelt het toch wat veiliger, hoe passief ze ook zijn.

Van een Kluut die alsnog komt opdagen hebben de pullen in elk geval niets te vrezen.



Omgeving Midsland aan Zee
Terwijl Arjen weer vroeg het schilderwerk hervat ben ik eerder deze ochtend voor we aan de koffiepauze toe zijn de duinen ingelopen. Bij de buren heeft een Winterkoning alweer een prominente plek gekozen om zowel in beeld als geluid duidelijk te maken dat hij daar zijn koninkrijkje heeft gevestigd.

In de duinen fladdert een Blauwborst onrustig heen en weer tussen de takken van een wilgenstruik.




Ik hoop vooral ook hier Tapuiten te zien. Mijn Merlin-app heeft in elk geval een kort roepje tussen de andere vogelgeluiden opgevangen, maar opvallende zangers zijn Tapuiten doorgaans niet. Hemelsbreed heb ik nog geen kilometer afgelegd of ik heb toch beet. Een mannetje inspecteert in zijn karakteristieke opgerichte houding vanaf een heidepol de omgeving. Een goede reden om niet verder te lopen maar gewoon te gaan zitten en kijken. Een kwartier lang volg ik zo zijn verrichtingen. Soms verdwijnt hij even achter een duintje om dan verderop weer op te duiken. Jammer genoeg komt hij niet dichterbij.


De volgende dag, nu na de gezamenlijke koffie, ga ik een nieuwe poging wagen. Terwijl ik op mijn telefoon verdiept ben om de strava-app op te starten realiseer ik me ineens dat ik een enorme herrie boven het geluid van de schuurmachine van Arjen hoor uitkomen. Ik kijk omhoog en zie de lucht vol met krijsende meeuwen en ander gevogelte dat zich normaal gesproken tamelijk koest houdt. Ineens flitst door mijn hoofd dat ik een paar jaar geleden hier een vergelijkbare situatie meemaakte. Toen was ik te laat met mijn camera om de in de verte wegzwevende boosdoener te fotograferen en bleef het bij het vermoeden van een mogelijke Zeearend. Nu heb ik mijn fototoestel met telelens wel bij de hand en richt die op de donkere vogel tussen de meeuwen die de aanleiding vormt tot het kabaal. Alleen zie ik er nog niets door omdat ik de camera nog aan moet zetten en de lens goed instellen. Uiteindelijk lukt het me nog net tussen twee zomerhuizen aan de overkant door een “bewijsfoto” te maken voordat de Lammergier in oostelijke richting verdwijnt. Voor de zekerheid ga ik het nu eerst maar melden op waarneming.nl👈.

Dat het een Lammergier betreft vermoedde ik al meteen omdat ik niet lang daarvoor een melding van een Lammergier bij Oosterend heb gezien. Enthousiast maak ik Arjen deelgenoot van mijn waarneming. Vanwege zijn gehoorbeschermers heeft hij niets van het tumult meegekregen.
Even later opnieuw op pad merk ik dat ik in alle opwinding mijn fotokaartje in de computer heb laten zitten. Terug bij de laptop zie ik dat er reeds gereageerd is op mijn melding . Of ik de vliegrichting kan doorgeven en het tijdstip klopt…

Achteraf zie ik eerdere meldingen vanaf 27 mei door heel west-Nederland en de laatste op 30 mei op Ameland. Daar wordt de vogel in verzwakte toestand door een boswachter opgeraapt. Hoe het met de gier afgelopen is kun je hier👈 lezen.
Op 1 juni, bij nader inzien de laatste dag van mijn verblijf in Topaas, maak ik nog een laatste rondje door de duinen. Vanuit Topaas zie ik een Lepelaar westwaarts vliegen.

Ook een gracieus overvliegende Wulp levert nog een mooi plaatje en wat mij betreft een passende afsluiting met één van de hoofdrolspelers in dit bericht.
