Ring-detective

Terug naar Terschelling

Het is half maart. Omstreeks een week eerder dan gebruikelijk in deze periode van het jaar reis ik opnieuw af naar Terschelling. Desondanks hoop ik zo toch nog van twee walletjes te eten dankzij wat late wintergasten en vroege lentebodes.

Wat eten betreft heb ik, net als in december, met Marianne afgesproken aan het eind van mijn verblijf de nacht van zaterdag op zondag in Schoonoord door te brengen. In haar diepvries liggen nog twee wilde eenden in afwachting van consumptie. Wim en Puck komen die zaterdag aan, zodat we het gevogelte ‘s avonds gezamenlijk soldaat kunnen maken.

Oude bekenden

Anderhalve maand na mijn vertrek op 31 januari is er nu weer leven in de brouwerij voor Topaas. Luidruchtig en nadrukkelijk aanwezig hebben Grauwe Ganzen domicilie gekozen in het water van de Grote Plak.

Sommigen zijn individueel herkenbaar aan de inscriptie op een groene ring om hun hals. Ik fotografeer en noteer: H957, H283, H255 en H295.

Na het invoeren van de gegevens in de app BirdRing zie ik dat ik alle vier vorig jaar rond deze tijd ook heb gemeld. Tussentijds hebben ze gependeld tussen de waddenkust van Noord-West Friesland en Terschelling. H295 blijkt echter avontuurlijker. Vanaf augustus 2025 zie ik terugmeldingen uit Sleeswijk Holstein.

In totaal ontcijfer ik van 9 individuele Grauwe Ganzen de ringcodes, de meeste bij Topaas. Sommige zijn er dagelijks, in één geval is er sprake van een onafscheidelijk paartje. De Grauwe Gans K42 op de foto hierboven, zwemt op 27 maart in de vijver bij het bedrijventerrein. Behalve de afwijkende positionering van de tekens geeft zijn levenslijst nog een bijzonderheid: tussen alle meldingen in het waddengebied duikt de vogel op 19 december 2025 in Strijen (ZH) op. De gans H882, met een soortgenoot bij de Aalscholvers, fotografeerde ik bij het Waterplak.

Interessant is de levenslijst van H529 die ik op 21 maart zie. Zoals hieronder is te zien vertrok deze gans vorige zomer naar Noorwegen om begin dit jaar weer bij Midsland op te duiken. Terwijl ik dit blog schrijf blijkt hij nog steeds daar te verblijven.

Strand

Langs de waterlijn vermaak ik mij een tijdje met Drieteenstrandlopers. Het is telkens weer een vermakelijk schouwspel hoe ze spelenderwijs voor de aanrollende golven voedsel zoeken tussen het aanspoelsel. Als ik thuisgekomen de leukste foto’s selecteer ontdek ik een geel pootringetje bij één van de vogeltjes. Nadere informatie om iets over zijn voorgeschiedenis te achterhalen kan ik er niet op aflezen.

Drieteenstrandlopers, strand Midsland aan Zee, paal 9, 15 maart 2026

Ter hoogte van paal 9 heeft aan de voet van de duinenrij, beschermd door nieuw gevormde duintjes op het strand, pioniersvegetatie wortel geschoten. Tussen de begroeiing ontdek ik twee Bontbekplevieren. Qua formaat zijn ze met de drieteentjes te vergelijken. In deze camouflerende omgeving springen ze echter minder in het oog. Ik herinner me een paartje op dezelfde plek een jaar geleden. Daarom houd ik rekening met een déjà vu.

Verrast stel ik vast dat beide pleviertjes een pootring dragen. Nadat ik terug in Topaas de pootjes op de foto’s in detail onderzoek zie ik 77 op het witte ringetje van de ene vogel en 6T op dat van de andere.

Beide vogels zijn geringd door Jacob Jan de Vries. Bontbekplevier “77” is dezelfde die ik hier vorig jaar op 27 maart 👈 zag, “6T” is niet eerder teruggemeld.

Op de fiets

In januari hield ik na een bitterkoud ommetje op de fiets langs de supermarkt het gebruik van de tweewieler verder voor gezien. Nu, twee maanden later, zijn de omstandigheden voor fietstochtjes aanmerkelijk beter. Het vereffenen van een openstaande rekening bij de eigenaar van het Lichthuis op West is een goede reden om door de duinen en het bos naar zijn alleen ‘s middags geopende winkel te fietsen.

Ter plekke aangekomen lees ik op een briefje achter de ruit dat de zaak door omstandigheden twee dagen gesloten is. Wellicht heeft Colin de Beer, de eigenaar, het druk vanwege de ophanden zijnde gemeenteraadsverkiezingen. Hij is lijsttrekker van de nieuwe lokale politieke partij Leefbaar Terschelling. Niet getreurd, ik probeer het later in de week nog wel een keer. (Dan kan ik hem gelijk feliciteren, omdat zijn partij vanuit het niets in één klap de grootste partij op Terschelling is geworden.)

Bijgevolg fiets ik maar door naar de strekdam bij de haven. Gistermiddag heb ik er kort poolshoogte genomen in de hoop nog Paarse Strandlopers aan te treffen. Alleen een foeragerende Tureluur in de Kom en een fraai Eidermannetje dat aan de kop van de strekdam in de haven zwemt zijn over dat bezoekje vermeldenswaard.

Vandaag zit verderop de strekdam een Scholekster. Op zich niet bijzonder, ware het niet dat ik door de kijker zie dat om zijn poten kleurringen zitten. Dat maakt het voor mij interessant. Zo kom ik te weten dat RP-W6R8 op 6 juli 2025 bij Halfweg (Terschelling) geringd is. Daarna is de vogel nog twee keer uitsluitend in deze contreien is gezien. Hij lijkt daarmee een echte “Wester”.

Terwijl ik naar het eind loop zie ik de vrachtboot Noord Nederland de haven binnenlopen. Dat veroorzaakt een serie aanrollende golven die tegen de dam uiteenspatten. Bij springvloed in combinatie met harde wind kunnen die je natte voeten bezorgen, maar daarvan is nu geen sprake. “Betreden op eigen risico” staat veiligheidshalve op een waarschuwingsbord aan het begin van de strekdam.

Met de wind in de rug rijd ik daarna langs de haven oostwaarts. Bij Dellewal scharrelt tussen de foeragerende wadvogels ook een geringde Scholekster. Telkens als de komende weken zich dergelijke situaties voordoen maak ik foto’s van zulke versierde vogels om zo meer te weten te komen over hun levensloop. Het is een verslavende bijkomstigheid van het vogels kijken.

Als ik eind maart weer terugreis staat voor de geïdentificeerde Bonte Pieten de teller op 17 – met één dubbeltelling op 20 en 27 maart.

Langs het wad

Het fietspad volgt de loop van de Stortumerdijk. Bij een landinwaartse knik van het parcours vinden vogels bij hoogwater en westenwind een beschutte plek op de basaltblokken onderaan de dijk. Net als vorig jaar ontdek ik daar tussen de overtijende Scholeksters weer enkele tientallen Grutto’s. Ze storen zich niet aan de langsrijdende fietsers. Een uitgelezen moment om mijn fiets tegen het talud te leggen en behoedzaam wat dichterbij te sluipen.

Grutto, Stortumerdijk, 16 maart 2026

In de polder zijn nog weinig Grutto’s te bespeuren. Waarschijnlijk moeten de meeste nog bijkomen van de inspannende terugreis vanuit Afrika en Zuid-Europa. Voor ze aan het broeden beginnen recupereren ze eerst weer bij voedselrijke plekken, zoals het Landje van Geijsel 👈 in Noord-Holland. Daar worden de eerste Grutto’s al in februari gesignaleerd. Hier arriveren ze vanwege de noordelijker ligging wat later.

Omdat op het wad het voedsel rond hoogwater onbereikbaar is moet ik juist rond die periode hier zijn om Gruttto’s van dichtbij te zien. Waarschijnlijk zitten er ook IJslandse tussen. Die hebben nog een flinke reis voor de boeg.

Het zijn niet uitsluitend wadvogels die op de basaltblokken te zien zijn. Ook Spreeuwen, Kraaien, Witte Kwikstaarten en diverse soorten meeuwen vertonen zich er regelmatig.

Spreeuw, Stortumerdijk, 16 maart 2026

Als ik verder rijd zie ik links van mij op het talud van de dijk een Grutto die ervoor kiest daar voedsel te zoeken in plaats van te dutten op een basaltblok. Bij mijn nadering laat de vogel zich niet storen in zijn bezigheid. Ik profiteer dankbaar van zoveel generositeit.

Grutto, Stortumerdijk, 16 maart 2026

Anaeroob trainen?

Bij het schrijven van episodes uit het recente verleden maak ik dankbaar gebruik van de foto’s die ik maak en de registratie op Strava van mijn wandel- en fietstochten. Soms krijg ik complimenten over mijn voortreffelijke geheugen, zeker gezien mijn leeftijd, maar dat is schijn. Het helpt om je ervaringen op te schrijven en van tijd tot tijd te herlezen waardoor die belevenissen zich in je geheugen verankeren. Het bewust gebruiken van A.I. (Artificial Intelligence) bij het schrijven op mijn blog is wat mij betreft uit den boze. Dat beklijft niet. Het is toch zot dat er tegenwoordig docenten zijn die met behulp van A.I. mogelijk door A.I. gegenereerde werkstukken van hun leerlingen nakijken. Nou ja, aan mijn gereserveerdheid over dergelijke vernieuwingen kun je merken dat ik ouder word.

Hoe ben ik nu verzeild geraakt in deze bespiegelingen?

Op 18 maart heb ik met behulp van Strava mijn bijna 33 kilometer lange fietstocht om oost geregistreerd. Mijn oog valt op een met Athlete Intelligence (A.I.!) gegenereerd commentaar:

Uitstekende fietsrit met je beste snelheid in twee weken. Een groot deel van de activiteit heb je anaeroob getraind, wat helpt bij de opbouw…….

Huh? Zuurstoftekort onderweg? Ik ben om 11.06 vertrokken en kwam net voor zonsondergang weer thuis. Volgens de app was mijn beweegtijd 4:16:50 met een gemiddelde snelheid van 7,7 km per uur. Mijn snelheid komt doorgaans niet boven 12 km/h uit (om niks van de omgeving te missen). Geen moment komt het in mijn hoofd op me fysiek te forceren.

Op weg door de duinen naar de badweg van Formerum minder ik meteen al vaart bij het horen van een zingende Rietgors en een jodelende Wulp. Ik wijk even van de route af voor een foto van het onlangs in gebruik genomen luxe hotel-restaurant Elements in Formerum aan Zee.

De zeurende uithalen die voor de zang van een Groenling doorgaan dwingen mij die eerst te lokaliseren voor ik terug naar de route ga. Dat schiet niet op, maar ik heb geen haast.

Elements-Terschelling, Formerum aan Zee, 18 maart 2026

Ik rijd verder in een gezapig tempo met een stille, maar achteraf ijdele, hoop zo eventueel net teruggekeerde Tapuiten in de duinen niet te missen. Bij het Liesinger Plak stop ik andermaal om het wateroppervlak te scannen op bijzonderheden. Ik zie er alleen de “door het jaar heen” soorten als Meerkoet en Grauwe Gans in gezelschap van algemene eenden als de Kuifeend, Wintertaling en Wilde Eend. Bovendien zwemmen of grondelen de meeste hoofdzakelijk ver weg. Aangekomen bij de ondergelopen weilanden langs het fietspad tussen de badweg van Hoorn en de badweg van Oosterend is het van hetzelfde laken een pak. Het is er nat genoeg, maar ook hier bewaren Slobeenden, Krakeenden en andere watervogels gepaste afstand. Niettemin is het uitzicht op deze stralende dag een lust voor het oog en hangt op beschutte plekken de lente in de lucht.

Een kilometer verderop verlaat ik het fietspad voor een korte wandeling met de fiets aan de hand over het ruiterpad langs het plak van paal 14/15.

Terug op het fietspad koers ik richting Heartbreak Hotel voor een onderbreking ten behoeve van een lunch. Opvallend genoeg zijn de weilanden langs de badweg veel minder nat dan vorig jaar. Erboven baltsen Kieviten in het luchtruim. Zo te zien is het er nu geschikt als broedterritorium.

Kievit, badweg Oosterend, 18 maart 2026

Na de lunch fiets ik door naar het begin van de Boschplaat. Voordat ik daar aankom valt mijn oog op een prachtig Fazantenmannetje. Hoewel een verwant van hem zich regelmatig bij Topaas laat zien vind ik het zeker de moeite waard ook deze te portretteren.

Fazant, Duinen t.h.v. paal 18, 18 maart 2026

Het valt nog niet mee hem met staart en al compleet in beeld te krijgen.

Ineens bedenk ik dat ik vorig jaar in de zomer op ongeveer dezelfde plek een sprong Reeën zag. Het was pas de tweede keer dat ik deze op Terschelling ruim 30 jaar geleden geïntroduceerde diersoort hier in het vizier kreeg. Over de illegale komst van de Reeën heb ik hier👈 geschreven.

Op het oostelijkste punt van mijn route steek ik te voet het duin over. Op het strand lopen enkele wandelaars langs de vloedlijn en passeert een landrover. Tot eind maart is dat met vergunning nog toegestaan. Als ik terugloop zie ik net een door paarden getrokken huifkar het duin oversteken. Het span wordt gevolgd door de passagiers die om de trekdieren te ontlasten pas op het strand weer mogen instappen. Een aantal achterblijvers heeft zo te horen van de gelegenheid gebruik gemaakt op een verscholen plek hun hoge nood te lenigen.

Terug bij de fiets maak ik nog een praatje met een paar wandelaars. Daarna rijd ik naar de Dwarsdijk om langs het wad terug te fietsen. Aan het eind van de middag is dat met het oog op de stand van de zon minder gunstig. Niettemin kan ik nog een paar plaatjes schieten van een Wulp, de eerste Lepelaars en een Witte Kwikstaart.

Ik steek de dijk over om aan de andere kant wat meer beschut met zicht op de polder een stuk te rijden. Grote groepen Brandganzen en Rotganzen domineren daar het vogelleven. Even overweeg ik nog bij Marianne langs te gaan, maar gezien het gevorderde tijdstip schuif ik dat plan terzijde. Morgen ga ik immers bij haar pannenkoeken eten.

Pannenkoekendag

Met name voor mijn kleinkinderen zijn op Terschelling de pannenkoeken van tante Marianne altijd een culinair hoogtepunt. Al versmaad ik evenmin haar uitnodiging om die te komen eten. Vandaar dat ik mijn wandeling naar Schoonoord op 19 maart op Strava de titel “Pannenkoekendag (Het is altijd wel een dag van iets…)” geef.

De toevoeging tussen haakjes is geïnspireerd op het radio 1 middagprogramma Villa VdB waarin presentator Jurgen van den Berg na de welkomstgroet altijd zo zijn programma aftrapt. Grappig genoeg hoor ik een dag later dat die dag, 20 maart, dit jaar Nationale Pannenkoekdag is. Een vaste datum is het dus niet.

Bij mijn vertrek uit Topaas ben ik vanuit een boom bij de buren toegezongen door een Groenling. In een nieuwe poging Tapuiten aan te treffen loop ik het eerste deel van de route over paden langs de duinen van de zeereep. Vanaf een hoog duin aan de oostkant van Midsland aan Zee overzie ik aan de ene kant een deel van het zomerhuizengebied en aan de andere kant Formerum aan Zee met de bunkers en Elements-Terschelling..

Struinend door de duinen kom ik via smalle duinpaadjes en bredere ruiterpaden bij Koegelwieck, het duingebied ten noorden van Lies. Geen Tapuiten te zien, maar wel verscheidene stelletjes Bergeenden in een duinplas. Door Koegelwieck is geen fietspad aangelegd. Wel leidt een ruiterpad me terug naar het fietspad langs het Formerumerbos.

Aangekomen bij het Liesinger Plak, zie ik voor mij een Roodborst scharrelen. Even later vliegt hij het struikgewas in. In Hoorn, vlakbij de kerk, kleurt de berm geel van bloeiend Speenkruid.

Als ik mijn bestemming bereik bakt Marianne net de laatste pannenkoek. Bij haar mislukken ze nooit.

Een paar uur later loop ik terug door de polder. Daar hoor ik met regelmatige tussenpozen een doffe knal. Ook schrik ik op van het geluid van een krijsende gans in doodsnood. Dat blijkt afkomstig uit een luidspreker in de hoek van een grasperceel. Het is waarschijnlijk een methode om Rotganzen en Brandganzen die in grote groepen de polder afgrazen te ontmoedigen. Dan hoor ik toch liever de zingende Veldleeuweriken hoog in de lucht. Of zelfs het gillen van een Waterral die zo zijn aanwezigheid in een rietkraag bij het Formerumer Wiel verraadt. Die rietkraag ontneemt wel grotendeels het zicht op de in die plas zwemmende watervogels.

Dat geldt niet voor de overvliegende Wilde Zwaan. Toch wel verrassend. Niet eerder zag ik die soort op Terschelling.

Wilde Zwaan, Polder Formerum, 19 maart 2026

Bij ’t Sehaal klim ik over de dijk. Het wad is grotendeels drooggevallen.

t Sehaal, 19 maart 2026

Ik volg het fietspad tot de kwelder bij Striep. De meeste vogels zitten nu ver weg op het Wad. Toch zie ik bij de laatste bocht nog een stuk of 10 Grutto’s in halfhoog water met hun lange snavels in de bodem peuren.

Weer westwaarts

De rekening bij het Lichthuis staat nog open. Inmiddels is het verloop van het getij zo opgeschoven dat het rond het middaguur hoogwater is. Het lijkt me daarom een goed plan na de koffie richting Stortumerdijk te rijden. Voor de afwisseling ga ik er via de Midslander Longway, de Duinweg en de Heester Kooiweg naartoe. Vandaar al vogelend westwaarts.

Al snel zie ik zij aan zij twee geringde Scholeksters. Ze zijn beide in mei 2024 (met een tussenpoos van 4 dagen) bij Kinnum door de ringgroep Skylge geringd. Mogelijk zijn ze even oud en misschien uit hetzelfde nest afkomstig. Die informatie kan alleen de ringgroep geven. Uit hun levenslijsten kan ik wel achterhalen dat ze op 2 juli 2025 gezamenlijk bij het Wad ter hoogte van Hee door Jan Ellens zijn gezien. Het kan natuurlijk ook een paartje zijn. In elk geval trekken ze kennelijk graag gezamenlijk op.

Scholeksters BRG-C8OL en BLY-BOYO, Stortumerdijk, 20 maart 2026

Verderop pik ik bij het scannen van groepen rustende Scholeksters er hier en daar nog een geringde Bonte Piet uit. Beide ringen aflezen wordt me daarbij ook nog al eens onmogelijk gemaakt. Slapende vogels hebben de gewoonte vaak op één poot te staan. De andere zit dan verstopt tussen de buikveren. Als ze volharden in die houding geef ik het na enkele minuten maar op.

Bij de bocht in de dijk waar tussen de Scholeksters zich ook weer Grutto’s ophouden richt ik de kijker voornamelijk op de vogels die niet met de kop tussen de veren staan te dutten.

Grutto’s, Stortumerdijk, 20 maart 2026

Zeker een half uur vermaak ik mij met observeren en fotograferen. Wat een genot om zo van dichtbij deze vogels op mijn gemak te bekijken. Thuis ontcijfer ik later de inscripties op de pootringen van de Scholeksters en selecteer ik de beste foto’s van de Grutto’s. Het resultaat is hierboven te zien.

Op West aangekomen stal ik mijn fiets bij het Groene Strand en loop een stukje langs de westelijke oever van het riviertje. In het water zwemmen wat Wintertalingen en Krakeenden. Ik buig af door een pad te volgen dat in de richting van de Noordsvaarder loopt. Een Graspieper scharrelt tussen de begroeiing op de bodem.

Op het moment dat bij een splitsing keuzestress mij overvalt komt een wandelaar mij achterop. Als ik door wil lopen zal ik eerst capriolen moeten uithalen om een plas die de doorgang verspert te omzeilen. De man, een inwoner van West, loopt hier zo’n beetje dagelijks en vertelt mij dat het verderop niet beter wordt. Niet voor niets loopt hij op laarzen. Terwijl hij doorloopt volg ik zijn advies op via het andere pad terug te gaan. Het komt uit bij een stukje kweldervegetatie op het Groene Strand. Zou dit de plek zijn waar zich regelmatig Strandleeuweriken ophouden in het winterhalfjaar? Ook deze week zag ik nog meldingen van deze soort op de Noordsvaarder. Alleen zijn ze nu in geen velden of wegen te bekennen. Ook zo’n soort die jaar in jaar uit maar niet mijn pad wil kruisen. In vogelaarsjargon: een schaamsoort.

Ik laat mijn fiets nog even staan en loop het dorp in. Behalve bij het Lichthuis ga ik ook nog langs Scheermans Banket en IJs. Voor mijzelf koop ik een ijsje en voor mijn Terschellinger buren Gedi en Ton Peter ook wat lekkers. Ze hebben me voor het avondeten uitgenodigd. We treffen elkaar niet zo vaak.👈 Het is daarom een mooie gelegenheid weer eens bij te praten.

Een Amelander op Terschelling

Na het weekend besluit ik rond hoogwater naar het wad ter hoogte van Hoorn en Oosterend te fietsen. Het zou me tegenvallen als daar geen geringde Scholeksters zitten. Met een beetje geluk zie ik er ook weer Grutto’s.

Minder opvallend, maar altijd leuk zijn de Steenlopers die meestal ook in groepjes tussen de basaltblokken vertoeven.

Steenloper, Wad bij Hoorn-Terschelling, 23 maart 2026

Van een stuk of vier Scholeksters lukt het me de complete ringcodes af te lezen.

Daar valt wel een kanttekening bij te maken. Bij het controleren van de waarnemingen valt op dat ik zowel BLP-CHW2 als BRP-W2CH onder elkaar heb genoteerd. Het betreft de vogel op het tweede plaatje hierboven. Kennelijk heb ik getwijfeld tussen links en rechts.

Uit de “geschiedenis” die na invoer te zien is blijkt in beide gevallen dat mijn waarneming de enige is. Dat is gek. Minstens zou toch informatie over de plek en het tijdstip van het ringen bekend moeten zijn.

Op het moment dat ik dit schrijf (13 mei) zie ik dat BLP-CHW2 (dus die met de lichtblauwe tarsusring, de marker, aan de linkerpoot) vandaag door Jacob Jan de Vries binnendijks is gezien, niet ver van de plek waar ik deze vogel heb gefotografeerd. Gezien de ervaring van Jacob als ringer en aflezer lijkt dat de correcte identificatie. Het stemt overeen met mijn eerste invoer. De ontdekking dat dit de eerste melding zou zijn deed me de rechterpootvariant invoeren. Maar zoals hierboven opgemerkt leverde dat evenmin iets op. Hopelijk kan ik er t.z.t. nog achter kan komen waar deze vogel geringd is.

Tussen de Bonte Pieten krijg ik tot mijn genoegen ook weer een Grutto in het vizier. Hoog op de poten staat hij fier op een basaltblok.

Grutto, wad bij Hoorn/Oosterend Terschelling, 23 maart 2026

Een tweede Grutto valt op door meer contrastrijke rugveren. Op zoek naar informatie over het verschil 👈 tussen onze nationale vogel (Limosa Limosa) en de IJslandse Grutto (Limosa Limosa Islandica) wordt dit als een goed kenmerk gezien. Daarnaast hebben IJslandse Grutto’s kortere snavels en poten. In plaats van de oranjerode veren bij de gewone Grutto lopen de steenrode hals- en borstveren van de IJslandse variant door tot op de buik.

Het is aan de lezer aan de hand van de volgende foto’s eventuele IJslandse Grutto’s aan te wijzen.

Grutto, wad bij Hoorn/Oosterend Terschelling, 23 maart 2026

Dan stuit ik zowaar op een geringde Grutto. Helaas houdt deze één poot de hele tijd binnenboord. Niettemin ga ik ervan uit dat het een “inlandse” Grutto is.

Roepende Grutto, wad bij Hoorn/Oosterend Terschelling, 23 maart 2026

Tureluurs beginnen meestal wat later te broeden, al zijn ze op de wadden wel jaarrond te zien. In maart beginnen onder invloed van hormonen ook bij sommige Tureluurs de poten alweer helderrood te kleuren.

Tureluur, wad bij Oosterend/Oosterend Terschelling, 23 maart 2026

Onderstaande foto’s tonen vermoedelijk een IJslandse Grutto.

Als kers op de taart zie ik opnieuw een geringde Grutto. De birdring-app geeft de code aan: P1PPPG.

Grutto, wad bij Hoorn/Oosterend Terschelling, 23 maart 2026

Om informatie over zijn levensloop te krijgen stuur ik een mail naar Astrid Kant die waarnemingen van geringde Grutto’s coördineert. De volgende dag krijg ik al antwoord:

Hierbij de levensloop van jouw waargenomen geringde Grutto. Met dank voor de fraaie foto.

Zo je ziet is hij als kuiken twee jaar geleden op Ameland geringd.

De ringer staat in het cc.

Zo’n lijst doet je toch iets anders naar zo’n vogel kijken.

Wintergasten

Afgezien van de Brandganzen en Rotganzen zijn de meeste overwinteraars eind maart wel vertrokken. Aan het eind van de tweede week maak ik nog een lange wandeling naar het bedrijventerrein bij West. Ik heb er een boodschap te doen, maar door de auto te laten staan kan ik langs het Waterplak en het Koreabos via Baaiduinen naar de waddendijk lopen.

Bij vertrek uit Topaas zie ik hoog in de lucht een Buizerd overvliegen.

Aangekomen op het Hogeland, het weidegebied ten noorden van Baaiduinen, strijken duizenden Brandganzen neer op een weiland. Een Torenvalk komt tevoorschijn vanuit de bossages rondom het eerste van de twee huizen langs de Vluchtweg, het pad waarover ik loop. Net zo vlug als hij verscheen is de valk ook weer verdwenen.

In het gebouw aan de andere kant waar ik even later langsloop is de vogelopvang van Terschelling gevestigd. Op het erf loopt een vrouw naar een landrover. Ze zwaait naar mij. Dichterbij gekomen zie ik dat het mijn buurvrouw Gedi is. Ze heeft zojuist een verzwakte Zeekoet die zij met haar man Ton Peter vanochtend op het strand vond hiernaartoe gebracht. Ze vinden wel vaker hulpeloze dieren tijdens strandritten en hebben zodoende een kort lijntje met beheerder Monique Reinders, die eerste hulp aan dieren in nood verleent👈. Moeilijke gevallen gaan naar de wal.

Een lift terug naar Topaas sla ik beleefd af. Mijn doel is lopend langs het wad naar het bedrijventerrein te gaan.

Vanaf een bruggetje over een sloot bij Baaiduinen zie ik zowel op het water als op de oever een aantal Smienten. Die broedvogels van noordelijke streken zijn ook dus nog niet vertrokken.

Smient, Baaiduinen, 27 maart 2026

Terug bij de Stortumerdijk zie ik al weer snel een paar Scholeksters met pootringen, waaronder een oude bekende: BLY-B0Y0. Die zag ik hier een week geleden ook. Voor de andere, BRY-OEBT, is het de eerste terugmelding. Deze is op 14 mei 2025 geringd op het Hogeland. Je zou kunnen zeggen dat deze tien maanden over de route heeft gedaan die ik vandaag in een uur heb afgelegd.

Scholekster BRY-OEBT, Stortumerdijk Terschelling, 27 maart 2026

Terwijl ik, een stevige westenwind trotserend, verder loop duurt het langer dan ik vooraf hoopte voor ik toch nog voor de laatste keer deze maand op de vertrouwde plek Grutto’s tussen een groep Scholeksters zie.

Grutto, Stortumerdijk Terschelling, 27 maart 2026

Een mooie afsluiting van twee voorjaarsweken op Terschelling waarbij ik naast de terugkeer van de Grutto’s veel plezier beleef aan het traceren van de voorgeschiedenis van geringde vogels. Aan die laatste activiteit zit bij thuiskomst nog een leuk staartje.

Voordat ik zondagmiddag weer aan boord ga rijd ik nog voor een korte wandeling naar de Dwarsdijk aan het einde van de hoofdweg. Omdat het wad deels drooggevallen is houden de meeste vogels zich nu daar op. Op de achtergrond klinkt uit die richting het rrot-rrot gebabbel waarmee de Rotganzen onderling communiceren. Twee Rotganzen die er de voorkeur aangeven bij de Wierschuur te blijven doen er het zwijgen toe. In tegenstelling tot de ganzen die van tijd tot tijd in groepjes overvliegen.

Ik loop over het fietspad tot aan de Oeltjes. Daar steek ik de dijk over. Op grazige weiden bij Oosterend foerageert een gemengde groep Brandganzen en Rotganzen. Ik maak er een paar foto’s van, al weet ik dat het resultaat bijna altijd tegenvalt. Binnendijks teruglopend zie ik een Brandgans lusteloos in de sloot zwemmen. Dat ziet er niet goed uit. Vogelgriep misschien?

Terug in Emmen kijk ik de eerste week niet naar mijn laatste foto’s om. Als ik later op mijn MacBook de groepsfoto’s van de Brandganzen bekijk zie ik er twee tussen met pootringen. Met enige moeite kan ik de inscripties ontcijferen. Brandganzen WTBJ en WTB5 blijken op 8 mei 2025 bij Hoorn te zijn geringd door Jan Vegelin. Bij geringde Brandganzen wordt, in tegenstelling tot de Scholeksters, kennelijk geen marker aangebracht. Met WTBJ is evenwel nog iets bijzonders aan de hand. Deze gans is volgens zijn levenslijst eerder geringd op 7 september 1999 door Martin Stervander (of is het Martin van der Ster?) bij Ottenby, een dorpje op Öland, een eiland voor de kust van Zuid-Zweden. Ik leid eruit af dat deze Brandgans als 26-jarige gevangen en opnieuw geringd is. Het lijkt me niet ondenkbaar dat de andere gans ook veel ouder dan twee jaar is. Nog iets om te zijner tijd uit te zoeken.

Ook één van de twee Rotganzen lijkt geringd. Om zijn rechterpoot zie ik een metalen ring met een inscriptie die ik jammer genoeg niet kan ontcijferen.