Emanuel

In 1990 verrasten mijn oudste nicht Riek Bos (1927-2005) en haar man Wiepko Haan (1921-2001) ons met een boekwerk waarin zij allerlei wetenswaardigheden over de voorgeschiedenis van de familie van mijn moederskant hebben opgetekend. In het onderzoek daarnaar zijn ze niet over één nacht ijs gegaan. Eraan voorafgaand hebben ze stad en land afgereisd om niet alleen familie op te zoeken maar ook toegang gezocht en gekregen tot diverse kerkelijke en gemeentelijke archieven. Anky en ik werden eveneens met een bezoek vereerd toen zij een paar dagen in Odoorn, niet ver van Emmen, logeerden. Anky was toen ook al een tijd bezig met genealogisch onderzoek naar de herkomst van haar familienaam: Principaal.

In eerdere berichten heb ik dankbaar gebruik kunnen maken van door Wiepko en Riek opgedoken informatie. Zo fietste ik in 2020 met mijn vriend Wil door het gehucht ’t Nederland in de Weeribben waar zich ook een stukje familiegeschiedenis👈 afspeelt. In datzelfde jaar schreef ik over Kleine Keizer👈, een zwager van Hendrikus Bos, de twee jaar jongere broer van mijn pake Willem Bos.

Pake Willem Bos (1869-1951) verdiende de kost als turfschipper. Na zijn huwelijk met Maaike van der Leij (1872-1951) op 2 augustus 1894 voeren ze gezamenlijk verder.

In het familieboek schrijven Wiepko en Riek:

Het huwelijkscadeau dat ze van de Jongelingsvereniging kregen was een doofpot om alles in te stoppen wat niet aan de grote klok moest hangen.

Willem en Maaike gingen – evenals hun beider ouders – ook varen. Hun domicilie was Oude Bildtzijl, toen nog horende onder Vrouwenparochie. Mogelijk nam Willem de “Emanuël”, het houten schip van zijn moeder, over. [Zijn vader Andries Jacob Bos was op 1 september 1880, tegelijk met Willems 8 jaar oudere broer Jan, overleden aan de gevolgen van een besmettelijke ziekte.]

Naast turf vervoerden ze ook aardappelen, wortelen, suikerbieten, cichorei, grint enz., in hoofdzaak of misschien uitsluitend in Friesland, Groningen, Drente en Overijssel.

In 1903 kochten ze een nieuw metalen schip van 41 ton bij scheepswerf Barkmeier te Enumatil, aan het Hoendiep, voor circa f 2.000.–.

Later is dit schip – ook weer “Emanuël” – verkocht aan een zekere Boonstra te Ternaard. De nieuwe eigenaar heeft er een stuk tussen laten zetten, volgens tante Anna.

Noch in Ternaard, noch in het Scheepvaartmuseum Groningen, noch bij de Erven Scheepswerf Barkmeier, noch bij diverse eigenaars van skûtsjes, zijn we meer te weten gekomen over dit schip. We zijn nu bezig het brandmerknummer te achterhalen via kadastrale gegevens.

(19-04-1990 informatie ontvangen: Brandmerknummer 611 LEEUW 1903)

Enkele toevoegingen, rectificaties en notities die we een jaar later van Riek en Wiepko krijgen bevatten echter geen aanvullingen over het lot van dit schip.

Weer boven water

Inmiddels is hun oudste zoon Ludolf Haan in de voetsporen van zijn ouders ook op zoek gegaan naar verdere familieverhalen.

Van hem krijg ik op 24 november 2024 een foto toegestuurd met begeleidende tekst:

De eigenaar van dit schip heeft contact opgenomen met mijn neef Wiepko Bos die de foto naar mij doorstuurde. Dit is de tjalk die opa Willem Bos in 1903 liet bouwen en in 1917 verkocht aan een zekere Boonstra. Dit is een recente foto van de boot zoals hij er nu uitziet.

Het contact tussen Wiepko en Maren en Maik Overbosch, de huidige eigenaren, leidt wederzijds tot een waardevolle aanvulling van de kennis over de geschiedenis van de Emanuel. Wiepko en Ludo worden door het schipperspaar op hun schuit uitgenodigd en vertellen hen over de 12 kinderen die in de beginjaren op de Emanuel geboren zijn. Ze krijgen een rondleiding over de tjalk en maken wat foto’s van het gerenoveerde interieur.

Uit het familieboek


In het familieboek worden diverse gebeurtenissen in de periode dat het leven van Willem en Maaike zich voornamelijk afspeelde op de Emanuel beschreven.

In de eerste plaats is dat natuurlijk de vorming van het alsmaar groter wordende gezin.

Er werden twaalf kinderen geboren, zes meisjes en zes jongens. De eerste zes, 3 jongens en 3 meisjes, zijn op het houten schip geboren. De andere zes op het nieuwe ijzeren schip.

Op twee na werden alle kinderen in Oude Bildtzijl geboren. Aaltje, het zevende kind, kwam in Zwolle ter wereld. Zij was kennelijk een VIP: de familie moest zich haasten om Zwolle op tijd binnen te zeilen. Daartoe werd speciaal voor hen de spoorbrug opgehaald waardoor de trein een poos moest wachten. Aaltje was dus het eerste kind dat in 1903 op het nieuwe schip werd geboren.

Trijntje, nummer 11 in de rij, zag in Steenwijk het levenslicht,

Een foto uit 1911 illustreert het bijna volledige gezin. De jongste telg, Dirk, completeert in 1913 het twaalftal.

Staande v.l.n.r.: Sijke, Hendrik, Andries, Tabe, Haitske;
Zittend: Aaltje, Jan, Pake, Hendrikus, Trijntje, Bep, Henkie, Anna

Andries (1895-1982), de oudste, is de grootvader van Ludolf en Wiepko. Trijntje (1910-1971), de jongste op de foto, is mijn moeder. Hoewel Ludolf en ik ongeveer even oud zijn behoren we tot een verschillende generatie.

Ook een tweetal hachelijke situaties, typerend voor het leven op het water, passeren de revue. Op het riviertje de A, onder de spoorbrug achter het station, tuimelde Andries vanaf het achterdek van een vlot waarmee ze turf ophaalden in het water. Zijn vader zag het gebeuren en “bokselde” vanaf de voorkant naar de plek des onheils. Net op tijd om zijn oudste zoon aan zijn broek te grijpen en met een ferme slinger weer aan boord te hijsen.

Toen, jaren later, zijn jongere broer Jan in het Steenwijkerdiep bij Steenwijk te water raakte bedacht Andries, die inmiddels goed kon zwemmen, zich geen moment om hem achterna te springen en zijn broer op het droge te brengen. Overigens vermoed ik dat deze gebeurtenis plaatsvond tijdens een logeerpartij bij familie in Steenwijk. Pake Willem schrijft in de brief waarin hij dit voorval aanhaalt dat hij op dat moment in Friesland was. Van oom Andries is bekend dat hij in latere jaren op weg naar de familie in Oudebildtzijl vaak een tussenstop in Steenwijk maakte.

Voor Maaike-Bep was het water met het oog op haar (jonge) kinderen een schrikbeeld. Nog voor haar eerste verjaardag verdronk haar bijna twee jaar oudere broertje Hendrik Tabes op 9 november 1873 in de dorpsvaart te Marrum, gemeente Ferwerderadeel (Fr.). Dat heeft ongetwijfeld een grote invloed op haar opvoeding gehad.

Andries’ oudste zoon Willem Andries (Wim) wilde graag gaan varen, maar dat was vanwege de voorgeschiedenis van zijn vader niet aan de orde. Ludolf vertelt mij dat tot groot genoegen van Wim diens zoon Wiepko wel vol overtuiging kon kiezen voor een maritieme carrière. Hij vaart nu al jaren als kapitein bij ForestWave Navigation. Wiepko Bos wordt zo de schakel die Maren en Maik Overbosch op het spoor brengen van deze nazaat van Pake en Bep en daarmee op de vroege geschiedenis van de Emanuel.

De rol van de oudere kinderen aan boord van de Emanuel komt in het familieboek eveneens ter sprake.

Met een zeilschip voer men niet altijd voor de wind. Het schip moest geboomd en getrokken worden Ook de oudste kinderen hielpen dan mee en trokken mee in de zeel.

Vader Andries vertelde eens dat oom Hendrik trok, maar nog iets te jong was (10 jaar?). Vader zag de veldwachter op de fiets aankomen en riep naar zijn broer: “Hendrik, dou bist Tabe!” Aldus antwoordde oom Hendrik toen hij zijn naam moest opgeven. Waarna de veldwachter naar Sint Annaparochie reed om het in de burgerlijke stand te controleren.

Tante Anna vertelde dat de meisjes, dus ook Haitske en Sijke, soms meehielpen het schip te trekken. Als er dan controle dreigde deden ze net of ze bezig waren bloemen te plukken of bramen aten. Langs de Dokkumer Ee waren braamstruiken volop aanwezig.

Soms moesten ze door de weilanden lopen. Oom Tabe plaagde ze dan door te roepen dat er een gevaarlijke stier liep; de meisjes trokken daarop des te harder.

Tante Aaltje heeft nooit het schip mee hoeven trekken. Zij weet nog dat er een jaagpaard voor het schip liep. In Stroobosch woonde Maaike-Bep’s tweelingzuster Anna. Zij was getrouwd met Douwe Broersma. Samen hadden ze een winkel en Douwe trok met zijn paard de schepen.

Theatervoorstelling

Geïnspireerd door de ontdekking dat tante Aaltje in 1903 als eerste kind in Zwolle op het schip geboren is komen Maren en Maik op het idee een theatervoorstelling gebaseerd op deze gebeurtenis te maken. Beschrijvingen uit het familieboek vormen de leidraad van het stuk. De Open Havendag aan de Thorbeckegracht in Zwolle op 13 september biedt een uitgelezen podium voor de uitvoering. Zeker in de wetenschap dat Zwolle nu ook de thuishaven van de Emanuel is.

Samen met Nienke rijd ik naar Zwolle. Aangekomen bij het schip zie ik ook Wim, Puck, Maaike en Caroline tussen het publiek. De voorstelling is net begonnen.

Op het eerste fragment horen we een passend zeemanslied.

In het volgende filmpje schetst de vroedvrouw de omstandigheden vlak voor Aaltjes geboorte en zien we hoe pake Willem zijn dochters Haitske en Sijke leert de weersverwachting te lezen. Ik geef hier ter verduidelijking hun soms slecht verstaanbare dialoog zo goed mogelijk weer:

Pake: Lieve kleine matroosjes!

Kinderen: Dag Hait.

Pake: Hoe gaat het met jullie? Kom eens hier!

Haitske: Hoe gaat het met mim, hait? Is ze nog onder zeil?

Sijke: ‘k bin so koud.

Pake: Nee kind, je moeder is al weer druk in de weer in ’t vooronder. Hè, als jullie later net zo sterk en flink worden als jullie moeder, dan staan de mannen voor jullie in de rij. Maar nu nog even niet graag.

Sijke: Wanneer gaan we weer verder Hait?

Pake: Eh, morgen, zaterdagochtend vroeg als het kan en het liefst als de westelijke bullebak draait.

Sijke: Wat is dat?

Andries: De westenwind.

Pake: Precies mijn beste jongen. De Nederlandse westenwind is onze vriend en vijand tegelijk. Hier! Kijk maar eens naar die bomen. Die groeien allemaal in oostelijke richting. Ja, de Nederlandse zeewind vormt en staalt onze schippers. En we zijn zeker geen mooiweer-schippers. Nee, je moet rekening houden met het tij en iedere schipper weet dat brede lage winden ’s avonds in hun nest kruipen en dan ’s ochtends nog wel eens de kop opsteken. En komt er een opkrimper dan kun je er donder op zeggen dat het de volgende dag helemaal mis is.

Een impressie van de bedrijvigheid aan boord laat het korte fragment hierna zien. Ook de hoogzwangere Maaike-Bep komt in beeld.

In de volgende passage refereert Maaike-Bep aan de in het familieboek beschreven incidenten waarbij Andries en Jan respectievelijk te water geraken en ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnappen. Historisch gezien klopt het natuurlijk niet, omdat Jan na Aaltje is geboren. Hetzelfde kun je zeggen van de rol die Haitske en Sijke als hulpjes vervullen. Ten tijde van Aaltjes geboorte waren zij nog kleuters.

En dan wordt Aaltje geboren!

Ludolf stuurt mij de volgende fotoreportage van de voorstelling, genomen vanaf een gunstiger positie.

Ook heeft hij oog voor de nazaten van Willem en Maaike in het publiek.

Na afloop van de voorstelling krijgen we als familie de gelegenheid zelf een kijkje te nemen op het schip en een gesprek aan te knopen met enkele opvarenden. Eén van de acteurs vertelt Nienke dat hij inmiddels meer van onze familie weet dan van zijn eigen.

Benedendeks loop ik hier en daar gebukt – het is er laag – de route vanaf de roef door de vroegere laadruimte naar voren. Daar steek ik mijn hoofd door een opening naar het dek waarna ik terugga. Onderweg maak ik wat foto’s van het interieur.

Op de voorlaatste foto is links op de wand nog het familieportret uit 1911 te zien.

Terug op de kade poseren de aanwezige nazaten voor een groepsportet.

V.l.n.r: Puck,Nienke,Maaike, Ludolf, Cor, Caroline, Wim. Zwolle, 13 september 2025.

Waarna we deze prachtige mini-reünie in de binnenstad afsluiten met een gezamenlijke lunch. We hebben een mooi beeld gekregen van een stukje familieverleden met dank aan Maren en Maik Overbosch.