De onfortuinlijke aanrijding op de Boslaan waarbij beide auto’s zwaar beschadigd moesten worden afgevoerd betekent voor mij een forse beperking van mijn actieradius. Dat laat zich vooral voelen bij de keuzevrijheid die ik normaal heb voor ritjes naar natuurgebieden die verderaf liggen. Over enkele weken staat mijn vertrek naar Terschelling gepland. Ik hoop daar ook dit jaar weer een graantje mee te pikken van de activiteiten rond Oerol. Wel moet ik bewuster nadenken over de bagage die ik meeneem. Gelukkig is Harlingen met de trein via Zwolle, stakingen voorbehouden, prima bereikbaar. Mijn rugtas en een koffer bieden voldoende bergruimte voor de hoognodige spullen.
Groninger museum
Voor het zover is neem ik enkele dagen eerder de bus voor een retourtje Groningen. Nienke heeft in een Vietnamees restaurant een tafel gereserveerd om met familie en vrienden Anna’s met succes afgelegde gymnasiumexamen luister bij te zetten. Eraan vooraf loop ik nog een uurtje door het Groninger Museum. Daar blijf ik wat langer stilstaan bij werken van de Groninger schilders Otto Eerelman en Jozef Israëls. In de Schildersbuurt zijn niet toevallig twee straten naar hen vernoemd.




Ook maak ik een rondje door het Ploegpaviljoen. Er hangen naast zelfportretten schilderijtjes die leden van de kunstkring de Ploeg van elkaar in hun atelier maakten.
De kast met twaalf door Hendrik Nicolaas Werkman geschilderde Bijbelse voorstellingen op de panelen in de deuren wordt na een intensieve restauratie ook weer tentoongesteld.


Een interessant filmpje over de restauratie van deze kast is hier👈 te vinden.
Koekoek en Kleine Karekiet
Rond de kanovijver en langs de Grote Rietplas ga ik begin juni nog een paar keer op zoek naar de vogels die er het voorjaar opfleuren. Al gedurende de hele maand mei hoor ik Koekoeken luidruchtig getuigen van hun aanwezigheid. Het zijn niettemin schuwe vogels die bij benadering schielijk het luchtruim kiezen. Eén keer heb ik het geluk dat een mannetje komt aanvliegen en niet ver van mij vandaan neerstrijkt in een boom.



Daar blijft de vogel een tijdje verscholen tussen de bladeren zitten. Alleen zijn aanhoudend roepen verraadt de plek. Pas nadat hij wegvliegt, gelokt door de hinnikende triller van een vrouwtje, krijg ik de Koekoek weer kortstondig in beeld.
Het zijn vooral Grasmussen, Kleine Karekieten en Bosrietzangers die het hier voor Koekoeken aantrekkelijk maken. Zolang deze zangertjes zich actief voorbereiden op het uitbroeden van de eieren loeren Koekoeksvrouwtjes op een gelegenheid ongezien hun ei in het nest van zo’n waardvogel te deponeren. Bijgevolg zijn in juli de meeste volwassen Koekoeken alweer vertrokken. De opvoeding van hun nageslacht wordt immers uitbesteed aan pleegouders.
De Grasmus laat zich het makkelijkst zien. Regelmatig voert deze baltsvluchten uit vanaf de top van een struik of boom. Ook Bosrietzangers willen nog wel eens tevoorschijn komen, maar de grootste uitdaging voor de fotograaf vormt de Kleine Karekiet. Zelden vertoont deze zich in volle glorie aan de toeschouwer. Op 3 juni heb ik toch even beet.

Naar Terschelling
Dankzij buurman Bert wordt me een wandeling van een paar kilometer met rolkoffer en rugtas naar station Emmen-Zuid bespaard. Ruim op tijd voor het vertrek van de snelboot Tiger ben ik bij Harlingen-Haven. Vanwege een storing op de website van Rederij Doeksen was het niet mogelijk vooraf de overtocht te boeken. Gelukkig zijn er nog plaatsen beschikbaar en kan ik aan het loket een kaartje voor de overtocht kopen.
Het groepje dat bij mij aan boord aanschuift bestaat overduidelijk uit ervaren Oerolgangers. Ze hebben zich goed voorbereid. Van hen hoor ik dat het online reserveren van de voorstellingen in de voorverkoop dit jaar weer eens moeizaam verliep. Ik bekijk de komende dagen wel wat ik van Oerol meepik.
De busrit vanaf de haven naar Midsland aan Zee is ook een aparte ervaring. De sneldienst over het bijna 60 km lange traject tussen Emmen en Groningen maakt maximaal 6 tussenstops, hier tel ik over 8 km minstens twee keer zoveel. Overigens is de chauffeur zo vriendelijk me bij de toegangsweg naar Topaas af te zetten. Het roept bij me herinneringen op aan vervlogen tijden waarin busmaatschappij Cupido het passagiersvervoer verzorgde.

Mijn ouders plaatsten een witte vlag voor Schoonoord als de bus voor de deur moest stoppen om pensiongasten mee te nemen. Voor expeditiebedrijf Haan hadden ze een bord met daarop de sultan van de kippenharem afgebeeld voor het geval er bijvoorbeeld een hutkoffer naar de boot gebracht moest worden.
Weidevogels
Half juni loopt ook het broedseizoen voor Kieviten, Grutto’s en Tureluurs ten einde. Vandaar dat ik de volgende ochtend al vroeg (voor zondagse begrippen) op pad ga. Over de duinen loop ik langs het Waterplak en het Koreabos naar de graslanden ten noorden van Baaiduinen. Daar word ik luidkeels begroet door een paar Kieviten die daarmee hun nog niet vliegvlugge jongen attenderen op potentiële gevaren. Op de achtergrond staat bij de helihaven een ambulance geparkeerd in afwachting van de komst van een SAR-helikopter die een patiënt met spoed naar een ziekenhuis aan de wal kan vervoeren. Weldra overstemt het geronk van de wentelwiek de kenmerkende vocalen van de alarmerende Kieviten.






Ik loop door over de Vluchtweg die in Baaiduinen aan de overkant van de Hoofdweg verder gaat als de Kinnumerweg. Voor de bocht sla ik linksaf naar de onverharde Tuintjesweg door de polder. In het nog niet gemaaide gras van een aangrenzend weiland strekt een Grutto de vleugels. Verscholen tussen de begroeiing bevinden zich vast nog kuikens. Waarom anders zou deze Grutto alarmeren?

Dat dit een late broeder is wordt me duidelijk als ik een uur later in de polder ter hoogte van Formerum op een pas gemaaid weiland een grote groep Grutto’s in alle rust zie foerageren. Eén vogel valt op doordat hij kleurringen om de poten draagt. Ik maak er wat foto’s van in de hoop zo meer informatie over de voorgeschiedenis van deze Grutto te krijgen. Nadat ik de waarneming per mail gemeld heb krijg ik twee dagen later antwoord.




Zo kom ik te weten dat deze Grutto ruim een jaar eerder als volwassen vogel bij Oosterend (Terschelling) door Jacob de Vries geringd is. Anderhalve maand later is hij door twee waarnemers op dezelfde dag in de buurt van Workum (Fr) gezien.
Tureluurs broeden later in het seizoen. Op weg naar het Formerumer Wiel alarmeert er links en rechts van mij bij elk weiland wel een vanaf een hek of een paaltje.




Wat verderop bij het Formerumer Wiel bevindt zich een gemengde broedkolonie van Kokmeeuwen en Visdieven. Met name tussen de Visdieven zitten enkele opgewonden standjes die mij met onverhoedse luchtaanvallen de pas doen versnellen. Het hoeft geen betoog dat de foto’s die ik lukraak van de aanvallers probeer te maken faliekant mislukken.
Twee dagen later ga ik op de fiets nog eens bij de Tureluurs kijken. Doorfietsend word ik bij broedkolonie door de Visdieven kennelijk als minder bedreigend ervaren en laten ze met rust. De Tureluurs zijn in elk geval wel weer publieksvriendelijk. Ik maak zelfs een redelijke foto met de camera van mijn smartphone.







Ook Graspiepers vertonen zich her en der in dit biotoop op hoger gelegen plekken. In deze tijd is hun gedrag in dat opzicht met dat van Tureluurs te vergelijken.






Bij een poldersloot ben ik nog getuige van een mooi tafereeltje waarin een Futenpaar liefdevol een pul koestert. Zo interpreteer ik het in elk geval met mijn mensenblik.

Oerol 2025 (1)
Ik steek mijn licht op bij Puck, Maaike en Wim die inmiddels al een aantal voorstellingen hebben gezien. Hoge waardering krijgt het verhaal van de atlete Foekje Dillema, verbeeld door toneelgroep Tryater en Doekje voor het bloeden van George Tobal Producties. Laatst genoemde voorstelling is onderdeel van een trilogie samen met De Kapitalisten van De Nwe Tijd en Belofte maakt schuld door Martin Rombouts; producties van theatergezelschap Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel). Voor dinsdagmiddag hebben Wim en Puck nog als laatste onderdeel een plek gereserveerd voor de voorstelling van Rombouts. Als ik de avond ervoor kijk wat ik nog kan boeken zit ook de voorstelling van Rombouts erbij. Zo kan ik ook nog samen met broer en schoonzus een stukje Oerol meepikken.
De recensie in de theaterkrant👈 van deze voorstelling geeft de lijn van het verhaal goed weer. Maar ook het gevoel dat we na afloop van de voorstelling hebben:
Na het veelbelovende Goed goud geld, is Belofte maakt schuld een behoorlijke anticlimax. Die tegenvaller wordt weliswaar door de makers flink gethematiseerd, maar dat levert helaas toch niet veel interessants op. Er is veel schuld (‘sorry!’) en een hoop frustratie (‘fuck!’) en woede (‘fuck you!’), Rombouts geeft nukkig nog een minicollege over de staat van het kapitalisme, speciaal voor Oerolpubliek begrijpelijk gemaakt aan de hand van Bert en Ernie. Een verhaal over een verloren liefde bindt alles losjes samen.
De volgende ochtend ga ik naar het strandtheater bij West aan Zee voor een solo-circusvoorstelling. In Absurd Hero brengt de Slowaakse jongleur Roman Škadra zichzelf in hopeloze situaties, op de grens van fysiek en emotioneel uithoudingsvermogen. Een succesvolle afloop bestaat niet, alleen volharding tijdens de hardnekkige pogingen daartoe. Hoe lang houdt hij het uit?
Het heeft iets van een bokswedstrijd.
Daarna volgt een act “balletjes rapen“.





Vervolgens wordt de spanning letterlijk en figuurlijk opgevoerd met het opblazen van een ballon.
Een fractie van een seconde na het nemen van de foto hieronder knapt de ballon. Mijn buurvrouw bij de voorstelling maakt wel op dat moment een foto.

Tenslotte de aftocht, gevolgd door applaus.




Naar West
Al een paar dagen worstel ik met een defecte bril. De veer aan de linkerkant is geknakt en zover ingescheurd dat die elk ogenblik kan afbreken. Een petje met zonneklep dat ik gekocht heb als bescherming tegen de felle zon biedt wat steun aan het montuur. Erg veel vertrouwen dat dit een onherstelbare breuk lang genoeg kan voorkomen heb ik niet. Misschien kan de enige opticien van Terschelling een tijdelijke oplossing bieden. Dus fiets ik na de voorstelling meteen door naar West.
Een klant voor mij met een soortgelijk probleem kan hij uit de brand helpen. Het type veer van mijn bril zit niet in zijn assortiment; voorzichtig terugbuigen durft hij niet aan. Het enige wat hij kan bieden is versteviging met plakband op het breukvlak. Kosten: nihil.
Gelukkig houdt het pootje het tot mijn terugkeer in Emmen. Wijze les: zorg in de auto voor een reservebril in het dashboardkastje. Al moet ik erbij zeggen dat in mijn gecrashte auto nog een zonnebril op sterkte (van mijn vorige bril) moet liggen. Maar daar heb ik nu niks aan.

Ik loop verder door de Torenstraat richting de vuurtoren Brandaris. Een straatartiest heeft de aandacht van het publiek getrokken. Hij komt me bekend voor, ik heb hem eerder op Oerol zien optreden. Het is wizzard Herbie die in 2022 op hetzelfde podium als de ladderartiest Pete tijdens Oerol optrad. Daarover heb ik uitgebreid geschreven in mijn bericht “Met de neus in de boter“👈 . Ook nu speelt participatie met de toeschouwers weer een grote rol. Ik wacht het verloop niet af en ga verder op zoek naar wat nieuws.
Op het Brandarisplein is zo te zien op korte termijn ook geen Oerolactiviteit te verwachten. Daarom keer ik langs de haven terug naar mijn fiets. Onderweg blijf ik nog even vol bewondering kijken naar unieke oldtimer. Voor de ramen hangen rode gordijntjes. Op de zijkant staat het getal 60 met daaronder 1961-2011. De eigenaar vertelt mij dat hij de auto eigenhandig heeft samengesteld door samenvoeging van twee oude Renaults.






Straattheater

In Midsland onderzoeken theatermakers Mariken van Geel en Femke Ravensbergen mysterieuze zaken die zich ondergronds afspelen. Bij het Project PUT! is een werktentje boven een afvoerputje geplaatst. Daardoor zijn geluiden vanuit het tentje en gesprekken via een oude telefoon met een gemeentelijke instantie de enige aanwijzingen dat er daar beneden iets gaande is. De dames verdwijnen in het tentje, ondergaan een metamorfose en komen vervolgens weer tevoorschijn.
De outfit van de dames suggereert dat er een medische handeling verricht moet worden. Het wordt een zware bevalling.
Waarna het publiek de boreling mag koesteren.


De volgende middag ga ik wat vroeger naar Midsland voor het straattheater. De acts wisselen per dag tussen West en Midsland van locatie. Dus ik verwacht nu iets anders. In de aankondiging van het programma lijkt me uit de omschrijving de voorstelling van Magic Tom & Yuri wel veelbelovend. Op weg ernaartoe pik ik nog net het slot van de act van twee Vlaamse acrobaten mee.

De voorstelling waarnaar de jongens ons verwijzen blijkt mij erg tegen te vallen. Ik kijk het een kwartiertje aan waarna ik het wel geloof. Terug na een rondje door Midsland zijn de beide zuiderburen, Ludo en Arsène, net opnieuw aan hun act begonnen. Alsof hij voortborduurt op de act van Project Put! steekt Ludo eerst zijn hoofd in een rioolputje. Gekker kan het niet zou je denken, maar het vervolg wijst anders uit.
Het publiek volgt beide jongens die letterlijk de hele straat als podium gebruiken.





De optocht gaat verder en het gebruik van de ladder krijgt voor het Wapen van Terschelling een hoog Buurman & Buurman gehalte.

Ze moeten door voor, naar eigen zeggen, een afspraak verder in de straat.


Wie goed kijkt ziet op de top van de trapgevel een Zilvermeeuw zitten. Zou het Gerrit zijn?
Op het hoogtepunt zitten ze evenmin stil.






Zoals elke bergbeklimmer weet is een afdaling vaak riskanter dan de beklimming.
De apotheose doet me denken aan één van de dialogen tussen vader en kind waar Nienke me op de tweede zondag van juni attendeerde:

In dit verband kan ik ook de verleiding niet weerstaan van het vermelden van een tweede:

Als sluitstuk toont Ludo voor een enthousiast publiek nog één huzarenstukje.
Oerol (2)
Rond etenstijd begint toneelgezelschap Veenfabriek met de voorstelling “De Clown”. Bijkomend voordeel: er is een maaltijd inbegrepen. Dat komt mij uitstekend van pas.
Voor de achtergrond van het verhaal verwijs ik naar de recensie👈 van Kester Freriks in de theaterkrant die als volgt begint:
Met De Clown door de Veenfabriek reizen we op het Oerol Festival naar de Arabische wereld. Het voormalige festivalhart Westerkeyn ontvangt 500 bezoekers die allemaal aanschuiven voor een Arabische maaltijd; zo massaal is het festival inmiddels geworden, ooit begonnen met tien toeschouwers en een enkele toneelkunstenaar op een hooizolder of in een duinpan. Maar het moet gezegd, de logistiek is perfect. De toeschouwers zitten in een wijde kring rondom een hoog podium, bordje eten erbij.
Aan het eind van de middag sluit ik me aan bij de wachtrij. Nadat we de kaartcontrole zijn gepasseerd krijgen we bestek en instructies waar we de soep en de hoofdmaaltijd kunnen halen. Rondom het podium zijn voldoende zitplaatsen voor alle bezoekers in gereedheid gebracht. Wel is het aantal tafels beperkt. Maar ach, “bord op schoot” voldoet ook prima.





Terwijl we in afwachting van de voorstelling ons tegoed doen aan een heerlijke maaltijd, bereid door een uit Syrië ingevlogen familie, wordt het podium in gereedheid gebracht voor de voorstelling. Op de website van Oerol staat een toelichting:
De Clown volgt een reizend theatergezelschap dat via satire de geschiedenis en onze tijd beschouwt. De voorstellingen van het gezelschap zitten vol snelle grappen. Maar wanneer de clown eeuwen terug in de tijd wordt geslingerd, slaat de sfeer om. Hij ontmoet Saqr Quraish, de veroveraar van Andalusië, die rouwt om het verval van de Arabische wereld en het verlies van Palestina. Terug in het heden stranden ze machteloos in een politiecel. Al-Maghuts scherpe humor stelt ongemakkelijke vragen over macht, verloren trots en vrijheid. Live gespeelde Arabische muziek en een maaltijd geven de voorstelling warmte en feestelijkheid—in duidelijk contrast met de rauwe satire.
Nadat het merendeel van het publiek verzadigd terugzakt in de zetel kan de voorstelling beginnen. Ik beperk me tot een paar foto’s, een muzikaal fragment…..





…en de opkomst van Saqr Quraish:
Het is moeilijk het verhaal na te vertellen, eigenlijk roept het voornamelijk vragen op. Hoe zouden de betrokkenen uit het verleden, met wellicht hoop naar de toekomst, aankijken tegen de huidige situatie waarin een vreedzaam samenleven van de Palestijnen en Israël misschien voor altijd een illusie zal blijken.
Na deze indringende voorstelling voelt het goed mijn hoofd leeg te maken met een fietstocht langs de waddendijk, via het meertje van Hee door bos en duin terug naar Midsland aan Zee.











Op vrijdagochtend sluit ik mijn participatie aan Oerol 2025 af met de voorstelling Foekje door Tryater in de gymzaal, een passende locatie voor het verhaal van deze atlete.
Foekje Dillema verpletterde eind jaren ’40 haar internationale concurrentie als hardloopster. De ‘Friese stoomwals’ uit Burum zou als grote kanshebber meedoen aan het EK in Brussel. Maar, men twijfelde of de razendsnelle plattelandse wel een vrouw was. De net ingevoerde seksetest weigerde ze. Foekje werd voor het leven geschorst en zweeg ook voor het leven. Was dit uit schaamte? Uit trots? Of verzet? Moeten wij dan ook zwijgen? Op Oerol vieren we Foekjes explosiviteit, veerkracht en onverzettelijkheid.
Een adequate beschrijving van deze voorstelling is weer in de theaterkrant👈 te lezen.
De spelers komen hollend binnen aan het begin van de voorstelling; aan eind verlaten ze na het welverdiende applaus de zaal evenzo.

Opnieuw een voorstelling over een actueel onderwerp dat eigenlijk niet meer actueel zou moeten zijn.
’s Middags, bij het wegwerken van de was, word ik nog toegezongen door een Winterkoning. Op de achtergrond wappert de Terschellinger vlag. Een mooi tafereel tot besluit. Al zingt hij niet Oh Skylge myn lântsje – het Terschellinger volkslied.

Morgen vertrek ik weer met het openbaar vervoer naar huis. Het zal nog een week of vier duren voor ik duidelijkheid krijg over het lot van mijn auto. Maar dat weet ik dan nog niet.