De herfst klopt aan de deur. Met de lente mijn favoriete seizoen. De zomer heeft onmiskenbaar voordelen. Langere dagen, minder energiekosten en luchtiger kleding verschaffen comfort. Maar tot op zekere hoogte is het ook een saaie periode. Niet voor niets wordt wel gesproken van komkommertijd.
Ik merk dat enige melancholie zich nu meester van mij maakt. Dat ervaar ik overigens niet als onprettig. Misschien past het mij als oktoberkind👈
Een laatste warme zonnestraal verwarmt jouw eerste dag
En een laatste zwaluw die vertrekt is de eerste die jij zag
Dat is waarom een oktoberkind niet gelooft in laatste dingen
’t Zal een herfstdag als een lentedag bezingen
Uit: “Oktoberkind” – Liselore Gerritsen
En, inderdaad herinner ik me twee overvliegende Boerenzwaluwen in een herfstvakantie lang geleden als mijn laatste jaarwaarneming ooit van deze vogelsoort. Ondertussen put ik troost uit de wetenschap dat na de winter het voorjaar wacht en ik weer de eerstelingen hoop te begroeten.
In oktober ga ik liever naar een bos in herfsttinten met op de achtergrond de contactroepjes van vinken, mezen en her en der kleurige paddenstoelen met exotische namen. De goeddeels verlaten heideterreinen zoek ik wel weer op als hun bewoners in het voorjaar uit hun winterslaap ontwaken.
Sinds fotograferen een geliefd tijdverdrijf voor mij geworden is heb ik meer oog gekregen voor de lichtomstandigheden waarbij ik de mooiste resultaten kan bereiken. Niet voor niets heb ik in Wijs met de Wadden👈 gewezen op de “gouden uren”. Oktoberlicht maakt dankzij de laagstaande zon die periode langer.
Voor het zover is blik ik terug op recente geluksmomentjes.
IJsvogel
De vorige keer beschreef ik hoe ik een gezichtje zag in een knoest op de tak die door de IJsvogels als uitvalbasis voor hun duikvluchten gebruikt wordt. Op een andere plek lijkt het alsof een IJsvogel van onderaf gegrepen wordt door een krokodil met opengesperde bek. Mijn fantasie kent geen grenzen..

Het IJsvogelpaar heeft met minstens 3 broedsels een zeer succesvol jaar achter de rug. Bij elk bezoek aan de vogelkijkhut krijgen we daarom ruimschoots de gelegenheid één of meer gezinsleden te portretteren. Een vrouwtje poseert prachtig in het late avondlicht.

Grauwe Klauwier
Eind augustus worden nog steeds jonge Grauwe Klauwieren in het Diependal gesignaleerd. Ik heb foto’s met daarop drie tegelijk gezien. Zelf krijg ik er twee keer eentje voor de lens.




Nooit eerder zag ik deze soort zo laat in het seizoen. Inmiddels zullen ze ons land wel hebben verlaten.
Dodaars
Tijdig vertrek naar warmere oorden is voor veel watervogels geen noodzaak. Juveniele Dodaarzen duiken daarom nog regelmatig op en onder in de directe omgeving onderaan de observatiehut. Zo dichtbij grijp ik mijn kans ze te vereeuwigen.


Purperreiger
De Purperreiger is een trekvogel die voornamelijk nabij laagveenmoerassen broedt. De dichtstbijzijnde bevinden zich in de kop van Overijssel. Het is daarom niet vreemd dat ik deze maand pas voor het eerst met zekerheid een Purperreiger zie. De vogel vliegt een rondje om de drukbezette kijkhut in het Diependal. De opmerkzame vogelaar die ons er meteen na zijn ontdekking op attendeert zit aan de andere kant. Desondanks lukt het mij nog net op tijd een gaatje tussen de hoofden voor één van de kijkgaten te vinden om de Purperreiger in beeld te krijgen. Altijd grappig te zien hoeveel opwinding het verschijnen van een bijzondere vogel bij de aanwezigen veroorzaakt.




Blauwe Reiger vs. Grote Zilverreiger
Soms lijkt het erop dat de 50 jaar geleden uiterst zeldzame Grote Zilverreiger de Blauwe Reiger als meest algemene reiger heeft verdrongen. Met name in de winter zien we er veel. Met als gevolg dat ook ik minder snel de neiging krijg ze te fotograferen. Ten onrechte eigenlijk.






Waterhoen
Voor wie er oog voor heeft kunnen we aan de waterkant in stad en dorp de daarom als gewoon ervaren Meerkoet en Waterhoen geregeld zien. Toch verraste een exemplaar van de laatstgenoemde soort mij thuis voor de schuifpui toen hij de afgelopen winter op zoek was naar iets eetbaars

In het Diependal zie ik een Waterhoen in een voor die vogel ongetwijfeld aantrekkelijkere omgeving. Uit fotografisch oogpunt geldt dat voor mij natuurlijk ook.

Ezumakeeg
Op 28 augustus lokken gunstige weersvooruitzichten mij voor de tweede keer dit jaar naar het Lauwersmeer. Vanaf het activiteitencentrum Lauwersnest fiets ik eerst een rondje door het Ballastplaatbos. Aan de rand daarvan staat een observatietoren, maar die is alleen te voet bereikbaar. Een aantal jaar geleden ben ik er nog opgeklommen. Nu lees ik dat door brand daar alleen het onderste platform nog van over is. Het verklaart in elk geval waarom ik kort daarna vanuit de vogelhut bij het Jaap Deensgat geen toren meer zie als ik in de richting van het Ballastplaatbos kijk.
Bij de vogelhut is in de directe omgeving weinig te beleven. Ik blijf er daarom niet zo lang, hoewel de temperatuur binnen aangenamer is dan in de brandende zon buiten. Eén van twee andere aanwezige vogelaars vertelt me dat ze eerder ’s ochtends bij Ezumakeeg leuke vogels heeft kunnen fotograferen. Dat biedt perspectief voor mijn plan daar aan het eind van de middag aan te komen. Bij mijn vertrek opper ik nog twee mogelijkheden om op weg ernaartoe te ravitailleren: in Zoutkamp of bij Dokkumer Nieuwe Zijlen. “Ik zou beide doen” zegt de andere vogelaar. Zo gezegd, zo gedaan.

Aangekomen bij Ezumakeeg is het een drukte van belang. In de berm staan verscheidene auto’s geparkeerd. Gewapend met telescoop en verrekijker speuren tientallen vogelaars, enkele zelfs op een campingstoeltje, over het water naar zeldzaamheden tussen de steltlopers. En die zijn er. Zoals Krombekstrandlopers, Kemphanen en Kluten met op de achtergrond duizenden Goudplevieren.





De voornaamste trekpleister vormt een groepje Grauwe Franjepoten. Het zijn betrekkelijk kleine vogeltjes die rondjes zwemmen tijdens het foerageren. Sinds ik als vogelaar2.0 (naast de verrekijker ook een fototoestel) door het leven ga is dit de eerste keer dat ik ze wat dichterbij kan zien.

Meestal worden ze aan onze kust in veel kleinere aantallen gezien. Ik schiet wat plaatjes.





Met mijn apparatuur is dit in deze omstandigheden het best haalbare. Waarschijnlijk kom ik nooit in de buurt van dit niveau 👈.
Een stukje verderop zie ik een Kemphaan achter de begroeiing pootjebaden. Die krijg ik gedetailleerder in beeld. Het is nu zaak een plek te vinden waar de oevervegetatie het uitzicht niet belemmert. Gelukkig blijft de Kemphaan onverstoorbaar in het ondiepe water speuren naar voedzame prooien.






Bovenstaande foto’s zijn met de Nikon gemaakt, de foto’s hieronder met de Sony.







Ook een Steltkluut laat zich in volle glorie bewonderen.







Bij Ezumakeeg ziet een vrouw door haar telescoop op grote afstand een paar Reuzensterns tussen een gemengde groep eenden, meeuwen en kieviten. Op haar aanwijzingen zoom ik met mijn camera in op de bewuste locatie. Inderdaad kan ik ze daar nu dankzij hun forse knalrode snavels onderscheiden.
Zwanen, eenden onder meer (water)
Het Diependal herbergt met de herfst in aantocht eveneens steeds meer watervogels. Zelf zou ik ze niet hebben opgemerkt, maar tussen de Wilde Eenden, Krakeenden en Wintertalingen word ik gewezen op een tweetal Smienten. Net als bij de meeste eenden dragen ze nog het eclipskleed wat herkenning bemoeilijkt. Hun blauwachtige snavel is voor mij in deze fase het duidelijkste kenmerk waarmee ze zich onderscheiden.







Vergeleken met een Knobbelzwaan is een Smient maar een kleine vogel maar die wordt zo te zien door de eend niet als bedreigend ervaren. Ze zwemmen vreedzaam in elkaars nabijheid.

Vogelfotografen steken vaak de loftrompet over opnames waarbij het onderwerp op ooghoogte in beeld wordt gebracht. Daarvoor zul je vaak door de knieën moeten of, nog erger, plat op je buik liggen. Bij vogels in het water zijn dergelijke capriolen een nog grotere uitdaging. Aan de andere kant mis je dan reflecties die ook hun charme hebben.




Landrotten
Minder aan water gebonden zijn de Spreeuwen die nu massaal naar het Diependal komen om te overnachten. Op hun beurt trekken ze weer roofvogels als Sperwer en Havik naar zich toe. Het blijft altijd een spectaculaire vertoning 👈 als spreeuwenwolken allerlei fraaie patronen laten zien voor ze oplossen in de slaapplaatsen van de vogels.
Maar als individu of in kleine groepjes zijn ze zeker ook het bekijken waard.





Ondertussen komen steevast rond deze tijd ook enkele Reeën tevoorschijn om te grazen op één van de haaks op elkaar gelegen dijken tussen de natte compartimenten. Soms kijken ze argwanend in de richting van de observatiehut. Alsof ze in plaats van telelenzen de loop van een geweer op zich gericht vrezen.

In de bosjes vlakbij strijken enkele kleine vogeltjes neer. Ik zie een Tjiftjaf, een paar Ringmussen en één van de laatste Kleine Karekieten. Of is het toch een Bosrietzanger?
