Laatkomers

Het zijn drukke tijden voor de vogels en de vogelaar. Het broedseizoen is in volle gang. In maart en april zoeken standvogels en weidevogels en ook de in Zuid-Europa en Noord-Afrika overwinterende trekvogels hun favoriete broedbiotoop in ons land weer op. Later volgen de soorten die duizenden kilometers moeten afleggen om hier hun broedterritorium af te bakenen. Ik voel een sterke drang om daar zoveel mogelijk van mee te maken. Voor je het weet doen zangvogels er weer het zwijgen toe en wordt het lastiger ze te vinden.

Aan de hand van in april en mei gemaakte opnamen probeer ik ook nu weer mijn beleving van het ontluikende voorjaar te beschrijven. In schril contrast met het wereldgebeuren houdt dit mijn hoop op betere tijden in leven.

Blauwborst, Roodborsttapuit en Boompieper

Op 12 april loop ik een rondje in het Bargerveen over het Schoonebeekerveld. Daar hoor ik dat de Boompiepers zijn teruggekeerd, zie er een paartje Roodborsttapuiten en ontdek ik mijn eerste Blauwborst van dit jaar.

Bargerveen bij Weiteveen, 12 april 2024

Er verloopt een maand voordat ik vanuit de vogelkijkhut in het Diependal opnieuw een Blauwborst zie. Deze keer ben ik er al in de vroege ochtend. Maar ook dan is het er al druk. Het ontlokt mij de opmerking dat ik de nachtploeg kom aflossen. Er heeft zich in elk geval een gezellig clubje verzameld. Eén van de aanwezigen trakteert ons op zelfgebakken cake. Een welkome aanvulling op mijn ontbijt.

Blauwborst, Diependal, 15 mei 2024

Bij een fietstocht in het Zuidlaardermeergebied maak ik een stop voor een bruggetje over het Drentsche Diep. In tegenlicht zie ik op een hekje het silhouet van een Blauwborst. Ik herken hem aan zijn zang. Door een stukje terug te lopen lukt het me zijn kleurenpalet met de witte vlek op zijn borst te onderscheiden.

Even daarvoor liet langs de spoorbaan van Groningen naar Hoogezand een mannetje Roodborsttapuit zich al in volle glorie bewonderen in de top van een struik. Tot een passerende trein hem doet wegvluchten naar de ondergroei.

De maand mei loopt al op zijn eind als ik naar het Lofargebied bij Buinen ga. Het is een ultieme poging om Kleine Karekieten buiten hun comfortzône in de onderste laag van het riet te fotograferen. Hoe dat afloopt komt verderop aan de orde.

Als ik terugloop naar mijn vertrekpunt bij het enige gebouwtje in de omtrek, zingt vanaf de dakrand een Blauwborst. Tegenlicht vergalt aanvankelijk ook hier het kijkgenot. Dichterbij gekomen vliegt hij naar de achterkant. Als ik hem daar opnieuw in beeld krijg word ik echter door euforie overmeesterd. Fladderend van de ene naar de andere uitkijkpost showt deze vogel niet alleen zijn fraai gekleurde borst maar ook zijn kleurrijke staart.

Witsterblauwborst, Lofargebied-Buinen, 27 mei 2024

Gele Kwikstaart

Witte Kwikstaarten kun je vanaf begin maart terug verwachten. Zijn verre verwanten met hun felgele borst arriveren globaal een maand later. Bij Tusschenwater, de waterberging in het Hunzedal waar ik afgelopen jaar zo mooi Steltkluten kon bekijken👈, kom ik mijn eerste Gele Kwikstaarten tegen.

Dat nog niet elke Gele Kwikstaart in lentetooi is zie ik drie dagen later bij het waterbekken waaruit het riviertje de Runde bij het Bargerveen ontspringt.

Op 21 mei maak ik vanaf Tusschenwater een fietstocht door het Zuidlaardermeergebied. In de Oostpolder bij Noordlaren is de voorjaarsstemming opperbest. Ook de Gele Kwikstaart draagt daar zijn steentje aan bij. Terwijl hij verderop vanaf een paaltje rondkijkt kom ik al fotograferend stapsgewijs dichterbij. Onderstaande foto is het resultaat van de kortste afstand waarop hij me toelaat.

Gele Kwikstaart, Oostpolder, 21 mei 2024

Kortelings ben ik mijn Nikon weer gaan gebruiken. Ik heb het gevoel dat ik daar in sommige situaties wat mooiere opnamen mee kan maken. Het lukt mij met de Nikon beter vliegende vogels sneller in beeld te krijgen. Ook lokaliseer ik vogels die zich dichtbij schuilhouden tussen de begroeiing wat gemakkelijker.

Bij de plaatselijke fotozaak heeft een medewerker een probleem met het beeld in de zoeker verholpen. De boosdoener blijkt een haar op één van de inwendige onderdelen. Een blaasborsteltje brengt uitkomst. Zo keert het plezier van fotograferen met deze camera terug. Al duikt enkele dagen later het haartje plotseling ook weer op. Maar nu kan ik het zelf oplossen .

Rietzanger

Op 29 april combineer ik een wandeling bij Tusschenwater met een ritje naar de Onnerpolder. Ik parkeer de auto aan het eind van de Osdijk. Daarvandaan volg ik het bijna vier kilometer lange pad over de dijk langs het Drentsche Diep naar het gemaal. Links en rechts klinkt vanuit de rietkragen het lied van Kleine Karekieten en Rietzangers. Ik hoor zelfs de monotone triller die moet doorgaan voor de zang van een Snor. Alleen sommige Rietzangers en een enkele Rietgors gunnen mij een blik op hun uitvoeringspraktijk.

Het Drentsche Diep langs de Onnerpolder, 29 april 2024
Rietzanger, Onnerpolder, 29 april

In een plas onderaan het gemaal maken twee Geoorde Futen elkaar het hof. Onlangs kwam mij ter ore dat deze Futen bij voorkeur nabij of in kolonies van Kokmeeuwen broeden. Het onophoudelijke gekrijs van de talrijke Kokmeeuwen in de kletsnatte polder voor het gemaal ondersteunen die observatie. Ook op het Amsterdamscheveld in het Bargerveen ben ik bij nader inzien Geoorde Futen steeds in gezelschap van Kokmeeuwen tegengekomen.

Bloeiend Fluitenkruid en nog meer Rietzangers fleuren mijn terugtocht op.

Bijna terug op het vertrekpunt landt in een plas onderaan de dijk een paartje Zomertalingen. Vanaf half maart heb ik in het Diependal ook regelmatig Zomertalingen gezien, maar deze laten zich beter bekijken. Een mooie bonus aan het slot van deze wandeling.

Niet ver van deze plek zie ik drie weken later in de Oostpolder door het oog van de Nikon nog meer Rietzangers.

Rietzanger, Oostpolder, 21 mei 2024
Rietzanger in de Oostpolder

Met mijn andere camera probeer ik een filmpje van deze welwillende zingende Rietzanger te maken. Een zoemende bij komt ondertussen aanvliegen en verstoort mijn concentratie om filmend vanuit de hand het beeld zo stabiel mogelijk te houden.

Boerenzwaluw

Half april scheren mijn eerste Boerenzwaluwen over het Diependal. Altijd een geluksmomentje waarop het besef neerdaalt dat ze ook deze zomer weer van de partij zijn. Het betreft vermoedelijk vogels die nog op doorreis zijn.

Eind april verken ik per fiets het Drents-Friese Wold. Vanuit Terwisscha maak ik een rondrit van 35 kilometer waarbij ik hier en daar moet omrijden vanwege diepe plassen op het fietspad en onderhoudswerkzaamheden aan de weg. Ik kom langs het Canadameer, het Doldersummerveld, in Diever en via Oude Willem op het Aekingerzand. Onderweg neem ik een mij onbekende roep van een vogel hoog in de bomen op. Herkenningsapp Merlin weet er evenmin raad mee. Het lukt mij niet de bron in beeld te krijgen.

Terugrijdend over N381 (in Emmen bekend als de Frieslandroute) kan ik de verleiding niet weerstaan de terugrit bij het Diependal te onderbreken. Zoals altijd zijn er ervaren (en minder ervaren) vogelkenners aanwezig. Ik vertel over het mysterieuze geluid dat ik hoorde en probeer de roep te omschrijven. Op basis daarvan suggereert één van de aanwezigen een Zwarte Specht als kandidaat voor de determinatie. Dan schiet me te binnen dat ik de gemaakte opname kan laten horen.

Roepende Zwarte Specht

Die neemt de laatste twijfel weg.

Buiten, op één van de levenloze boomstammen die terwille van de fotografen als lokkertje voor diverse vogels bij de kijkhut zijn geplaatst, poetst een Boerenzwaluw de veren. Ik maak dankbaar gebruik van de gelegenheid die de vogel mij biedt.

Zwaluwen in de vlucht fotograferen is een ander verhaal. Bij de IJsvogels die hier regelmatig in de buurt van de nestgang duikvluchten uitvoeren kan ik er beter op anticiperen.

Bij mijn fietstocht in het Zuidlaardermeergebied zie ik een stel Boerenzwaluwen regelmatig naar een modderpoel vliegen om bouwmateriaal te verzamelen. Daar grijp ik op goed geluk mijn kans.

Grauwe Klauwier

Op de dag van de arbeid (1 mei) fiets ik over het Dwingelderveld. Een man die kind aan huis is in het gebied vertelt dat bij het Smitsveen inmiddels Grauwe Klauwieren zijn gesignaleerd. Het is de omgeving, niet ver van de radiotelescoop, waar ze jaarlijks opduiken. En passant zegt hij dat daar ook een Zomertortel zit.

Ik ben onderweg naar die plek en hoor een duif koeren. Het duurt even voor het tot me doordringt dat het geluid van de Zomertortel afkomstig moet zijn. Het verschilt duidelijk van de drietonige reeksen die Turkse Tortels produceren of de vijf “lettergrepen” van de Houtduif. Jammer genoeg heb ik op dat moment niet de tegenwoordigheid van geest het geluid op te nemen. Ik ben teveel gespitst op het vinden van Grauwe Klauwieren. Die laten zich echter evenmin zien.

Radiotelescoop bij het Dwingelderveld, 1 mei 2024

De volgende dag beproef ik daarom mijn geluk in het Bargerveen. Daar heb ik snel beet. Een vrouwtje Grauwe Klauwier inspecteert de omgeving vanaf een elzentak.

Grauwe Klauwier, Bargerveen, 2 mei

Het is hoe dan ook mijn vroegste waarneming van de Grauwe Klauwier in het Bargerveen.

Ik zie ook een stel hazen dat kennelijk het voorjaar in de kop heeft. Ze hebben geen oog voor de man die verderop op het pad de pas inhoudt. Hij krijgt alle gelegenheid het paar te filmen als ze hem naderen.

Ik denk er vroeg bij te zijn, maar de cameraman is al weer op weg naar huis. Hij stelt me wel meer Grauwe Klauwieren in het vooruitzicht. Dankzij één mannetje, anderhalf uur later eveneens te zien op een uitkijkpost, blijft de dagteller voor mij echter op twee steken.

Twee en een halve week later loop ik er meer tegen het lijf, al kan ik overlap natuurlijk niet uitsluiten.

Grauwe Klauwier 🚹, Bargerveen, 20 mei 2024

Visdief

Doorgaans verschijnt de eerste Visdief rond 20 april in mijn omgeving. Deze keer vliegt er pas op 2 mei bij het Rundebekken een paar mijn blikveld in. Op dezelfde dag als mijn eerste Grauwe Klauwieren. Wat voor de ene soort vroeg is, is voor de andere laat. Maar waarnemen is vanzelfsprekend ook een kwestie van op de juiste tijd op de juiste plaats zijn.

In de loop van de maand zie ik ook weer Visdieven bij de Grote Rietplas en in het Diependal.

Kleine Karekiet

Als het riet in blad schiet arriveert de Kleine Karekiet. In Noord-Nederland worden ze later gesignaleerd dan beneden de rivieren. Begin mei laten ze horen dat ze terug zijn. Vanaf dat moment ben ik geregeld met de camera in aanslag turend naar de rietkraag bij de waterkant aan te treffen. Behalve de zang is voor mij de, niet door de wind veroorzaakte, beweging van een enkele rietstengel de voornaamste aanwijzing waar het vogeltje te zoeken. Vaak moet ik al blij met een glimp zijn; meestal zit het uitlopend blad in de weg.
Op 4 mei heb ik geluk. Een Kleine Karekiet kan ik met de Nikon korte tijd volgen. Hij blijft een tijdje zingend tussen de kale rietstengels zitten.

Talloze pogingen die daarna volgen blijken vruchteloos. Ook het uitstapje naar het voor riet- en moerasvogels aantrekkelijke biotoop in het Lofargebied levert weinig meer dan enkele Rietzangers, Rietgorzen en een Blauwborst op. Tot ik uiteindelijk vanaf de weg een zingende Kleine Karekiet duidelijk zie afsteken tegen de achtergrond van een lager gelegen rietkraag. De afstand is wel groter dan bij zijn begin mei gefotografeerde soortgenoot, maar tussen mij en deze Kleine Karekiet bevinden zich nu weinig obstakels.

Bosrietzanger

Zwijgend naast elkaar is het een schier onmogelijke opgave de Kleine Karekiet van de Bosrietzanger te onderscheiden. Maar zodra ze gaan zingen is vergissing uitgesloten. Met een beetje goede wil is in de voortdurend herhaalde zangstrofen van de eerstgenoemde ‘karre-karre-kiet” te horen, terwijl de Bosrietzanger een schier eindeloos lang lied vol trillers en imitaties laat horen.

Op de avond van 18 mei hoor ik bij de Visvijver niet ver van mijn huis eindelijk Bosrietzangers. De foto’s die ik probeer te maken blijken stuk voor stuk onscherp. Daarom waag ik me de volgende dag aan een nieuwe poging in de vroege ochtenduren. Het wordt één van de hoogtepunten dit seizoen. Nooit eerder kreeg ik zo veel medewerking van een Bosrietzanger. Tussen de fotosessies door maak ik ook de geluidsopname hieronder. De twee kliks halverwege zijn geen imitaties door de vogel maar afkomstig van mijn fototoestel. De foto eronder is omstreeks dat tijdstip genomen.

Bosrietzanger, Visvijver Grote Rietplas, Emmen, 19 mei 2024
Bosrietzanger, Visvijver Grote Rietplas, Emmen, 19 mei 2024

Aansluitend knoop ik nog een gesprekje aan met een sportvisser die net bezig is zijn spulletjes in te pakken. Ik ben benieuwd naar de charme van het vissen in de nacht, een activiteit die op deze plek wordt toegestaan. Het is kennelijk de kick die de liefhebber krijgt als je net wegdoezelend wakker schrikt omdat je beet hebt. En de roep van de Koekoek waarmee deze onvermoeibaar de hele nacht van zich laat horen is vast ook sfeerbepalend.

Koekoek

Daarover gesproken, ook overdag geven Koekoeken de hele meimaand acte de présence. De bebouwde kom waarin ik woon wordt evenmin geschuwd. Meermaal (zelfs terwijl ik dit opschrijf) roept het mannetje zijn naam, meestal vanuit een hoge populier langs het fietspad. Ook de hinnikende roep van het vrouwtje klinkt op gezette tijden.

In het Diependal strijkt op 10 mei regelmatig een Koekoek neer op één van uitkijkposten bij de vogelhut.

Koekoek, Diependal, Oranje, 10 mei 2024
Koekoek, Diependal, Oranje, 10 mei 2024

Vijf dagen later, bij het ochtendbezoek aan het Diependal waaraan ik eerder refereerde, ontdekt één van de aanwezigen een vrouwtjes Koekoek. In het mooie ochtendlicht kan ik haar nog op de foto zetten voor zij verder vliegt. Mannetjes zijn door het aanhoudend roepen gemakkelijker te lokaliseren,

Weer een week later maak ik andermaal een rondje om de visvijver als een Koekoek overvliegt en vervolgens in een struik iets verderop landt. Omdat hij met zijn rug naar mij toe zit kan ik wat dichterbij komen. Hij kijkt van rechts naar links. De foto waarop hij naar rechts kijkt wordt ontsierd doordat een dun omhoogstekend takje precies voor zijn kop zit. Gelukkig zit dat bij de tweede opname niet in de weg.

Koekoek, Grote Rietplas Emmen, 22 mei 2024

Als ik aan het eind van de visvijver de hoek om ga kijk ik over het water langs de rietkraag frontaal een vrouwtjes Koekoek recht in het gezicht. Hoewel ze me de tijd voor een serie foto’s gunt stelt het resultaat me achteraf teleur. Een betere opname dan het plaatje links zit er niet tussen. Jammer, maar helaas.

Enkele dagen later lukt het wel weer plaatje van haar man te schieten. Of is die omschrijving gratuit en zijn het notoire vreemdgangers? Koekoeken lijken me met hun parasitaire gedrag vogels die zich bij uitstek niet bekommeren om een vaste relatie.

Koekoek, Emmen, Grote Rietplas, 27 mei 2024

Fluiter

Zowel op het Dwingelderveld als in het Drents-Friese Wold hoor ik langs fietstrajecten in een bosrijke omgeving enkele malen de karakteristieke zang van de Fluiter. Beide keren neem ik niet de moeite daarvoor mijn fietstocht te onderbreken omdat de ervaring leert dat deze tamelijke rusteloze vogeltjes zich niet gemakkelijk laten fotograferen. Het vergt geduld en een portie geluk om ze tijdens de balts te kunnen portretteren.

Met de succesvolle zoektocht naar de Fluiter twee jaar geleden👈 in gedachten beproef ik mijn geluk opnieuw in de Emmerdennen. Op 25 april leidt dat vooralsnog niet tot het gewenste resultaat. Misschien is het ook nog wat te vroeg in het seizoen. Niettemin bevalt het weerzien met de Emmerdennen wel. Ik loop verder langs het zandgat met het landart project Broken Circle Spiral Hill 👈 van Robert Smithson. Hoewel officieel niet toegankelijk vind ik op aanwijzing van een buurtbewoner toch een doorgang om daar even een kijkje te nemen en een paar foto’s te maken.

Terug in de Emmerdennen kom ik nog langs twee beuken waarin Zwarte Spechten een nestholte hebben uitgehakt. Van de vogels zelf echter helaas geen spoor.

Een melding op waarneming.nl👈 van een Fluiter in de buurt van de stuifzandvlakte Haantjebak in de Emmerdennen brengt me er toe daar op zondagochtend 12 mei opnieuw een kijkje te nemen. Een stukje vanaf het pad vliegen Fluiters baltsend en zingend tussen het gebladerte van de hak op de tak. Als ik ernaartoe loop maken steekmuggen me het leven zuur. Een kwartier lang probeer ik ondertussen de vogels wat langer in beeld te krijgen. Het is vergeefse moeite. Dus ga ik maar weer een stukje verder in de hoop op een nieuwe gelegenheid. Ik hoef niet ver te lopen om die te krijgen. Vanaf het bospad zie ik andermaal een Fluiter die mij niet alleen op een fraai concert trakteert maar daarbij takken van bomen in de buurt van mijn standplaats als podium gebruikt.

Fluiter, Emmerdennen, 12 mei 2024

In onderstaande opname brengt een Vink (via een met tussenpauze telkens herhaalde en in toonhoogte dalende strofe) samen met een Fluiter (herkenbaar aan de versnellende trillers) een duet ten gehore.

Duet van een Vink en een Fluiter in de Emmerdennen op 12 mei 2024

De natuur heeft mij veel mooie momenten bezorgd in de afgelopen maanden.