Tante Anna

Nadat ik toegelaten werd op de Christelijke HBS in Leeuwarden was het vanzelfsprekend dat ik bij tante Anna, een zuster van mijn moeder, in Oudebildtzijl in de kost zou gaan. Wim en Marianne waren mij daar voorafgegaan. Door een tweetal tragische gebeurtenissen kwam tante in 1957 in beeld als hospita voor Wim die vanaf september 1956 op de HBS zat.

De eerste maanden kreeg Wim onderdak bij onze nicht Siet en haar man Anton in Buitenpost. Buitenpost ligt halverwege Groningen en Leeuwarden aan de spoorlijn zodat de reistijd naar school alleszins aanvaardbaar was.

Het in 1952 gehuwde echtpaar had vier jonge kinderen, Karel, Trienke en de tweeling Margriet en Hendrika. Ze konden Wim er ook nog wel bij hebben. Spoedig sloeg echter het noodlot toe. De tweeling kreeg kinkhoest met als verdrietig gevolg dat Hendrika stierf. Voor Wim werd tijdelijk een kosthuis in Leeuwarden gevonden.

In dezelfde periode verzorgde tante Anna in Oudebildtzijl haar terminale ruim 10 jaar oudere echtgenoot Jan de Vries. Ze waren in 1937 getrouwd maar kregen geen kinderen.

Oom Jan en tante Anna

In mijn prille jeugd heb ik deze oom Jan (ik heb er meerdere gehad) éénmaal gezien bij een bezoek met mijn ouders aan de familie in Oudebildtzijl. In mijn herinnering vond ik het een wat griezelige man. Waarschijnlijk is dat te verklaren aan de hand van enige wetenswaardigheden die mijn achterneef Ludolf Haan over hem optekende op basis van gesprekken met andere familieleden.

In 1937 trouwde Anna met Jan de Vries. De man was schoolmeester en had een glazen oog. Dat oog ging ’s nachts in een glas water. Er gaat een verhaal dat Anna ’s nachts een keer wakker werd. Ze nam een slok water en merkte dat ze Jans oog in haar mond had.

(Bron: tante Alida, en ik meen ook een verhaal dat opa Andries gnuivend kon vertellen.)

Hij dementeerde en kon in die periode verschrikkelijk vloeken, iets wat hij daarvoor nooit gedaan had.

Het tweede citaat heeft betrekking op de periode voor zijn overlijden op 9 december 1956.

Tante Anna wordt ook beschreven als een vrouw met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, vooral als er in de familie hulp nodig was. De verzorging van haar man in de laatste maanden van zijn leven had een flinke wissel getrokken op haar fysieke en mentale gesteldheid. Een nieuw doel in de vorm van de opvang van Wim kwam dan ook als een geschenk uit de hemel. Het markeerde de start van een periode van 10 jaar waarin ze vier neven en nichten onderdak bood. Naast mijzelf, mijn broer en zus ook onze nicht Fredie. Tante knapte zienderogen op.

Vanuit mijn perspectief heb ik over die tijd één en ander hier 👈 beschreven.

De sanitaire voorzieningen waren rond 1956 ten huize van tante Anna nog tamelijk primitief. Voor het doen van je behoefte was een gang naar de poepton in een schuurtje buitenshuis noodzakelijk. Op gezette tijden werd de ton langs de weg gezet om geleegd te worden.

Als op een heldere onbewolkte winteravond de melkweg en de sterren in volle glorie te zien waren placht tante de volgende dialoog, ongetwijfeld geïnspireerd door het beeld van iemand met hoge nood die vol ongeduld buiten wacht op zijn beurt, in dialect te reciteren:

Sterens helder en klaar..

Wat zeg’st? Kerels daar?

Ach man, kak wat an.

Wat zeg’st? 80 man?

Al snel na het overlijden van oom Jan kwamen er binnenshuis een douche en een WC die op de riolering werden aangesloten. De buitendeur werd naar de zijgevel verplaatst. Dit tot ongenoegen van haar buurvrouw, de weduwe Krottje, waarmee tante Anna vanaf dat moment permanent in onmin leefde. En dat terwijl je vanuit de nieuwe plek uitkeek op een blinde muur. Met vrouw Krottjes zoon Abe, inmiddels al jaren het huis uit, was de verstandhouding overigens prima. Zijn moeder was gewoon een raar mens.

Achter tante’s woning bevond zich naast een schuurtje ook een tuinhuisje, de “tent”. Het was er jaren geleden neergezet toen tante Anna vanwege een TBC-besmetting moest kuren. Op mooie zomerse dagen was dit een geliefde plek om te verpozen.

In de tijd dat wij bij haar in de kost waren bracht tante in het groeiseizoen veel tijd door in de moestuin. Een flink deel daarvan was ingeruimd voor aardbeiplanten. Daarnaast verbouwde ze ook aardappelen en groente voor eigen gebruik. Bij het schuurtje stond ook een perenboom die haar elk najaar van een flinke hoeveelheid sappige vruchten voorzag. Teveel om in een keer te consumeren. Het overgrote deel werd geweckt en opgeslagen in een keldertje dat vanuit de keuken toegankelijk was. In de loop van de winter slonk de voorraad weer. Ook spreeuwen waren verzot op haar peren, maar daar was ze niet van gediend. Zodra ze die in de herfst hoog in de boom hoorde kwetteren rende ze naar buiten om ze handenklappend of met de bezemsteel de stuipen op het lijf te jagen.

Op vrijdagochtend ging ze meestal met de bus naar de weekmarkt op het Wilhelminaplein in Leeuwarden. Ze kwam dan terug met een kip voor de zondag. Maar ook wol, garen en andere fournituren waren daar in ruime mate te krijgen. In haar jeugd had ze een opleiding tot modiste gevolgd en daarna handwerklessen gegeven. Nog steeds beleefde ze veel plezier met het haken van spreien, breien en borduren. Ook was ze erg bedreven in frivolité. Hieronder een paar afbeeldingen van door tante Anna gemaakte borduurwerken. De bovenste twee kregen we van haar ter gelegenheid van de geboorte van onze kinderen Nienke en Jan.

Op zondag, na de kerkdienst, dronken we koffie met zelfgebakken appeltaart. Ze maakte “slagroom” door volle koffiemelk met een paar scheppen suiker op te kloppen met een (niet elektrische) handmixer. Daarna volgde de warme maaltijd waarbij de op de markt gekochte kip in combinatie met aardappelen en groente het hoofdgerecht vormden. Als toetje was saroma instant-pudding indertijd heel populair. Het was in diverse smaken verkrijgbaar.

’s Middags maakte ik huiswerk, luisterde ondertussen naar de voetbalverslagen of muziek op de radio. Aan het eind van de middag ging tante voor de tweede maal ter kerke. Daar was ik van vrijgesteld.

Op onze trouwdag las tante Anna een op rijm geschreven stuk👈 voor waarin ze verschillende voorvallen tijdens mijn puberjaren bij haar memoreerde. Ook het incident met het vuurwerk waarnaar ik in de link aan het begin verwees krijgt uitgebreid aandacht. De overnachting in een hotel in Leeuwarden, samen met mijn moeder, na een schooluitvoering is grotendeels uit mijn herinnering verdwenen. Het is heel goed mogelijk dat we dat toen gecombineerd hebben met een bioscoopbezoek om de oorlogsfilm “De Overval”👈 te zien. Daar heb ik nog wel een vage notie van.

Tante Anna leest voor terwijl Anky’s oma en Cor vol aandacht luisteren, 24-12-1976

Samen met Wim en Puck zochten we nadat mijn ouders in 1971 waren overleden tante Anna telkens op rond haar verjaardag op 27 januari. Ze nodigde dan tevens enkele familieleden uit de buurt uit. Met name dankzij onze neef Wim, de zoon van oom Hendrik (en de broer van de eerder genoemde Siet uit Buitenpost), mondden die visites uit in levendige politieke discussies waar we wederzijds veel plezier aan beleefden. Het was de tijd van Den Uyl, Wiegel en Van Agt. Als hardwerkende middenstander – hij had de bakkerij van zijn vader overgenomen – verdedigde onze neef de conservatieve opvattingen van met name de confessionele partijen tegenover onze linkse sympathieën. (“D’r binne ’n prot loie mînsen op de wereld“.)

Ook de voor- en nadelen van kernenergie stonden hoog op de agenda. Wim en Puck hadden zich in dat opzicht ook duidelijk geprofileerd zoals ik al eens met mijn bericht “Andere tijden“👈 in herinnering bracht.

Mijn neef had als kerkganger overigens geen bekrompen opvattingen. Mij is in elk geval een door hem gebezigd argument bijgebleven toen hij vertelde over een verhitte discussie binnen de Vrij Evangelische Gemeente waarbij sprake was van het verbieden van alcohol. Dat vond hij maar onzin: “In de Bijbel lezen we ook een verhaal over Noach waarbij die zo dronken als een kanon was.” (Genesis 9 vers 20.)

Jaarlijks dook de Elfstedentocht eveneens als gespreksonderwerp op. Op tante’s verjaardag zaten we midden in de winter en de laatste dateerde alweer uit 1963. Net als nu werd dan telkens weer, zeker in Friesland, de vraag opgeworpen: komt ie dit jaar? Oudebildtzijl ligt niet ver van de Elfstedenroute. In 1963 had ik bij Oude Leije Reinier Paping en zijn achtervolgers in barre weersomstandigheden nog langs zien komen.

Tante Anna genoot zichtbaar van onze levendige conversatie, hoewel ze politiek een “vies zaakje” noemde. Waarmee ze in zeker zin niet ongelijk had. De wijze waarop politiek wordt bedreven is er in de loop der tijd bepaald ook niet beschaafder op geworden.

Haar 75e verjaardag vierde ze groots met een diner bij een horecagelegenheid in Zwarte Haan. Haar familie kwam van heinde en ver haar fêteren. Natuurlijk hadden wij een stukje ingestudeerd. Ik stipte het aan op het eind van mijn bericht “Wijs met de Wadden“👈.

Zowaar vond ik nog een foto van ons optreden terug.

“Uit het leven gegrepen”, Zwarte Haan, januari 1977

Nadat Anky en ik naar Winsum (Gr) verhuisd waren schaften we onze eerste auto aan. Daarmee werd het ook gemakkelijker op andere momenten naar Oudebildtzijl te rijden. Op Koninginnedag 1978 troffen we tante voor de TV aan kijkend naar het defilé bij paleis Soestdijk. Toen prins Carlos, de echtgenoot van prinses Irene, in beeld kwam kon tante zich niet inhouden: “FORT, FORT, FORT”!!! Anky wist niet wat ze zag en hoorde.

Als overtuigd protestant en oranjesympathisant was het voor tante een hele schok dat prinses Irene met de Spaanse prins Carlos Hugo de Bourbon de Parme trouwde en zich daartoe tot overmaat van ramp katholiek had laten dopen. Ruim 10 jaar later waren de wonden nog niet geheeld.

Met de geboorte van Nienke begon ook een nieuwe fase in ons leven. Tante kwam nu ook een paar keer bij ons logeren. Met haar 82 jaar kroop ze nog bij de vierjarige Nienke in haar speelgoedtent.

Op haar 87e verjaardag gaan we met onze kinderen naar haar toe. Marianne, Jisk, Wim en Puck zijn er ook. Bij die gelegenheid worden onderstaande foto’s genomen. Tante Anna wordt geflankeerd door Nienke (9 jaar) en Jan (6 jaar).

De “tent” wordt een paar jaar later vervangen door een mooi tuinhuisje. In de zomer van 1991 gaan wij op de terugweg van Terschelling bij haar langs om het bouwwerk te bewonderen. Niet lang daarna krijgt ze bezoek van neef Egbert en zijn vrouw Lydia. Egbert is een broer van Fredie en zoon van oom Jan (daar heb je het weer), een broer van tante Anna. Hij heeft naam gemaakt als hartchirurg en was betrokken bij de eerste harttransplantatie👈 in Nederland.

In zijn vrije tijd is Egbert kennelijk ook een enthousiast filmer. Zo kregen wij de beschikking over een video-opname waarin tante Anna vertelt over de periode dat ze Fredie en de kinderen van Piet en Trijn (mijn ouders dus) onderdak bood.

De opname begint met beelden van het huis. Ze heeft de bel niet gehoord en daarom worden Egbert en Lydia kennelijk door een buurvrouw naar het tuinhuisje gebracht. Door een raam zien we tante verdiept in een boek. Daarna horen we haar vertellen. Over het pestgedrag van vrouw Krottje, buitenlandse congressen van Wim (vergaderen met “kopstukken“), de beginjaren op Immanuël, de trekschuit van haar vader, en de mobilisatie van enkele broers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Natuurlijk steekt ze de loftrompet over de kinderen van mijn ouders😉. Aan het slot informeert ze nog naar de gezondheid van Inge, een naam die mij in eerste instantie niets zegt. Maar mijn vermoeden dat het een schoonzus van Egbert is blijkt te kloppen.
Gedurende het interview is tante Anna door het tegenlicht hoofdzakelijk als silhouet te zien. Dat neemt niet weg dat het voor de familie waardevolle beelden zijn.

Drie jaar later overlijdt tante Anna op 27 november 1994, precies twee maanden voor haar 93e verjaardag.