Schooltijd op Terschelling

Voor Terschellinger kinderen lag het in mijn jeugd voor de hand om na het voltooien van de lagere school ook middelbaar onderwijs op het eiland te volgen. Leerplicht is op 1 januari 1901 ingevoerd. Kinderen van 6 tot 12 jaar moeten vanaf dat moment een school bezoeken of huisonderwijs krijgen. Later is de leerplichtige leeftijd met vier jaar verlengd. De ondergrens bleef gehandhaafd, zeer tot genoegen van de kleine Cor. Achteraf gezien voorvoelde hij kennelijk dat hij de in zijn ogen langdurige vrijheidsbeperking door schoolaangelegenheden in elk geval met twee jaar kon bekorten.

In Midsland werd kleuteronderwijs aangeboden. Marianne, mijn acht jaar oudere zus, genoot het zonder protest. Ook Wim, zes jaar ouder, bezocht een blauwe maandag deze instelling maar wist mijn ouders kennelijk te overtuigen dat hij zijn tijd beter kon besteden. Voor mij was de drempel toen niet hoog meer om met succes soortgelijke plannen met mij te boycotten.

Maar de lagere school, daar ontkwam ik niet aan. Hoe ik de eerste schreden binnen het schoolgebouw ervoer beschreef ik hier👈.

De hier gepresenteerde foto’s zijn ontleend aan een in 1989 verschenen herdenkingsboek “85 Jaar Christelijk Onderwijs op Oost-Terschelling”. De bovenste foto toont rechts het schoolgebouw, in het midden het evangelisatiegebouw en links de woning van de hoofdonderwijzer. De foto onder laat de achterzijde met daarin de ramen van beide klaslokalen zien. Op deze opname ontbreekt nog het schoolplein met de overdekte fietsenstalling waar de ramen op uitkeken. Dit werd pas in 1949 aangelegd nadat bij de ruilverkaveling een extra strook grond ter beschikking kwam. In het klaslokaal links werd lesgegeven aan klas 1, 2 en 3. Het andere lokaal was in gebruik bij de hogere klassen. In beide lokalen stonden de schoolbanken in drie rijen opgesteld, voor elke klas een rij.

Ik zat in een relatief grote klas die het laatste jaar 10 leerlingen telde:

De tweeling Anneke en Mieneke Dijkstra, Elly Canter Visscher, Tony Ruijg, Tinie Stilma, Arend Roos, Piet Roos, Cees Ruijg, Cor Smit en Jan Zorgdrager. De laatstgenoemde deed wat meer dan zes jaar over de opleiding en zat alleen het laatste jaar in onze klas. Op de tweede schoolfoto hieronder is duidelijk zichtbaar dat hij met kop en schouders boven ons uitsteekt. Ook met zijn kennis van de natuur stak hij ons overigens naar de kroon. Ik herinner me dat hij een keer in de herfst naar school kwam met een prachtig werkstuk: een soort herbarium gemaakt met mos, planten en paddenstoelen uit het Formerumerbos. Als boswachter op Terschelling had hij tot zijn pensioen de voor hem ideale baan.

Bij de onderstaande foto’s past de volgende aantekening: de tweede is in 1962 genomen aangezien ik in 1963 al op de HBS zat. Derhalve zal de eerste ook een aantal jaar eerder gedateerd moeten worden.

Op de achtergrond van de bovenste foto is het huis van meester Brandsma te zien, de onderste is in oostelijke richting genomen met uitzicht op café-restaurant Zonneweelde. Tegenwoordig is Zonneweelde vanwege de ernaast aangelegde speeltuin in de zomer als een zeer kindvriendelijke horecagelegenheid in gebruik.

Op de onderste rij links zit ik gehurkt als een speler op de door mij verzamelde Essoplaten waarop Nederlandse voetbalelftallen werden geportretteerd. Waarschijnlijk 1959.
1962 dus..

De leerkrachten van de school zijn doorgaans afkomstig van de vaste wal. In het rijtje onderwijzers dat in het gedenkboek de revue passeert valt in dat opzicht mijn oom Cor, een jongere broer van mijn vader, op. Vanaf begin 1937 schiet hij, onbezoldigd, de school vanwege nijpend personeelstekort te hulp. Hij vervangt, als kwekeling met akte, een docent die in verband met persoonlijke omstandigheden ontslag heeft genomen. Tezelfdertijd krijgt meester Rietdijk – een wachtgelder die al een jaar naar volle tevredenheid als schoolhoofd heeft waargenomen – deze functie definitief aangeboden als blijkt dat meester Starke, op dat moment nog steeds in naam schoolhoofd, is afgekeurd.

Schoolfoto met de onderwijzers Cor Smit en Arie Rietdijk

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leidt ertoe dat het duo Rietdijk/Smit 10 jaar lang het onderwijs aan de dorpsschool voor hun rekening neemt. Vanaf 1941 krijgt mijn oom Cor een extra maandelijkse bijdrage, waardoor een jaar later, als de arbeidsdienstplicht wordt ingevoerd, hij niet meer als vrijwilliger kan worden aangemerkt. Dat versterkt zijn positie. De verwachte toename van het aantal leerlingen (van 22 in 1942 tot 37 in 1943) resulteert in de aanvraag voor het benoemen van een tweede leerkracht. Zo krijgt mijn oom na jaren werken als kwekeling met akte eindelijk zijn eerste baan. Doordat het aantal leerlingen blijft stijgen besluit het schoolbestuur hem op 1 januari 1945 een vaste benoeming te geven. Zo wordt hij de eerste onderwijzer van mijn zus Marianne die in 1947 naar school mag.

Schoolfoto met mijn zusje Marianne

Sollicitanten naar vacatures die na de oorlog ontstaan door het vertrek naar de wal van Arie Rietdijk, “ome” Cor en – in latere jaren – hun opvolgers overnachtten soms bij hun eerste bezoek in Schoonoord. Dat mondt in een aantal gevallen uit in een langdurige vriendschap tussen de aangestelde leerkrachten en mijn ouders. Daarbij speelde in het geval van de gezinnen Rietdijk en Riegen zeker het contact tussen hun kinderen als speelkameraadjes van Marianne en Wim een katalyserende rol.

Jan Riegen memoreert in het gedenkboek zijn eerste bezoek: “Er waren vier kandidaten uitgenodigd die elk een ochtend of een middag voor de klas moesten. Zij waren ondergebracht bij de familie P. Smit op Schoonoord”.

Meester Riegen blijft tot 1955 aan de school verbonden en heeft in die periode zowel Marianne als Wim onderwezen. Hoewel ze het op Terschelling prima naar de zin hebben moet het gezin spijtig genoeg vanwege de studie van de opgroeiende kinderen het eiland weer verlaten.

Riegen wordt opgevolgd door de heer Hoogduin. Hoewel er eerst nog enige aarzeling bij het bestuur is in verband met de hun inziens nog jeugdige leeftijd van de kandidaat wordt hij na lang beraad benoemd als hoofd van de school. Deze keuze is, achteraf bezien, een cruciale gebeurtenis voor de toekomst van Wim en mij.

Schoolfoto genomen tijdens een schoolreis met de drie hoogste klassen

Hoewel meester Hoogduin slechts twee jaar aan de school verbonden is, blijkt hij een leerkracht met een ruime blik. In 1956 wordt op zijn initiatief bijles Frans gegeven voor leerlingen die naar de MULO gaan. Mijn ouders weet hij te overtuigen dat de HBS voor Wim een veel passender opleiding is. Dat vereist dan wel extra voorbereiding omdat geschiktheid voor de HBS via een toelatingsexamen wordt beoordeeld. Opgaven over taal, rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde passeren de revue. Hoewel Wim peentjes zweet als hij een som voorgeschoteld krijgt waarin sprake is van Engelse afstandsmaten, een voor hem onbekend fenomeen, wordt hij geschikt bevonden.

Dat Hoogduin zelf na twee jaar alweer vertrekt heeft mogelijk te maken met betere perspectieven voor hem en met name zijn vrouw Tosca. Zij gaat in 1957 bij de AVRO werken👈 en krijgt in de jaren daarna bekendheid als een geliefd radiopresentatrice .

Op de foto hierboven zien we ook meester Roos, de onderwijzer die mij in 1956 de eerste beginselen van het lezen en schrijven bijbrengt. Levendig herinner ik me hoe hij ons als eerste de letters O, M, A en P leert.

Als ik met mijn ouders in oktober een paar weken mee op vakantie mag is daar toestemming van de school voor nodig. Na het drukke zomerseizoen met Schoonoord vol badgasten is er dan pas ruimte voor een rondreis langs vrienden en familieleden door Nederland. Mijn ouders, die kort daarvoor hun rijbewijs hebben gehaald, besturen daarbij beurtelings onze eerste auto, een Ford Taunus 15M. Ze vinden tot mijn teleurstelling dat ik niet voorin mag zitten. Als argument voeren ze aan dat ik nog niet kan lezen, waarop ik me mokkend afvraag waarom er dan ook geen AAP of OOM op de borden met de bewegwijzering staat. De route naar familieleden of een dierentuin kan zo prima worden aangeduid. De tijd van navigatiesystemen ligt nog in de verre toekomst


Als na afloop van mijn eerste schooljaar meester Roos tot schoolhoofd wordt benoemd krijg ik twee jaar lang les van meester Brandsma die met succes gesolliciteerd heeft op de vacature die bij de onderbouw is ontstaan. Hij introduceert stempeltjes met afbeeldingen van dieren die hij naast onze opdrachtjes zet als we die naar tevredenheid hebben afgerond. Dat werkt erg stimulerend.

Evert en Anje Brandsma zijn ook na hun vertrek in 1964 bij onze familie in beeld gebleven. In hun periode op Terschelling delen Marianne en Evert een gemeenschappelijke interesse in fotograferen. Ze sluiten zich aan bij een fotoclub. In deze periode is vooral het maken van dia’s populair. Evangelist Frans Biemond, ook afgebeeld op de foto hierboven, maakt reizen naar Israel en vertoont in het evangelisatiegebouw bij herhaling de dia’s die hij daar heeft gemaakt voor geĂŻnteresseerde badgasten en eilandbewoners. Jelle Cupido, onze overbuurman die een fotozaak runt, spint garen bij de toegenomen interesse voor het fotograferen.

Nadat Marianne en mijn zwager Jisk zich vanaf 1972 in Bleiswijk hebben gevestigd krijgen ze jaarlijks op 4 februari rond middernacht een telefoontje van Evert. Zo kan hij in Ă©Ă©n moeite zowel Jisk als Marianne elk op hun eigen geboortedag feliciteren.

Vanaf de vierde klas komt onze klas weer onder de hoede van meester Roos. De mogelijkheid dat een leerling na het basisonderwijs een andere keuze wil maken dan vervolgonderwijs op de ulo, de landbouwschool of de huishoudschool is kennelijk met het vertrek van meester Hoogduin ook uit het zicht geraakt. Meester Roos reageert tenminste enigszins geschrokken als mijn ouders hem laten weten dat ik in de voetsporen van Wim wil treden en ook voor de HBS kies. Het lijkt hem dan zaak dat ik een bijspijkercursus van hem krijg. Zo gezegd, zo gedaan. Een paar maanden lang traint hij mij elke zaterdagochtend in het oplossen van met name rekenopgaven die ik kan verwachten op het toelatingsexamen.

Op 4 en 5 juni 1962 is het zover. Voor de eerste keer zet ik voet in de HBS voor het afleggen van het toelatingsexamen.

Diep onder de indruk van de ambiance, het grote overblijflokaal waar onder toezicht van mij onbekende leraren ik net als een heleboel andere kandidaten de examenopgaven👈 moet maken.

Na afloop heb ik net als Wim zes jaar eerder het gevoel dat ik er niks van terecht heb gebracht.

Jaren geleden vond Marianne bij het opruimen van de zolder in Schoonoord zowel het toelatingsexamen van Wim als dat van mij terug. Mijn mond viel open van verbazing toen ik de rekenopgaven zag.

“Ik vraag mij af of mijn wiskunde-A leerlingen uit HAVO-4 en VWO 5 deze kunnen oplossen” was mijn eerste reactie. Bij de eerste gelegenheid voegde ik de daad bij het woord. Ik legde beide klassen Ă©Ă©n van de opgaven voor, vermoedelijk opgave 9 van Rekenen I (zie de link hierboven). Slechts Ă©Ă©n leerling uit VWO wist, waarschijnlijk zelfs min of meer intuĂŻtief het juiste antwoord te vinden….

Hoe groot was mijn opluchting toen ik niet lang daarna het bericht kreeg dat ook ik welkom was.

Correctie en aanvulling – Marianne mailde me het volgende:

Ik ben nooit op een kleuterschool geweest. Die was er nog niet in mijn tijd. In Lies was, toen Wim zo oud was, een kleuterschool gestart door mevrouw Jacobs. Dit was in een schuur. Hier is Wim een blauwe maandag geweest. Vanaf mijn 6de heb ik voor het eerst ‘onderwijs’ genoten.
Of er in Midsland destijds al een kleuterschool was betwijfel ik ten zeerste!!!