Terug naar de kust

Door de hardnekkige aaneenschakeling van sombere dagen in december en januari kijk ik steeds meer uit naar licht aan het eind van de tunnel. Eind januari voorspellen de weerprofeten voor een langere periode zonnige vooruitzichten. Voor mij het sein eindelijk weer eens naar Terschelling af te reizen. Mijn voornemen ’s ochtends op vrijdag 31 januari de middagboot te boeken wordt echter gedwarsboomd door de melding dat bij alle afvaarten later die dag voor de auto geen plek meer is. Noodgedwongen schort ik daarom mijn vertrek op naar de volgende ochtend.

Een ingelaste activiteit

De vrijgekomen tijd besteed ik aan een hernieuwde kennismaking met het Mantingerzand. Een belangrijke overweging bij die keuze is het open karakter van het gebied. Ik verwacht dat ik daar behoed word voor onbegaanbare doorweekte stukken op de wandelroutes. Eerdere ervaringen in de boswachterijen van Gees en het Sleenerzand confronteerden me na regenperiodes met natte barrières op bospaden waardoor ik al lopend mijn plannen moest bijstellen. In de winter zorgen het gebrek aan zon en wind in het bos in combinatie met de winterslaap van de bomen voor een verzadigde bodem en weinig verdamping.

Kenmerkend voor het Mantingerzand zijn de Jeneverbesstruiken. Het wandelpad dat ik volg slingert zich tussen de begroeiing door, hier en daar afgewisseld met zandverstuivingen. Ik blijf staan bij een intrigerende grillig gevormde Grove Den.

Grove Den, Mantingerzand, 31 januari 2025

Iets verderop loop ik over een fietspad langs de rand van het Mantingerveld het open veld in. Veldleeuweriken die ik er bij mijn vorige bezoek vier jaar geleden 👈 aantrof zijn nu nog nergens te bekennen.
Onderstaande foto’s geven een indruk van mijn uitzicht op momenten dat ik de pas inhoud. Afgezien van een roffelende Grote Bonte Specht en wat prille contactgeluidjes van mezen geven weinig vogels een teken van leven. De opvallend lage krassende roep van een zwarte vogel die komt aanvliegen wordt door Merlin, de app op mijn iPhone die aan de hand van hun geluid vogels kan determineren, toegeschreven aan een Raaf. Ik heb nog net de tijd het silhouet vast te leggen. Dat beeld geeft genoeg informatie om verwarring met een Zwarte Kraai uit te sluiten.

Terug bij de auto kijk ik terug op een welbestede invulling van de middag onder ideale omstandigheden in een bijzondere omgeving.

Mistflarden

Het windstille weer zorgt met name in de ochtenduren lokaal voor hardnekkige mistbanken. Uit voorzorg raadpleeg ik daarom voor mijn vertrek naar Terschelling het instructieboekje van de auto voor de bediening van de mistlampen. Geen overbodige luxe gezien het wisselend zicht onderweg naar Harlingen. Ook de overtocht naar Terschelling biedt nog geen vergezichten. Pas nadat ik bij Topaas de auto heb uitgepakt begint de zon voorzichtig door te breken.

Ik fiets naar Marianne in Hoorn om te zien hoe het met haar gaat. Ze is herstellend van een medische ingreep. Op de terugweg doe ik nog wat boodschappen. Met het vallen van de avond vormt zich ook al weer wat mist. Het levert wel een sfeervol plaatje.

De avond valt, 1 februari 2025, Duinweg Formerum

Rond zonsondergang ben ik terug bij Midsland aan Zee. Van menselijke activiteiten is weinig te bespeuren. Wel verzorgt een groep Kauwen voor zonsondergang hier dagelijks een vliegshow.

Midsland aan Zee met de witte huisjes Topaas en Turkoois, 1 februari 2025

Naar de haven

Aan het eind van de volgende ochtend fiets ik over de Heereweg naar Midsland. Vlak voor het dorp zie ik aan mijn rechterhand een groep Kolganzen. Ik schat dat er zo’n 400 op het grasland zijn neergestreken. Rotganzen en Brandganzen zijn in de winter talrijk vertegenwoordigd, maar Kolganzen zie ik zelden op het eiland.

Op sommige plekken zijn door Staatsbosbeheer informatiebordjes geplaatst waarop de lezer wordt geattendeerd dat tot half maart Grauwe Ganzen die met het oog op voortplanting koppels beginnen te vormen overdag kunnen worden afgeschoten👈 door leden van de Wildbeheerseenheid. De populatiegrootte van deze standvogels begint uit de hand te lopen.

Aangekomen bij de kwelder van Striep volg ik het fietspad langs de Waddendijk in westelijke richting. Ter hoogte van “het lichtje”, aan het begin van de Waddendijk, met een mooi uitzicht richting de jachthaven en West-Terschelling maak ik wat foto’s.

Mijn volgende stop is bij het zeeliedenmonument👈 aan het begin van de strekdam bij de Kom in de haven. Middenin de Kom zwemt en duikt een vogel die voor mij te ver weg is om op voorhand te determineren. Later op de dag blijkt na bestudering van de foto’s dat ik opnieuw een persoonlijke primeur op mijn lijst kan bijschrijven: een vrouwtje IJseend!

Vorig jaar was het een Middelste Zaagbek die mij hier met haar aanwezigheid verraste. De strekdam, zo bleek mij toen, is ook een geliefde plek voor de Paarse Strandlopers die Terschelling aandoen. En ja hoor, ook vandaag scharrelen er weer enkele rond. Bij eentje zie ik ringen om de linkerpoot. Een oranje boven en een metaalkleurige daaronder met een inscriptie die ik niet kan aflezen.

Paarse Strandloper, West-Terschelling , 2 februari 2025
Paarse Strandloper, West-Terschelling , 2 februari 2025

Vanaf de strekdam maak ik ook nog wat foto’s met vergezichten.

Drooggevallen wad bij West-Terschelling, 2 februari 2025

Terug bij Topaas is de zon inmiddels onder gegaan. Aan de horizon kleurt de hemel donkerrood met daarboven een dunne maansikkel. Een voorbode van weer een zonovergoten dag?

Scholeksters met kleurringen

De wereld van de vogelaars vertoont net als het onderwerp van hun interesse een grote diversiteit. Een gemeenschappelijk kenmerk is het gebruik van optische hulpmiddelen. Een verrekijker hoort bij de basisuitrusting. Al naar gelang de individuele wensen is het onontkoombaar aanvullend instrumentarium te gebruiken. De stap naar een smartphone met een app om op basis van roep of zang vogels te ontdekken is voor de meesten ook wel te nemen. Anders wordt het als je vogels wilt fotograferen. Dan is het gebruik van een camera met telelens onvermijdelijk. Dat leidt er toe dat je flink in de buidel moet tasten, zeker bij de aanschaf van kwaliteitscamera’s voorzien van zoomlenzen met een groot bereik.

Een aparte categorie bestaat uit vogelaars die zich hebben gespecialiseerd in het aflezen van ringen. Zij zijn zonder uitzondering gewapend met een telescoop. Ik kom ze in de trektijd regelmatig tegen bij de kwelder van Striep, een aantrekkelijke hoogwatervluchtplaats voor steltlopers. Motiverend voor het zoeken naar geringde vogels is de mogelijkheid door het aflezen van de code iets van de levensloop van een individuele vogel te weten te komen.

Voor sommige Scholeksters blijkt dat voor mij een haalbare kaart. Ik beschreef dat in mijn bericht krenten uit de pap 👈.

Ook vandaag zet ik weer koers naar de kwelder van Striep. Daar aangekomen wend ik nu de steven in oostelijke richting. Op enkele plekken hebben Scholeksters zich groepsgewijs op de basaltblokken onderaan de dijk naast het fietspad verzameld. De meeste vogels blijven rustig afwachten terwijl ik vaart minder. Ik speur in de groepen naar geringde individuen om die te portretteren. Het resulteert in een aantal foto’s met Scholeksters die ik hun codenaam kan geven.

Een beknopte toelichting:

Voor het verbindingsstreepje staat de code die de kleur en positie van de tibiaring of de tarsusring aangeeft: (tibia=scheenbeen – deel boven de knik in de vogelpoot, tarsus=voet -deel onder de knik).

Achter de streep staat van links naar rechts de eerste letter van de kleur (Engels) gevolgd door de inscriptie. Bij de van Ameland afkomstige vogel zit de witte ring met de A om de linkerpoot en de groene met een 8 om de rechter. Wat terugmeldingen betreft is deze “Bonte Piet” van de afgebeelde Scholeksters de meest avontuurlijke. Zie het kaartje.

Opvallend genoeg bevinden de locaties van deze waarnemingen zich het hele jaar door hoofdzakelijk op of nabij de Waddeneilanden.

Strand

Vanaf Topaas is het een kwartiertje lopen naar de duinovergangen. Via de badweg kom je uit bij strandpaviljoen “De Branding”. Een alternatieve route, uitsluitend te voet af te leggen, loopt langs de hoog op het duin gelegen vakantiewoning “De Vliegende Hollander”. Voor een korte rondwandeling, deels langs zee, vormen ze een mooie combinatie.

Duinovergang bij de “Vliegende Hollander”, Midsland aan Zee, 5 februari 2025

Na een verjaardagsvisite bij mijn zuster ’s ochtends lokt het mooie weer mij aan het eind van de middag naar het strand. Het schouwspel van de door de branding achtervolgde Drieteenstrandlopers bij de waterlijn boeit altijd. Ik fotografeer er weer lustig op los.

Een extra uitdaging vormt mijn pogingen ze in de vlucht beeldend vast te leggen.

Drieteenstrandloper, Midsland aan Zee, 5 februari 2025

Afgezien van de vogels zijn er weinig levenstekens te bespeuren. Een mooie gelegenheid om mijn uitzicht op een zowel in oostelijke als westelijke richting verlaten strand vast te leggen.

Enkele dagen later steek ik opnieuw bij de “Vliegende Hollander” de zeereep over. Nu loop ik naar West aan Zee, grotendeels over het stranddeel waar zich nieuwe duintjes vormen. Mijn hoop is gevestigd op Strandleeuweriken of Sneeuwgorzen, wintergasten die bij voorkeur op zulke plekken kunnen opduiken. Die wens blijft andermaal onvervuld. Niettemin valt er zonder deze vogels ook genoeg te genieten.

Strand West aan Zee, 9 februari 2025

Tussen de oude en nieuwe duinen is een slenk ontstaan. Een jaar geleden strekte deze geul zich naar het oosten uit, ver voorbij de strandovergang in Midsland aan Zee. Voor mij bleek dat toen een onoverkomelijke barrière bij een wandeling in omgekeerde richting. De afgelopen winter is dan misschien wel grijs maar kennelijk toch minder nat verlopen. Ruim voor de duinovergang bij het strandpaviljoen van West aan Zee steek ik via een geitenpaadje door de zeereep over naar het zomerhuizengebied. Van daaruit loop ik in een wijde boog door de duinen ten noorden van het Koreabos terug naar Topaas.

Her en der staan graafmachines en shovels in de ruststand (het is zondag) als tekens dat er nog steeds gewerkt wordt aan het herstel van zandverstuivingen in de duinen. Bovendien blijft de bestrijding van Watercrassula een aanhoudend aandachtspunt. Aan de overkant van de plas voor Topaas rijden deze week graafmachines en vrachtwagens af en aan om een hernieuwde besmetting de kop in te drukken. Via de mail werd ik kort te voren op de hoogte gebracht.

Wandelen bij West

De werkzaamheden bij Topaas zorgen ervoor dat de meeste vogels het rondom mijn vakantiewoning laten afweten. Alleen een Roodborst vertoont zich een paar keer en merkwaardig genoeg ook een Brandgans. Van Marianne hoor ik enkele dagen later welk lot deze vogel heeft getroffen . Na een telefoontje van bezorgde gasten in Karbonkel, waar de vogel lusteloos wordt gesignaleerd, heeft de vogelopvang de gans opgehaald, in een zak gestopt en volgens mijn zuster waarschijnlijk naar de Eeuwige Jachtvelden geholpen. Ook dit jaar maakt vogelgriep weer de nodige slachtoffers. Zo’n solitaire Brandgans, een vogel die het liefst met soortgenoten optrekt, vertoont inderdaad wel atypisch gedrag.

Na zo’n treurig verhaal krijg ik behoefte de zinnen te verzetten met een wandeling in de buurt van het Groene Strand.

Op West parkeer ik de auto bij de Kom. In een poeltje zwemt een paartje Krakeenden. Even verderop foerageert een Groenpootruiter in het ondiepe water aan de oever van de Kom. Ik vraag me af of het dezelfde vogel is als de Groenpoter die ik hier een jaar geleden zag.

Krakeend, De Kom, Haven West-Terschelling, 6 februari 2025
Groenpootruiter De Kom, Haven West-Terschelling, 6 februari 2025

Langs paviljoen De Walvis loop ik over het Groene Strand naar het begin van de Noordsvaarder. Enkele wandelpaadjes leiden me in een lus naar het Riviertje.

Het stroompje volg ik langs de rechteroever met een goed zicht op de diverse soorten eenden aan de andere kant van het water. Opvallend veel Wintertalingen lijken zich er in gezelschap van Slobeenden, Krakeenden en Wilde Eenden, prima thuis te voelen.

Ik loop verder langs de oever tot een vonder waar ik het Riviertje kan overbruggen. Aan de andere kant is de bodem zo drassig dat ik nog wel de nodige zeilen moet bijzetten om de voeten droog te houden.

Vonder over het Riviertje, West-Terschelling, 6 februari 2025

Langs Doodemanskisten wandel ik door het dorp naar de haven. Terwijl ik een aanlegsteiger oploop zie ik een Middelste Zaagbek zwemmen. Jammer genoeg vliegt hij vrijwel meteen weg. Inmiddels begint het al aardig donker te worden. Het maken van een foto was waarschijnlijk toch op een mislukking uitgelopen. Maar mijn besluit staat vast: morgen nog maar eens proberen.

Zo gezegd zo gedaan. Ik parkeer de auto bij de werkhaven. Een snijdende oostenwind haalt de gevoelstemperatuur flink omlaag. Ik loop naar de waterkant en zoek er de beschutting van een gebouwtje. Achter de dam aan de overzijde vertoont een stel Brilduikers al ruziënd het nodige spektakel afgewisseld met onderwatermomenten. Dat is toch wel een leuke verrassing. Als fotograferende vogelaar heb ik Brilduikers tot dusver nog niet voor de lens gehad. Graag had ik ze wat dichterbij gezien, maar voor nu moet ik het er maar meedoen.

Een kwartiertje later sta ik opnieuw op de aanlegsteiger verderop in de haven. Een Steenloper heet me welkom, maar van de zaagbek geen spoor.

Steenloper, haven West-Terschelling, 7 februari 2025

Ik loop door over de kade en langs het Groene Strand. Onder de beschutting van de bosrand beland ik weer bij Doodemanskisten.

Vanaf Doodemanskisten loop ik nu naar het centrum om uiteindelijk weer op mijn vertrekpunt bij de werkhaven aan te komen. Van de Brilduikers is geen spoor meer te bekennen.

De Oeltjes

Waar de naam zijn oorsprong heeft weet ik niet, maar enkele jaren geleden zag ik dat het kweldertje aan het Wad ter hoogte van Oosterend wordt aangeduid met de Oeltjes👈. Het is me opgevallen dat je op die plek het hele jaar door interessante vogels kunt verwachten. Ook heb ik er vaak konijntjes gezien die beschutting zochten tussen de basaltblokken. Vorige zomer was het zelfs de enige plek waar ik Tapuiten zag.

Voor mij dus een goede reden om een paar keer vanaf de Dwarsdijk naar die plek te lopen. Natuurlijk hou ik daarbij wel het getij in de gaten. Bij hoogwater zitten de wadvogels dichter bij de kust.

De eerste keer is het al tamelijk laat in de middag. De grotendeels bewolkte hemel in de richting van de laagstaande zon tempert het licht teveel om de Pijlstaarten op het wad en de Oeverpieper bij de dijk goed te fotograferen. Al levert een paartje Pijlstaarten me in elk geval nog een mooie compositie. Met name het mannetje vind ik een sierlijke verschijning.

Pijlstaart, Wad bij de Oeltjes, 8 februari 2025

Een dag later zijn de omstandigheden gunstiger. Nu hebben op het wad Goudplevieren de overhand, al zitten ze te ver weg voor gedetailleerde foto’s. Gelukkig maakt de Oeverpieper wel weer dichtbij zijn opwachting.

Oeverpieper, De Oeltjes, 9 februari 2025

Het is verleidelijk me bij deze Oeverpieper dezelfde vraag te stellen als drie dagen eerder bij de Groenpootruiter.

Op het drooggevallen Wad zie ik een structuur die ongetwijfeld het resultaat is van menselijke activiteit. De diepere betekenis ervan ontgaat mij vooralsnog.

Wad bij de Oeltjes

Een winterwandeling

Als ik in de vroege ochtend op 12 februari de gordijnen opendoe zie ik een witte wereld. Mijn stille hoop datTerschelling van de voorspelde sneeuwbuien in het noordoosten van het land ook een staartje meekrijgt is vervuld. Na het ontbijt en de koffie maak ik me op voor de korte rondwandeling over de eerder beschreven route langs het strand. Deze keer loop ik eerst naar de badweg om langs strandtent de Branding naar het water te lopen.

Onderstaande beelden geven een impressie van de winterse omstandigheden. De egaal bewolkte hemel maakt het verschil met zwart-witfoto’s marginaal.

Terug tussen de vakantiehuizen knoop ik er nog een rondje door de duinen aan vast.

Voor mij is het lang geleden dat ik op Terschelling door een sneeuwlandschap kon lopen.

Struinen door de duinen

In het weekend krijg ik gezelschap van Jan, Nora, Stijn en Roos. Voor Stijn (4) is Topaas duidelijk al bekend terrein. Roos (3) moet Terschelling nog internaliseren.

Het is een jaar geleden sinds hun laatste verblijf hier. Hun komst brengt een nieuwe dynamiek. Legpuzzels, speelgoed, ganzenborden en voorlezen zorgen nu voor tijdverdrijf. Natuurlijk gaan we ook naar het strand en aansluitend voor een consumptie naar de Branding. Op zondag staat het kabouterpad op het programma. Ik poseer met Roos bij één van de paaltjes die de route markeren. Roos met passende outfit in een relaxte houding; ik moet ervoor door de knieën.

De volgende ochtend verken ik met Jan in de omgeving van de Boschplaat voor mij deels onbekende paden.

Met als vertrekpunt de parkeerplaats bij de Dwarsdijk lopen we langs de eendenkooien het duingebied richting Berkenvallei en Dazenplak in.
Het is hier en daar wat puzzelen om de voeten droog te houden. Op sommige plekken zien we nog restanten van de vorige week gevallen sneeuw.

Tegen mijn gewoonte in draag ik een muts. Zelf heb ik er sowieso niet aan gedacht die mee te nemen, maar gelukkig heeft Jan er één over. Nu voelt het met de kou nog in de lucht wel comfortabel. Jan bedient onderweg mijn camera, ik fotografeer met de iPhone.

Het eerste deel van het traject, over het Kooipad en het Rozenlaantje, is voor mij nog wel bekend terrein.

Voor we in noordelijke richting kunnen afbuigen moeten we soms tussen de berken door laveren. Eenmaal aangekomen bij het pad dat het duingebied inloopt hoeven we geen ingewikkelde capriolen meer uit te halen om ongeschonden vooruit te komen. Met de zon schuin achter ons genieten we met volle teugen van de verre en naaste omgeving.

Langs de route zien we aan onze voeten schitterend berijpte Kraaiheide en identificeert obsidentify Zandhaarmos voor mij. Algemene planten als je er oog voor hebt, maar met de blik waarmee ik er nu naar kijk nieuw voor mij. ZIEN IS KENNEN! luidt de titel van het legendarische gidsje waarmee ik in mijn vroege jeugd voor het eerst in aanraking kwam met afbeeldingen en beschrijvingen van vogels als hulpmiddel om ze op naam te brengen. Had ik toen ook maar een vergelijkbaar boekje voor planten gehad. Wellicht zou ik dan ook een betere basis voor plantenkennis hebben ontwikkeld. Gelukkig staan er nu behulpzame apps op mijn telefoon.

Na verloop van tijd komen we in meer geaccidenteerd terrein. Daar vormen enkele beklimmingen een nieuwe uitdaging. Aan de top wacht ons de beloning in de vorm van weidse vergezichten.

It’s lonely at the top!

Vanaf het hoogste punt zijn de vage contouren van een containerschip boven de strandduinen aan de horizon door het oog van de camera te zien.

Als we een klein half uur later bij de strandovergang aan het begin van de Boschplaat de zeereep passeren is het containerschip achter de horizon verdwenen. Wel zien we westwaarts in de verte Heartbreak Hotel waar we ravitailleren.

Heartbreak Hotel: tijd voor een pauze.

Nadat we weer op krachten zijn gekomen lopen we voor zover de omstandigheden het toelaten min of meer in een rechte lijn door de duinen terug naar de Dwarsdijk.

Voordat we terugrijden naar Topaas kijken we nog even vanaf het talud van de dijk over het Wad.

Op de ruim 10 kilometer lange rondwandeling zijn we in het duingebied geen sterveling tegengekomen. Alleen op het strand bij Heartbreak Hotel blijkt de bewoonde wereld niet ver weg.

Wisseling van de wacht

Het is dinsdag. Aan het eind van de middag vertrek ik weer met de boot. Voor het zover is maak ik mijn slaapkamer in orde voor Sil en Maud. Zij komen rond het middaguur de resterende dagen logeren.

We hebben nog tijd om met zijn zevenen naar de stuifkuil langs het duinpad bij de “Vliegende Hollander” te gaan. Ik waag me er niet in, maar Jan, Nora en de kleinkinderen vermaken er zich uitstekend. En ik als toeschouwer natuurlijk ook.

Later in de week stuurt Jan me een opname van de traditionele fotosessie bij de boei. Deze keer met de drie jongste kleinkinderen.

Hoe graag had Anky dit mee willen maken….

6 gedachten over “Terug naar de kust

  1. Wat een prachtig verhaal met hele mooie natuurfoto’s. Wat een mooie plek toch daar en wat een leuke familiefoto’s
    De foto van de grove den van het Mantingerzand vond ik ook heel bijzonder. Bedankt voor de tip over de Merlin app

  2. Hallo Cor, je laat veel moois zien, te beginnen met de den in Drenthe. Terschelling heb je ook super gepromoot , daar is het winter geweest, hier in Noord Holland geen sneeuw gezien. De duinen zijn hier wel nat op sommige plekken kan je nog steeds niet lopen. Fraaie eenden ook zoals de pijlstaarten en ijseend.

  3. Ik heb er de tijd even voor genomen om te ontdekken dat dit weer een prachtig blog was. Dat begint meteen al met die geweldig mooie den en de rest van het Mantingerveld.

    Van je wandelingen op Terschelling heb je ook erg mooi verslag gedaan ditmaal. Leuk om op deze manier m.b.v. Google Maps het eiland hier verder te ontdekken. Je laat vooral mooi zien dat Whilly hier al snel tegen zijn beperkingen aan zou lopen.

    Vergeet ik nog bijna die mooie winterse omstandigheden met dat laagje sneeuw. Dat lijkt me een heel aardige bonus om dat mee te maken.

    1. Het was een in alle opzichten gevarieerd verblijf. Inmiddels ben ik er opnieuw een paar weken.Vandaag een wandeling in 3 etappes van ongeveer 25 km gemaakt. Op het laatste traject kwam ik een eindeloze stoet van deelnemers aan de Fjoertoer tegen, herkenbaar aan speciale blauwe petjes. Het is een jaarlijks wandelevenement in de avond met fraaie verlichte objecten.
      Dank voor je reactie en dat je laat weten dat mijn beschrijving je een goed beeld geeft van hoe je zulke wandelingen kunt beleven.

Geef een reactie