Sinds 2014 bepaalt het culturele festival Oerol welke juniweek ik Topaas voor mijzelf vrijhoud. Vanaf 2017 heb ik de volgers van mijn blog uitgebreid verslag gedaan over onze ervaringen bij de voorstellingen, expedities en het straattheater. Ik schrijf “onze” omdat ik elke keer vergezeld werd door een “partner in crime”, meestal Suze, vorig jaar Belleke. In 2020 ging het festival niet door, maar de reis naar Terschelling wel. Ook die week heb ik gedocumenteerd 👈 met daarin een terugblik op mijn eerste kennismaking in situ met Oerol, in 2013 samen met Anky.
Behalve gezelligheid biedt gedeelde ervaring van samen bijgewoonde voorstellingen ook de gelegenheid je eigen mening over het gebodene te spiegelen aan die van de ander. Om uiteenlopende redenen blijken de door mij gepolste vriendinnen deze keer stuk voor stuk verhinderd mij te vergezellen . Daarom zie ik er vanaf vooraf voorstellingen te boeken. Achteraf ben ik daar ook blij om vanwege de, vooral op maandag, barre weersomstandigheden. Wat een contrast met verleden jaar! De meegenomen zomerkleding had ik net zo goed thuis kunnen laten. Het op het laatste moment nog in de koffer gestopte vest komt mij de rest van de week juist goed van pas.
Zaterdag, 8 juni
Ruim op tijd voor het vertrek van de veerboot meld ik me bij het loket van rederij Doeksen. Nadat ik aansluit bij de auto’s in de mij toegewezen baan heb ik voldoende tijd voor het consumeren van een lekkerbekje bij Hoeks Fish & Food. Terug bij de inmiddels aangegroeide wachtrijen check ik of Wim en Puck die dezelfde boot besproken hebben al zijn gearriveerd. Ik zie ze niet. Terwijl de auto’s in de andere rijen al in beweging komen zie ik ze toch aan de staart in één daarvan langsrijden. Het is weer zover: vele laatsten zullen de eerste zijn. Eenmaal aan boord weet ik ze snel te vinden. Ze hebben de wachttijd bij onze nicht Maaike in Harlingen overbrugd. Die zal morgen aansluiten zodat ze de komende dagen gedrieën hun gereserveerde voorstellingen kunnen zien. En passant nodigt Puck mij uit de volgende dag aan te schuiven bij het op meer dan drie personen berekende avondmaal dat ze van thuis heeft meegebracht.
In Topaas aangekomen vind ik in de koelkast wat lekkernijen en andere etenswaren die Jannie in overleg voor mij heeft achtergelaten. Een heerlijk soepje geeft als aanvulling op de cappuccino met oranjekoek die ik aan boord heb geconsumeerd voldoende energie om nog een duinwandeling te maken. De fles wijn bewaar ik voor morgen bij de maaltijd met mijn familie.
Boven het water in de duinvallei voor Topaas scheren voortdurend Oeverzwaluwen op jacht naar insecten. Mijn vermoeden dat aan de andere kant van het duin zich net als vorig jaar een broedkolonie gevestigd heeft blijkt te kloppen. Deze keer zie ik er zelfs veel meer nestingangen. De overvloedige regenval heeft ervoor gezorgd dat er tussen het wandelpad en de nestwand een flink duinmeer is ontstaan. Een welkome barrière om verstoring tegen te gaan.

Halverwege mijn tocht door de duinen hoor ik vanuit noord-westelijke richting flarden van het optreden van een band op het festivalterrein De Deining. Maar het leidt niet af van het altijd fraaie beeld van overvliegende Lepelaars, jodelende Wulpen en deze mij zo dierbare omgeving in de avondzon.






Zondag, 9 juni
Op de website waddendata.nl zie ik dat de hoogste waterstand rond een uur of 11 in de ochtend verwacht wordt. Terwijl de zon vandaag naar verwachting geen rol zal spelen lijken de meeste buien op afstand te blijven. Dus pak ik na het ontbijt en de koffie de fiets, nieuwsgierig om te zien hoe de vlag er op de Strieper kwelder bijhangt.
Ik ben niet de enige. In elk geval tref ik er een moeder en dochter – tenminste dat lijkt me hun onderlinge relatie – met een telescoop en een fototoestel. Enthousiast richten ze hun focus op pullen van Kluten die onder toezicht van hun ouders in het ondiepe water rondscharrelen. Hoe langer je kijkt, hoe meer je er ziet. Er loopt ook een kievitkuiken, waarvan de ouders in geen velden of wegen te bekennen zijn. Als dat maar goed komt in deze nattigheid.












Ik trotseer een regenbuitje en fiets verder naar ’t Sehaal. Daar hebben de eerder genoemde dames ook weer een stop ingelast. Op een kiezelstrandje strijkt een groepje Drieteenstrandlopers neer.



De moeder wijst me op een nest met vier eieren van een Scholekster nadat de “Bonte Piet” het even verlaat om de benen te strekken. Zelfs met haar hulp kost het me moeite het broedsel te lokaliseren. De vrouw vertelt me dat ze bij hun woonplaats Oudega in Friesland ook aan nestbescherming doen en dus getraind zijn in het vinden van eieren.



Wonderbaarlijk dat deze vogel zich kennelijk niets gelegen laat liggen aan al die fietsers die dagelijks passeren. Het aanbrengen van de kleurringen om de poten is voor deze Scholekster kennelijk niet een traumatische ervaring met blijvende impact geweest. Anders had ze vast een rustiger plekje uitverkoren.
Er scharrelt ook nog een achtergebleven Rotgans rond. Elk jaar overzomeren er wel Rotganzen in Nederland terwijl het merendeel van de enorme aantallen die bij ons de winter doorbrengen nu hun arctische broedgebieden bevolkt
.

Ik steek de dijk over en zie vanuit het noordwesten een onheilspellende lucht naderen.

Dat voorspelt niet veel goeds. Ik heb geen regenkleding meegenomen en haast mij door de polder naar Hoorn om bij Marianne van een onwelkome douche gevrijwaard te blijven. Wel onderbreek ik mijn vlucht kort voor een Tureluur die langs het fietspad vanaf een verkeersbord de omgeving overziet. Ongetwijfeld om zijn nageslacht voor gevaar te behoeden.

Bij Schoonoord zorgen de bloeiende Lupines ook dit voorjaar weer voor overvloedige paarse en roze accenten tussen het frisgroen in de tuin. Het roept herinneringen op aan de paarse Lupines die een jaar geleden bij onze reis door IJsland op diverse plekken het decor vormden.



Achteraf valt het met de neerslag mee. Marianne laat me een fotoboek zien met haar reisverslag van een stedentrip naar Noord-Italië, samen met Maaike en Puck. Er valt veel te lachen bij mijn zusters beeldende beschrijving van hun lotgevallen.
Na de thee los ik voor haar nog een probleem bij het kopiëren van een foto op de computer op. Al kan ik de daarbij door mij intuïtief gevolgde route even later niet reproduceren. Maar de kopie is in ieder geval op de beoogde plek terechtgekomen.
Op de terugweg naar Topaas zie ik langs het fietspad door de duinen van Formerum een Tapuit zitten. Zou de hier in maart door mij gefotografeerde dezelfde zijn?

Op het terras van Smaragd, het huisje van Wim en Puck, ga ik zitten in afwachting van hun terugkomst van de voorstelling High-Rise op één van de speellocaties bij de Nollekes. Ze vinden de uitvoering een aanrader, waarbij met name de zang indruk maakt. Net als de wijn die ik dankzij Jannie en Dick in aanloop naar het eten kan presenteren. Maar dat is natuurlijk van een andere orde.
Maandag 10 juni
Regen en nog eens regen. Een prima dag om andere zaken te regelen. Een te plannen afspraak voor ketelonderhoud kan deze middag nog plaatsvinden. De monteur kan tevens kijken of er een oplossing is voor de ventilatie in de douche die naar het lijkt de geest heeft gegeven. De voorlopige diagnose wijst op een startprobleem bij het inschakelen. Eenmaal op gang loopt de ventilator, na het wegzuigen van achtergebleven stofdeeltjes, als een tierelier. Misschien volstaat het vervangen van de module die de ventilator aanstuurt, maar of die nog verkrijgbaar is moet nog blijken. Wordt vervolgd.
Een probleem dat Jannie en Dick ondervonden met het slot van de deur kan ik wel oplossen. Met mijn eigen sleutel kan ik Topaas moeiteloos openen en afsluiten. Bij de Hubo laat ik daarom een kopie maken en vervang de oude sleutel. Probleem opgelost. En een nuttig bestede regendag.
’s Avonds peil ik de stemming op Oerol door naar de eerste aflevering van Opium op Oerol 👈te kijken.
Dinsdag, 11 juni
Zonder vooropgezet plan fiets ik aan het eind van de ochtend weer naar Striep. De meeste Kluten zijn vertrokken. Wel zwemmen er nog Bergeenden met hun kleintjes.

Bij het plas-drasgebied aan de andere kant van de dijk is nog wel veel vertier van Kokmeeuwen, Visdieven en watervogels. Er lijken me ook een paar Noordse Sterns tussen te zitten, maar de afstand is te groot om daar zekerheid over te krijgen. De vogel op een paaltje die ik van dichtbij kan fotograferen is onmiskenbaar een Visdief.

Ik kies voor het vervolg van de route toch maar weer voor de oostelijke variant tot ’t Sehaal om vandaaruit zonder de dreiging van een regenbui de dijk over te steken naar het fietspad door de polder. Op een ondergelopen stuk weiland aan het eind van de Tordelenweg heeft zich een groep Rosse Grutto’s verzameld. Die wachten daar het droogvallen van het Wad af.

Al fietsend ontvouwt zich het plan om de steven noordwaarts te wenden, de polder achter me te laten en via de badweg naar Paviljoen Kaap Hoorn te rijden. Eind maart waren schilders en timmerlieden er nog druk bezig de laatste hand aan de renovatie te leggen. Nu lokt het vooruitzicht van een lunch mij opnieuw naar die plek.
Nog steeds krijgen wandelaars en fietsers een paar honderd meter voor het eind van de badweg het dringend advies de met gele borden aangegeven omleidingsroute door het bos te volgen. Ik twijfel of dat nodig is, temeer omdat ik toch een paar fietser uit die richting zie passeren. Twee dames die de omleiding gevolgd hebben raden mij dat echter met klem af. Als ik ook nog lees dat het wegdek onder het water hier en daar beschadigd is ben ik overtuigd. Na de lunch bevestigt de aanblik van een ongelukkige fietser met een kletsnatte broek te midden van haar fietsvriendinnen bij de “oever” van de tot een sloot getransformeerde badweg nog eens hoe wijs de raad van de dames was.

Op het terras heerst in de zon de uitbundige sfeer die bij Oerol past. Het humeur van de festivalbezoekers heeft zo te zien niet erg geleden onder de barre weersomstandigheden van de vorige dag.


Vanaf het fietspad naar de badweg van Oosterend zie ik boven de duinen twee Bruine Kiekendieven verwikkeld in een luchtgevecht. Een spectaculaire vertoning.

De duinweiden langs de badweg van Oosterend stonden in maart blank maar zijn veranderd in een plas-drasgebied. Daarmee zijn ze nu ook een aantrekkelijke foerageerplek voor steltlopers en eenden. Vorige week werd er zelfs de zeldzame Kleine Geelpootruiter👈 gespot. Die is nu natuurlijk vertrokken. Maar ook Bontbekplevieren en Bergeendpullen zijn leuk om te zien.


Ik rijd verder over het fietspad langs de Boschplaat naar de Dwarsdijk. Dat traject illustreert dat deze week bijna alle gasten voor Oerol komen. Is het overdag bijna overal dringen op de fietspaden, hier kom ik geen enkele fietser tegen. Voor de activiteiten moet je elders op Terschelling zijn. Met het oog op de windrichting kies ik zoveel mogelijk beschutte fietspaden voor de terugtocht naar Midsland aan Zee. Tegen het eind spant het er nog even om of ik droog de eindbestemming haal. Een bui barst los als ik de huissleutel in het slot steek.
Woensdag, 12 juni
Vanochtend krijg ik koffievisite. Johan, jaren geleden TOA (technisch onderwijsassistent) bij de sectie natuurkunde op mijn school in Emmen en in die hoedanigheid een belangrijke steunpilaar bij mijn lessen, is met zijn vrouw Giny een week met de camper op Terschelling. Een mooie gelegenheid om weer eens bij te praten en wat herinneringen op te halen. Giny vertelt dat zij in haar jeugd voor vakantiewerk bij pension Bornholm aan de hoofdweg vlak bij West-Terschelling verbleef. Boeiend om van haar te horen hoe het er daar toen, begin jaren zeventig, toeging. De gasten kregen het ontbijt doorgeschoven via een luikje op hun kamer.
In Schoonoord, het hotel-pension van mijn ouders, kregen de gasten hun ontbijt in de eetzaal. Tussen een uur of acht en half tien ‘s ochtends werd op de aan hun tijdens het verblijf toegewezen tafel het ontbijt geserveerd. Op dezelfde plek werd de lunch aangeboden en om zes uur ‘s avonds het diner. Al sloeg een deel van de gasten het middageten natuurlijk over. In voorkomende gevallen kregen ze op verzoek een lunchpakket mee. Bijvoorbeeld als een dagje op het strand, een huifkartocht naar de Boschplaat of een bezoek aan West was gepland. In het laatste geval was daarbij het beklimmen van de Brandaris meestal letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt van de vakantie.
Johan en Giny waren deze week ook nog even bij Bornholm langs geweest om te zien hoe het er nu toegaat. In de loop van de tijd is het als vakantieverblijf fors uitgebreid en gemoderniseerd.
Na zijn pensionering is Johan ook vogels gaan fotograferen. Op Terschelling heeft hij nog een vergeefse poging ondernomen de Kleine Geelpootruiter te spotten. Voor ze aan het eind van de middag de camper weer op de boot naar Harlingen rijden kunnen ze in elk geval nog proberen bij de kwelder van Striep Kluten te zien. Eerder deze week hebben ze die daar gemist. Waarschijnlijk kwamen ze er tijdens laagwater. De meeste steltlopers zoeken dan op drooggevallen platen ver uit de kust hun voedsel. Vanmiddag is het tij gunstiger. Later op de dag stuurt Johan vanaf de veerboot nog een foto van een Kluut en één van een Drieteenstrandloper. Het is hem dus toch alsnog gelukt.

Gaandeweg de week groeit bij me de behoefte wat meer van Oerol mee te krijgen. In Midsland word ik deze middag met wat straattheater op mijn wenken bediend. Enkele leden van het Franse circusgezelschap Compagnie XY vertonen in de Oosterburen een serie acrobatische toeren. Participatie van een dappere vrouw uit het publiek dwingt bij de omstanders bewondering af. Je moet maar durven.
Even verderop in de straat zingt de extravagant uitgedoste Marieke Jacobse bij het terras van het Wapen van Terschelling een mix van klassiekers en levensliederen. Met een provisorisch lint in de vorm van een afgewikkelde rol wc-papier die de mensen rondom mogen vasthouden als begrenzing van het podium moedigt de zangeres het publiek aan mee te zingen met de klassieker “Een Beetje Verliefd “ van André Hazes.
Aan het begin van de avond zoek ik Wim en Puck nog een keer op. Ze hebben weer afscheid van Maaike genomen. Zelf vertrekken ze morgenmiddag weer, maar hebben nog alle tijd om bij een glas wijn wat te vertellen over de voorstellingen die ze hebben gezien. Ze zijn laaiend enthousiast over Glorious Bodys, opgevoerd door zes acrobaten tussen de 55 en 68 jaar met een verleden in het klassiekere circus.
Een verhaal over de draagkracht van ons lichaam, over zien en gezien worden en over de grens tussen klassiek en hedendaags circus. Circushistorie gearchiveerd in het lichaam.
De voorstelling Kunst door Veenfabriek stelt hun teleur, al zal dat oordeel sterk beïnvloed zijn door de stortbui die het publiek bij de opvoering over zich heen krijgt.
De circusact RoZéO van Gratte Ciel kan hen daarentegen wel bekoren. Enkele malen moest vanwege de harde wind die voorstelling geannuleerd worden.
Terug in Topaas lukt het me zowaar nog een kaart voor de laatstgenoemde voorstelling te reserveren en is er op vrijdagavond nog plek bij High-Rise van Orkater.
Donderdag, 13 juni
Vooraf aan de voorstelling van Gratte Ciel moet ik eerst een Oerolbandje bij het servicepunt in Midsland ophalen. Op weg naar de locatie op het strand bij Formerum aan Zee miezert het nog een beetje, maar volgens de buienradar zijn het de laatste stuiptrekkingen van een deze nacht gepasseerde depressie.
Om mij heen zijn in afwachting van de kaartcontrôle de lotgevallen van festivalgangers een dankbaar gespreksonderwerp. Een echtpaar in mijn directe omgeving heeft een wel heel curieuze start beleefd. Als ze na aankomst hun tent willen opzetten ontdekken ze dat de tentstokken zoek zijn. Beide echtelieden blijken ten onrechte in de veronderstelling dat de ander thuis deze onontbeerlijke attributen heeft ingepakt. Via internet lukt het hun een tweedehands De Waard tent op de kop te tikken. Die houdt zich goed tot het begint te hozen. Ondertussen belt zoonlief midden in de nacht vanuit West dat hij zijn fietssleutel heeft verloren. Of één van zijn ouders hem met de auto kan ophalen. Bijkomend probleem is echter de bijna lege brandstoftank. De enige (bemande) benzinepomp op het eiland blijkt beperkte openingstijden te hebben….Tja….Zo heeft ieder zijn eigen verhaal deze dagen.
Inmiddels mogen we doorlopen naar de speellocatie, op afstand te herkennen aan drie hoge staken met in de top op het oog bewegingsloze levensechte poppen.


Ik citeer uit het Oerolprogramma:
Drie figuren wiebelen op fragiele metalen palen in het landschap. Zijn het herderinnen, heksen? Priesteressen of misschien amazones? Hun langzame slingerbewegingen nodigen uit tot contemplatie en eens diep ademhalen. RoZéo is een geluidsschilderij geïnspireerd op de beweging van het landschap. Een levende installatie waar je de tijd voor moet nemen.
Gefluisterde, gemompelde, gefloten klanken. Een muzikant begeleidt de installatie, samen met vooraf opgenomen elektronische muziek en veldopnames. De geluiden en de langzame bewegingen van de performers op het tempo van de omgeving dagen je uit om je blik te verbreden. Kom ook in het ritme.
Nadat het publiek zich in een wijde kring rondom de drie “paalzittende” vrouwen heeft opgesteld begint begeleid door aanzwellende muziek een fascinerend schouwspel. Een vierde vrouw op de begane grond vult het kijkspel aan met onverstaanbare teksten in het Frans, afgewisseld door gracieuze dans. De taalbarrière ervaar ik niet als een gemis, het visuele spektakel biedt voldoende ruimte voor fantasie.





Het schouwspel krijgt een extra dimensie als de de luchtdanseressen na verloop van tijd draperieën tevoorschijn halen. De opzwepende muziek uit het begin maakt plaats voor dromerige akkoorden.





Grappig is de Kleine Mantelmeeuw die zich niet laat afschrikken door de mensenmenigte en soms onderdeel lijkt van de voorstelling.
Met een diepe buiging nemen de artiesten na afloop het applaus van het publiek in ontvangst.

‘s Middags fiets ik nogmaals naar Midsland. Van vorige edities herinner ik me dat de straatartiesten de volgende dag ruilen van locatie. Daarom verwacht ik nu andere optredens in Midsland. In het dorp aangekomen tref ik echter alleen maar kraampjes met koopwaar aan. Het lijkt meer een braderie. Ik houd dat dan ook snel voor gezien en rijd door naar Striep. Om nog enigszins beschut te zijn tegen de stevige zuidwestenwind fiets ik van daaruit deels binnendijks naar West-Terschelling. Bij Stay Okay wapperen vlaggen van Oerol en van de omroep die de uitzendingen van Opium op Oerol vanaf deze plek faciliteert.

Op West aangekomen zoek ik bij de Brandaris een plekje voor mijn fiets . Op het Brandarisplein is weinig te beleven, maar in de drukke Torenstraat musiceert een band met een prominente rol voor de blazers.
Ik vind het een onhandige plek voor een optreden omdat er nauwelijks ruimte overblijft voor het doorgaande publiek. Zo goed en zo kwaad als het kan registreer ik een fragment met mijn telefoon en maak een paar foto’s in close-up met de telelens.




Via de Raadhuisstraat loop ik langs het West-End Theater de Willem Barentszstraat in. Daar slooft een zangeres op leeftijd zich uit met de vertolking van het Beatlesnummer I Saw Her Standing There – track 1 van kant 1 van de eerste LP van de groep die daarna zal uitgroeien tot het boegbeeld van de sixties. Op de jeugdige gitarist na lijkt me voor deze muzikanten een glorieuze toekomst in de muziek daarentegen een illusie. Maar dat doet niets af aan het speelplezier van de band.


Een heel ander genre brengt het duo dat ik in de Boomstraat tegen het lijf loop ten gehore. Gezeten voor de wijnhandel Lutine openen ze hun concert met de prachtige ballade Jajem. Een treffender podium voor dit dranklied is niet denkbaar. Ik registreer de uitvoering in zijn geheel.
Het is een hard gelag, het bestaan van de straatmuzikant. Het brave hondje op de voorgrond heeft volgens de zanger al in weken geen eten gehad. Een kleine bijdrage in zijn mand zou zeer welkom zijn. Wie zou aan zo’n verzoek weerstand kunnen bieden?




Vrijdag, 14 juni
Pas aan het eind van de middag staat de voorstelling High-Rise op mijn programma. Daarom is dit een uitgelezen dag voor een wandeling dichter bij huis. Over het pad langs de kolonie van de Oeverzwaluwen loop ik door de duinen naar de Landerumerheide.






In het Formerumerbos stuit ik bij toeval op een rij wachtenden voor de expeditie Krak. Geen idee wat het project behelst, maar het tonen van een Oerolbandje is de enige voorwaarde om eraan deel te nemen. Dus sluit ik achteraan in de rij. Deze komt echter nauwelijks in beweging zodat ik maar weer verder ga. Dan wordt me de reden van de stagnatie duidelijk. Er is kennelijk een maximum voor het aantal deelnemers dat gelijktijdig mag participeren. Eerder vertrokken personen moeten na afloop van de audioroute, een rondgang van zo’n 750 meter over een bospad langs installaties, hun badge weer inleveren zodat volgende deelnemers op weg kunnen gaan. Met de eigen opgeladen telefoon (met oortjes) is, volgens de toelichting, de ervaring bij deze expeditie optimaal.

Een paar honderd meter verder staat een groepje dat de audioroute bij deze expeditie voltooid heeft. Ik blijf even luisteren naar de evaluatie die daar onder auspiciën van één van de initiatiefnemers van dit project plaatsvindt. Omdat ik het zelf niet ervaren heb kan ik nu slechts raden naar de betekenis van de afsluitende opdracht voor de deelnemers:
“Breek een tijdens de wandeling opgeraapte tak ten overstaan van een mededeelnemer.”
Een aanwijzing voor het doel van deze voor mij mysterieuze opdracht geeft de toelichting op de website van Oerol bij dit project:
Middels een installatie(route) en begeleide bos-ervaring verkennen we met nieuwsgierigheid de lessen van verval en verwaarloosde relaties. In deze installatie onderzoekt kunstenaar Elmo Vermijs samen met dekoloniaal activist Chihiro Geuzebroek wat we kunnen leren van verval, hoe het nieuwe mogelijkheden opent en wat we kunnen leren van reducenten; de schimmels die afbreken.
Wat is er rijp om te vervallen in jou en jouw relaties?
Die vraag hoef ik in elk geval nu niet te beantwoorden.
Ik volg het van een verse zandlaag met hooi voorziene ruiterpad in noordelijke richting. Bij het fietspad sla ik af naar de belendende zandweg richting Formerum aan Zee.

Voor ik bij het strandhotel het duin oversteek word ik staande gehouden door een echtpaar met de vraag van één hunner of ik nog mooie foto’s heb kunnen maken. Als je met verrekijker en camera loopt geeft dat wel vaker aanleiding een conversatie te starten. Aangezien ik het resultaat van de plaatjes die ik schiet pas na thuiskomst goed kan beoordelen is zo’n vraag doorgaans niet zinvol te beantwoorden. Al heb ik meestal wel een vermoeden of er een goede kans is dat er een pareltje tussen zit. Gezien de matige lichtomstandigheden maak ik me geen illusies over het resultaat van de kiekjes(!) die ik kort hiervoor heb geschoten van jagende Bruine Kiekendieven.
Vogels maken je het ook niet altijd gemakkelijk ze te fotograferen. De vrouw, zelf fotograaf met speciale interesse voor onderwerpen uit de natuur, beaamt het. Als ik later thuis op haar fotoblog👈 kijk ben ik evenwel flink onder de indruk van de kwaliteit en de composities van de daar getoonde opnamen. Allemaal pareltjes.
We hebben een leuk gesprek, over de aantrekkelijkheid van kustgebieden, buitenlandse reizen en Oerol. Van één van de voorstellingen van Gratte Ciel op het strand aan de andere kant van het duin hebben ze ook iets van een afstand kunnen zien.
Ik neem de duinovergang. Bij het verlaten “podium” van Gratte Ciel word ik luidkeels begroet door de Kleine Mantelmeeuw die hier kennelijk zijn domicilie heeft. Gisteren vertoonde hij zich immers ook tijdens de voorstelling.

Iets later komt laag over de golven vanuit zee een Visdief aanvliegen. In zijn snavel heeft de vogel een visje. Dat is vast bestemd voor zijn nog niet vliegvlugge kroost ergens in de polder. Pendelende Visdieven zijn in dit jaargetijde veelvuldig te zien.




Om Midsland aan Zee weer te bereiken verkies ik de oversteek bij het vakantiehuis “Vliegende Hollander”. Daar ligt een diepe zandkuil waarin de expeditie Solar is opgebouwd. Oorspronkelijk was dit project in de duinen bij Oosterend gepland, maar de vestiging van een broedkolonie Oeverzwaluwen op de beoogde plek gooide roet in het eten.
Solar is een klankinstallatie waarbij verschillende zonnepanelen geluidsbronnen aansturen. Zo ontstaat een steeds wisselend patroon van geluiden die gezamenlijk een symfonie produceren onder directie van de zon. Afhankelijk van hun positie in de kuil ervaren luisteraars een andere klankkleur.



Solar is meer dan een voorstelling; het is een interactieve symfonie, een symbiose van duurzaamheid en artistieke expressie, waarmee we het publiek willen betoveren in een unieke ervaring.
Zelf beperk ik me tot het aanschouwen van bovenaf. Ik heb vandaag al genoeg meters afgelegd over geaccidenteerd terrein.
In Topaas eet ik een paar boterhammen. Het is dan al half vier. Als ik op tijd vertrek kan ik misschien nog even bij de drogist in Midsland wat drop kopen (verslaving). Gelukkig beschermt de harde wind mij tegen die verleiding als ik een uur later op de fiets stap. Nauwelijks onderweg daagt bij mij het inzicht dat ik vanaf Midsland-Noord toch maar beter direct het fietspad langs het meertje van Hee naar de badweg van West kan nemen. Vaak hanteer ik het credo de laatste te zijn die op tijd komt, maar met een fiets zonder elektrische ondersteuning is met deze tegenwind zelfs dat niet gegarandeerd. Als ik tegen het einde een buitje over me heen krijg en vertraging oploop door de locatie in eerste instantie voorbij te rijden in de veronderstelling dat het daar aangegeven nummer niet klopt ben ik maar wat blij met mijn verstandige koerswijziging.
Die vergissing wordt mij achteraf duidelijk. Er zijn twee voorstellingen vlakbij elkaar gesitueerd: Waste Me (15) en High-Rise (16). Ze maken gebruik van dezelfde fietsenstalling aan het begin van het toegangspad. Ik miste het tweede bord.
Desondanks ben ik toch ruim op tijd terug. Op school gebruikte ik bij het begin van mijn lessen tegenover de leerlingen nog een ander credo: “Wie na mij komt is te laat”. Daar effectief, maar hier natuurlijk niet.
Eén van de bezoekers loopt terwijl wij wachten om verder te mogen gehaast terug: hij komt tot de ontdekking dat hij bij de verkeerde voorstelling staat. Hoe hij dan door de kaartcontrole is gekomen is mij een raadsel.
Wel kan ik nu de enorme stapel rotzooi die we tegen de helling van de heuvel boven op deze voormalige vuilstort (“de Nollekes”) zien liggen duiden. Dat is ongetwijfeld onderdeel van de andere voorstelling.
Onder de vlag van Orkater, een landelijk opererend gezelschap dat eigentijds muziektheater maakt, voert KONVOOI een schitterend stuk op dat gebaseerd is op de dystopische jaren zeventig roman High-Rise van J.G. Ballard.
Het verhaal in het kort (geplukt van de website van Orkater👈):
Een muzikale koortsdroom over de mens in vrije val
De eigenaardige wiskundige Alice verhuist op aanraden van haar broer Bobby naar een appartement op de vijfentwintigste verdieping van een moderne woontoren. Het gebouw is van alle gemakken voorzien: een gym, een supermarkt en een weelderig dakterras. Hoe hoger je komt, hoe duurder de appartementen. Alles is voorhanden en alles is comfortabel – voor even. Vanaf het moment dat met Alice ook het laatste appartement bewoond is, gebeuren er onverklaarbare dingen. Geleidelijk aan begint het gebouw, en met haar de verstandhouding tussen de bewoners, barsten te vertonen. En vooral – niemand lijkt in te willen grijpen. Terwijl Alice grip probeert te krijgen op het geleidelijke verval van de flat, passen de andere bewoners zich aan. Of verdwijnen. Haar broer Bobby wil zijn flat niet meer uit. De steenrijke architect van het gebouw, Royal, kijkt vanaf zijn penthouse op het dak gefascineerd naar beneden. Tegelijkertijd begint de verongelijkte documentairemaker Wilder vanaf de begane grond verbeten zijn weg naar boven. High-Rise is een absurd, ontregelend en muzikaal portret van de mens in vrije val.
Een verhelderend interview met de makers is hier👈 te lezen.

Mijn gevoel na de voorstelling is dat ik naar een, prachtig verbeelde, treffende metafoor van de actuele toestand in de wereld heb gekeken. Maar wat is er in de periode waarin ik deel mag uitmaken van het door een schitterend ongeluk ontstane leven nu eigenlijk veranderd?
Toen ik als kind opgroeide speelde op de achtergrond de dreiging van een atoomoorlog. Daarna, in mijn tienertijd, groeide bij mijn generatie de hoop op betere tijden. Love, peace and understanding, dat soort dingen. Wel kwamen er waarschuwende signalen van de “Club van Rome” dat er grenzen aan de groei zijn. Met de val van de muur verdween de koude oorlog van het toneel. Met zijn allen konden we de wereld beter maken. Helaas blijkt dat een utopie. Het lijkt wel weer ieder voor zich. En als oorzaak van alle problemen wijzen we naar de ander. Of ze worden simpelweg ontkend. Men trekt zich terug in zijn eigen bubbel, voert een oorlog uit eigenbelang, probeert het voor het zeggen te krijgen met dezelfde drijfveer. Meningen worden gepresenteerd als feiten, feiten afgedaan als meningen. Wie luistert er nog naar andermans opvattingen als die niet met de eigen mening stroken? Liever blazen we stoom af door de ander uit te schelden, af te schilderen als heks, anderszins te demoniseren of zelfs te bedreigen met de dood. Framing op “sociale” media is aan de orde van de dag. Geen wonder dat de angst regeert. Korte termijn politiek is schering en inslag. Moet zich eerst daadwerkelijk zichtbaar een wereldramp voltrekken voor we drastisch de koers wijzigen? We lijken terug bij af te zijn.
Deze voorstelling laat in elk geval zien dat er voor de kunst een belangrijke rol is weggelegd om de problemen van onze wereld te vertalen naar begrijpelijke situaties. Datzelfde geldt ook voor het perspectief dat gedegen onderzoek kan bieden op het vinden van oplossingen.
Kunst en wetenschap zijn van levensbelang. Daar mag niet op bezuinigd worden, evenmin trouwens op maatregelen om de acute nood bij minderbedeelden te lenigen.
In plaats van oorlogvoeren (wat een destructieve manier van communicatie!) zal uiteindelijk dialoog met wederzijds begrip de enige weg zijn tot een betere wereld. En daarbij is de belangrijkste rol weggelegd voor het onderwijs. Kennis vergaren over dingen die je nog niet wist.
Goed, dat moest ik even kwijt.
Ik sluit de week ’s avonds af zoals ik die begonnen ben. Met een wandeling door de duinen bij het vallen van de avond. Een lofzang op de schoonheid van de natuur.












