Een meiweek op Terschelling (4)

Dinsdag, 16 mei

De zon laat zich weer zien, al is van een wolkenloze hemel geen sprake. Maar het ziet ernaar uit dat eventuele buien aan andere delen van het land zijn voorbehouden.

Tijd om de blik westwaarts te richten en een voettocht door de duinen te maken. Al lopende laat ik op kruispunten van paden mijn intuĆÆtie beslissen in welke richting ik verder ga.

Naar het vogelrijke Waterplak loop ik meestal via het fietspad. Ik herinner me nu dat ik in april aan het slot van een vergelijkbare wandeling terugliep via een smal voetpad aan de andere kant van het duin. Daar zag ik toen een Tapuit, terwijl ik die in deze omgeving eigenlijk nooit zie vanaf het fietspad. En het is toch zo’n beetje een doelsoort voor mij deze week.

Ik kies dus voor het smalle pad in de hoop dat die naar het geluk leidt. Zo is mij dat in mijn jeugd ook verteld. Breed is immers de weg die leidt naar het verderf.

Het begint veelbelovend met een Bruine Kiekendief, zwevend langs de duinhelling. Alleen, het beeld van de vogel is toch wel erg klein door de lens van mijn fototoestel. En hetzelfde geldt voor de Rietgors die even verderop bovenin een struikje zit te zingen….

Oeps!šŸ™ˆ…Ik ben vergeten maximaal in te zoomen….

Goed, ik was kennelijk nog niet goed wakker, hoewel het al na elven is. Het is in elk geval een wake-up call die ervoor zorgt dat een Tapuit op een paaltje mij niet ontgaat. En dan zie ik er nog Ć©Ć©n en verderop in een Duindoorn een derde.

Bij het Waterplak is het nog steeds een droge bedoening. Sinds jaren wordt het waterpeil onder controle gehouden door de pompen van Henk van Tongeren. Al las ik bij Marianne in de krant dat na de zomer Staatsbosbeheer de besmetting van het gebied door Watercrassula onder controle verklaart. Henks pompen worden stilgezet en weggehaald. Er wordt vermoed dat de lange duur mede is veroorzaakt door herbesmetting via een maaimachine van de vaste wal die van te voren niet goed schoon gemaakt was en zo resten van de plant heeft meegebracht.

De monitoring van de gebieden wordt wel volgehouden. Er is nog voldoende budget om een eigen maaimachine en stoomreiniger aan te schaffen. Bij eventuele nieuwe opbloei van de invasieve exoot kan deze dan stante pede door het eigen materiaal worden verwijderd.

Door de gesloten afrastering die ten behoeve van het werkverkeer geopend kan worden loer ik over de zandvlakte naar de Aalscholverkolonie en de meeuwen die zich weinig aantrekken van de droogte. Er schijnen ook nog Lepelaars te broeden, maar behalve het tweetal dat ik even hiervoor zag overvliegen, zie ik nergens Lepelaars. Als het water terugkeert komen de steltlopers hopelijk ook terug. Niettemin meen ik er een paar te horen.

Het duurt even, maar dan komt boven mijn hoofd luid jodelend een Wulp rondvliegen. Als ik er nog ƩƩn zie begrijp ik dat hier een mannetje bezig is indruk te maken op een potentiƫle partner. Van mij trekt hij zich niks aan en daarom kan ik ongehinderd door het hekwerk zijn capriolen vastleggen. Wat een prachtige vogel!

Ik heb eerder tot grote tevredenheid Wulpen kunnen fotograferen, maar het blijkt altijd nog beter te kunnen.

Wulp in bovenaanzicht bij het Waterplak

Ik steek de Midslander Longway over en wandel door het Riesplak en het Hanzegat, twee natte duinvalleien. Het karrenspoor langs het Riesplak verandert tegen het eind in een serie modderpoeltjes, maar geitenpaadjes door het iets hoger gelegen duin bieden uitkomst.

Ik ken maar weinig planten bij naam, een fotootje kan helpen.

Aangekomen bij het Koreabosje ga ik weer noordwaarts tot ik terug ben bij de Midslander Longway. Op dit traject heb ik een leuk gesprek met twee wandelaarsters die even daarvoor gestrand zijn op een nat voetpad door de duinweide naast het pad waar wij nu lopen. Ze verbazen zich over de vogelgeluiden die ze horen terwijl het ze niet lukt de bron te lokaliseren. Het vereist ook wel enige ervaring. Het lukt mij in elk geval ze met behulp van mijn kijker op een Roodborsttapuit te attenderen.

We krijgen het ook nog even over de Izabeltapuit die ze samen met een vriendin, die naar hun zeggen veel vogelkennis heeft, hebben gezien bij de Waddendijk. Ik begrijp de veronderstelling, maar zoals ik hieršŸ‘ˆ heb geschreven vermoed ik dat het een vrouwtjes Tapuit was.

Ik loop terug langs de Midslander Longway en ga bij het bankje met de tekst “Een mens zonder fout is geen mens maar een fout” weer door de duinen richting Midsland aan Zee.

Ik maak nog een foto van enkele Duinviooltjes, maar wordt een paar dagen later door een validator op waarneming.nl gecorrigeerd. Denk je een keer een plant te herkennen…

Hondsviooltje, Midsland aan Zee, 16 mei 2023

En dan komt er weer zo’n keuzemoment. Ga ik rechtstreeks naar Topaas of loop ik nog even om de Grote Plak, de duinvallei voor Topaas?

Ik kies de tweede optie. Een gelukkige keus!

De Bruine Kiekendieven die jaarlijks in de Grote Plak broeden zie ik vaak vanuit Topaas. Maar bijna altijd in tegenlicht en op flinke afstand. Nu zie ik eerst het vrouwtje aan komen vliegen. Ze verdwijnt in het bosje waar zich vermoedelijk het nest bevindt. En dan komt het mannetje in mijn richting vliegen. Ik krijg alle kans om foto’s te nemen. Het kan niet anders of er moeten wel goed gelukte foto’s tussen zitten.

Bruine Kiekendief ā™‚ļøŽ, Midsland aan Zee, 16 mei 2023

Het oordeel is aan de lezer.