In aanloop naar de zomertijd

Terug naar Terschelling

Onder een bewolkte hemel rijd ik op 16 maart vanuit Emmen naar Harlingen. Naarmate ik dichterbij de kust kom zie ik steeds meer blauw tussen het grijs verschijnen. Bij de haven aangekomen is het helemaal opgeklaard. Aangekomen op Terschelling maak ik bij Topaas in het avondlicht nog een paar foto’s om enkele vrienden en familieleden jaloers te maken.

Er is pas anderhalve maand verstreken sinds de laatste keer. Niettemin is het waterpeil in de Grote Plak nauwelijks gedaald. Het maakt de plas wel aantrekkelijk voor diverse eendensoorten. Zowel paartjes Wilde Eend, Slobeend, Krakeend en Bergeend laten zich hier de komende tijd af en toe zien. Permanent aanwezig zijn twee Meerkoeten en Grauwe Ganzen in wisselend aantal. Rondom Topaas scharrelen regelmatig drie vrouwtjes Fazanten en – reeds op zijn paasbest – één mannetje. De volgende dagen verschijnen ook Scholeksters, Kieviten, Nijlganzen en Stormmeeuwen in tweetallen. Soorten die in de afgelopen jaren met wisselend succes in de directe omgeving gebroed hebben.

Zondag, 17 maart

Tijd voor een oppervlakkige verkenning van de situatie op enkele favoriete locaties. Daartoe rijd ik aan het eind van de ochtend eerst naar de Dwarsdijk. Erachter scharrelt een groepje Rotganzen. Een fractie van de duizenden soortgenoten die samen met talrijke Brandganzen in deze tijd delen van de polder als een donkere deken bedekken. Af en toe zoeken enkele een plas op om er hun dorst te lessen.

Rotganzen, Dwarsdijk, 17 maart 2024

Dan zet ik koers naar de parkeerplaats aan het eind van de badweg van Oosterend. Er zijn rijplaten neergelegd om die plek bereikbaar te houden. De gebruikelijke toegang is door de hoge waterstand geblokkeerd. Een pomp is ingezet om het waterpeil beheersbaar te houden. Zo wordt water vanaf de westkant van de badweg, waar de weiden blank staan, over de duintjes aan de oostkant getransporteerd naar het plasdrasgebied onderaan het duin. Ik loop een stukje over de badweg terug, steek langs het fietspad richting Boschplaat het duin over naar het karrenpad dat terugleidt naar de parkeerplaats. Het vergt enige behendigheid mijnerzijds om met droge voeten de auto te bereiken.

Maandag, 18 maart

’s Ochtends combineer ik een boodschap in Midsland met een ritje op de fiets naar Striep. Voor de zekerheid stop ik kijker en fototoestel in de fietstas voor eventueel vogelvertier op de kwelder of in de polder. Althans dat denk ik. De vogels zijn er wel, maar als ik een groepje Kramsvogels denk te kunnen fotograferen ontdek ik dat ik de kijker wel in de fietstas heb gestopt maar de camera in Topaas heb laten liggen. Zo wordt het een kort ritje.

Raadselvogels

Op de terugweg via de Midslander Longway zie ik bij het fietspad langs het Waterplak twee eendachtige watervogels tegen elkaar aangeschurkt met de kop in de veren. Ze doen me denken aan Grote Zaagbekken, maar eerlijk gezegd kan ik er geen soep van koken. Ik maak er zo goed en kwaad als het kan met mijn telefoon een fotootje van, maar ingezoomd ziet het er niet uit. Hun identiteit zal altijd wel een raadsel blijven want ook de validator van waarneming.nl gaat niet akkoord met de onzekere suggestie van de herkenningsapp dat het wellicht Grote Zaagbekken zijn.

Na de lunch stap ik opnieuw op de fiets nadat ik me ervan heb overtuigd de camera nu wel bij me te hebben. Hoewel ik van plan ben door het duingebied van Formerum te fietsen kan ik het tegen beter weten in niet laten te beginnen met een omweg via West aan Zee. Zo kom ik ook weer langs de locatie van de raadselvogels. Zoals was te verwachten zijn ze gevlogen.

Aangekomen bij de badweg van Formerum zie ik in een struik een Roodborsttapuit op de uitkijk zitten. Daar stop ik even voor, waarna ik dat langs het fietspad “om de noord” herhaal om het landschap met de natte duinvalleien op de gevoelige plaat vast te leggen.

Het Liesinger Plak, ook wel Eerste Plak genoemd, is mijn volgende stop. Tot mijn groot genoegen zwemmen er weer enkele Pijlstaarten. Gisteren zag ik die ook op het ondergelopen weiland bij de badweg van Oosterend, maar hier zijn ze dichterbij.

Via Lies rijd ik langs de voormalige melkfabriek de polder in. Even voorbij het Formerumer Wiel, waar ik nog een Bergeend portretteer, klim ik de waddendijk over om aan de andere kant verder te fietsen tot de kwelder bij Striep. Op het Wad foerageert her en der een Tureluur terwijl een groepje Grutto’s, de meesten op één poot, er staat te dutten. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat het voor een deel IJslandse Grutto’s zijn. Die zijn roder van kleur dan de gewone Grutto.

Bergeend, Terschellinger Polder, 18 maart 2024

Een echtpaar begroet mij terwijl ze naar de vogels op de kwelder staan te kijken. Pas dan zie ik dat het mijn buren in Midsland aan Zee zijn. Het gebeurt niet zo vaak dat we gelijktijdig op Terschelling zijn. Terwijl we bijpraten krijg ik het aanbod een dezer dagen met Ton Peter in zijn strandjeep naar het Amelander Gat te rijden. Vanzelfsprekend mits de weersomstandigheden het toelaten. Het is niet tegen dovemansoren gezegd.

Nadat ze weer op de fiets gestapt zijn rijd ik door naar een vogelaar die zijn telescoop gericht heeft op het plas-drasgebiedje in de polder. Als ik een opmerking maak over de minder gunstige lichtomstandigheid hoor ik in de tongval van zijn antwoord een West-Terschellinger. Jan van der Zee is een generatiegenoot wiens vader net als mijn vader een bouwbedrijf had. Hij vertelt me en passant dat er twee familietakken van der Zee op Terschelling wonen. Maar ja, de talrijke Smitten hier behoren evenmin tot dezelfde familie.

We delen in elk geval ook onze interesse in de natuur. Hij vertelt me dat hij niet alleen vogels observeert, maar soms zelfs met een waadpak het Griltjeplak inloopt om libellen boven het wateroppervlak te fotograferen.

Daarnaast hebben de dialecten zijn interesse en is hij zijdelings betrokken geweest bij de totstandkoming van het ‘Meslânzer Woardeboek’ dat de afgelopen week is gepubliceerd. Op Terschelling is een actief clubje👈 dat zich bezighoudt met het levend houden van de diverse dialecten. Ze noteren de diversiteit in de uitspraak van allerlei nu nog gebruikte woorden. We komen erop naar aanleiding van de, naar zijn zeggen, Kleine Zaagbek die hij in de haven heeft gezien. Ik denk dat hij waarschijnlijk een Middelste Zaagbek bedoelt, omdat de Kleine Zaagbek in het vogelaarsjargon Nonnetje heet. Tevergeefs probeert Jan op zijn telefoon zijn gelijk te halen. Kleine Zaagbek ontbreekt in de lijst met vogelnamen.

Ik ben wel benieuwd of de aanduiding ‘Ome Kees” als volksnaam voor de Blauwe Reiger in Midsland in het boekwerk is opgenomen. Freek Zwart noemt het in zijn boek over de broedvogels van Terschelling (1985). Die aanduiding komt Jan van der Zee in elk geval wel bekend voor.

Al pratend komt er weinig meer terecht van vogelen. Maar het sociale contact als bijvangst is ook altijd de moeite waard. Bovendien zijn de meeste vogels omdat het eb is nu ver uit de kust.

Dinsdag, 19 maart

Sneller dan verwacht krijg ik van buurvrouw Gedi een berichtje of het vanmiddag al past naar het Amelander Gat te rijden. We spreken om 3 uur af.

Over het strand is het zo’n half uur rijden naar de Hoek, zoals de Terschellingers de oostpunt van het eiland noemen. Onderweg zien we duinen waar bij hoogwater flinke stukken zijn afgeslagen. Tien jaar geleden, toen ik hier voor het laatst ben geweest, was dat niet anders.

Duinafslag bij paal 25, 9 januari 2014

Voorbij het drenkelingenhuisje ligt een zeehond, niet ver van het water.

Zeehond, strand paal 26, 19 maart 2024

Aangekomen op het eindpunt stappen we uit, met over het water zicht op de vuurtoren van Ameland. Voor de kust vaart een visserschip. Iets verderop zijn nog twee personen te zien die voor ons met hun jeep zijn gearriveerd. Voor het overige hebben voornamelijk Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen dit stukje eiland gekoloniseerd. De natuur heeft er vrij spel.

Terugrijdend krijgen we na enkele kilometers weer strandwandelaars in het vizier. Vlak nadat we Heartbreak Hotel zijn gepasseerd doemt in de verte een drietal ruiters te paard op. Andermaal een teken dat we weer in de buurt van de bewoonde wereld zijn beland.

Je gemotoriseerd verplaatsen over het strand kost weinig moeite. Vandaar dat we Midsland aan Zee nog even links laten liggen en doorrijden tot paal 5. Daar staat erg veel water op het strand zodat het ons verstandig lijkt hier om te keren. Vlakbij strandpaal 7 heeft een Grijze Zeehond de aandacht getrokken van enkele wandelaars. Ton Peter parkeert zijn voertuig op gepaste afstand en maakt liggend op zijn buik onder dekking van de auto foto’s. Voor het schieten van plaatjes door het geopende portier prefereer ik het comfort van mijn zitplaats in de auto.

Terug in Midsland aan Zee bekijk ik onder het genot van een kop koffie in zijn huisje prachtige foto’s die Ton Peter in de loop van de tijd gemaakt heeft. Een indruk van de resultaten van die arbeid is hier 👈 te zien.

Woensdag, 20 maart

Tegenvallend weer houdt me deze dag grotendeels binnen. Een goede gelegenheid om wat te lezen. Ik heb een abonnement genomen op het gloednieuwe tijdschrift “Vogelskijken”. Het eerste nummer viel mooi op tijd voor mijn vertrek naar Terschelling in de brievenbus met als bonus een fotoboek van vogels die jaarrond in Nederland te zien zijn.

Zowel het tijdschrift als het boek beantwoorden aan mijn hooggespannen verwachtingen. Prachtige foto’s en mooie artikelen voor de liefhebber. Een recensie is hier👈 te lezen.

Aan het eind van de middag rijd ik alsnog naar het einde van de hoofdweg voor een rondje te voet achter de Dwarsdijk. Bij het Jollemabosje lukt het me net voor de vogel me opmerkt een Torenvalk te fotograferen.

Torenvalk, Jollemabosje, Terschelling, 20 maart2024

Het paartje Nijlganzen dat ik een eindje verderop in beeld krijg gunt me meer tijd.

Nijlganzen, Terschelling, Tordunen, 20 maart 2024

Donderdag, 21 maart

De Bruine Kiekendieven zijn weer terug. Laagvliegend over de duinen en het riet scannen ze met regelmaat de bodem op de aanwezigheid van prooien. Vanuit Topaas zie ik ze in tegenlicht. Ik loop daarom naar de andere kant van de duinvallei. Daar steek ik ook het duin over om bij de zandafgraving te kijken. Deze is echter getransformeerd in een flinke duinplas ten gevolge van de overvloedige regenval. Terwijl ik terugloop komen de vogels net voorbij. Alleen een foto van het mannetje is bruikbaar als bewijs bij mijn melding op waarneming.nl👈.

Topaas en Turkoois, gezien van het duingebied aan de zuidkant, 21 maart 2024

De vertrouwde wandelroute om het Waterplak wordt geblokkeerd door een ondergelopen laagliggend deel. Daarom loop ik via het duin de andere kant op naar het fietspad. Op weg naar West aan Zee zie ik er mijn eerste Lepelaar van dit jaar.

Bij het zomerhuizengebied van West aan Zee, ter hoogte van Jort Kelders vakantiewoning, steek ik het duin over. In de hoop tussen de daar recent gevormde jonge duintjes Sneeuwgorzen of Strandleeuweriken aan te treffen loop ik daar een zigzag-route. Helaas zonder resultaat. Vandaar dat ik het strand oversteek naar de waterkant.

In januari werd de route vanaf het strand naar Midsland aan Zee versperd door een slenk waardoor er toen niets anders opzat dan tegen de snijdende westenwind in terug te lopen tot het strandpaviljoen bij West aan Zee. Daar zorgde een lunch voor de broodnodige aanvulling van het verlaagde energiepeil. Nu kan ik ongehinderd via de westelijke duinovergang teruglopen naar Topaas.

Uitzicht op het Klein Meisterplak, 21 maart 2024

Vrijdag 22 maart

Zonniger vooruitzichten. Tijd om de blik westwaarts te richten. Ik fiets eerst naar het Griltjeplak. Om daar te komen negeer ik wel een waarschuwingsbord dat met name scootmobilisten afraadt de afslag te nemen naar de noordelijke route vanwege diepe plassen op het fietspad. Dat was in januari inderdaad voor mij de reden halverwege om te keren toen ik in tegengestelde richting hiernaartoe wilde rijden. Deze keer verloopt de rit zonder problemen.

Nieuwsgierig naar eenden bij Doodemanskisten neem ik dat bosmeertje in mijn route op. Daar aangekomen zie ik echter dat er allerlei voorbereidingen worden getroffen in verband met het nachtelijk wandelevenement Fjoertoer komend weekend. Ik kan me een stop daar derhalve besparen en rijd door naar de haven. Daar loop ik met de goede herinneringen van eind januari in gedachten de strekdam bij de Kom op. Met dit verschil dat het toen een tamelijk grijze dag was.

Langs de strekdam scharrelen ook nu weer enkele Steenlopers op zoek naar voedsel tussen het aanspoelsel. Hier zijn ze altijd goed te benaderen.

Natuurlijk vormen de Paarse Strandlopers en de Middelste Zaagbek die mij hier in januari verrasten de verborgen agenda om naar het eind van de strekdam te lopen. Op de terugweg attendeert de afwijkende roep van een vogel mij op een steltloper die van de dam aan de overzijde komt aanvliegen. Het is een Paarse Strandloper die mijn genot verhoogt door een meter of tien voor mij even neer te strijken.

Bij de jachthaven duikt een Aalscholver en verschalkt daar een visje. Ik ben net te laat om nog een glimp van zijn prooi op beeld vast te leggen.

Aalscholver, jachthaven West-Terschelling, 22 maart 2024

Vanaf het fietspad langs de Stortumerdijk fleuren overtijende Grutto’s mijn fietstocht op. Onverstoorbaar staan ze te dutten in het gezelschap van Scholeksters en Steenlopers, zelfs als ik er vlakbij blijf staan. Er is altijd wel eentje in de groep waakzaam. Fietsers ervaren ze niet als bedreigend.

Op sommige plekken klinkt vanuit de polder het gebabbel van duizenden Rotganzen en Brandganzen. Een enkele keer kiezen ze om onduidelijke redenen het luchtruim.

Tureluurs, Wad bij Kinnum, 22 maart 2024

Op de kwelder bij Striep zorgen foeragerende Kluten voor een fraaie apotheose van mijn fietstocht.

Zondag, 24 maart

Het grootste deel van het weekend noodt niet tot activiteiten buitenshuis. Inmiddels maakt “huismeeuw” Gerrit ook weer regelmatig zijn opwachting. Als ik in de kamer een broodje zit te eten kijkt hij mij vanaf het terras of het windscherm smekend aan. Terrasweer is het nog steeds niet geweest. In de zomer kun je buiten geen moment etenswaar uit het oog verliezen. Daarom heb ik enigszins een haat/liefde verhouding met het dier. Bij afwezigheid in het winterhalfjaar mis ik hem, in de zomer ben ik hem liever kwijt dan rijk. Vandaag geef ik hem wat aandacht met een foto in close-up.

“Gerrit”, 24 maart 2024

Op het eind van de zondagmiddag wil ik er toch nog even op uit. Na enig wikken en wegen kies ik nogmaals de haven op West als bestemming. Nu per auto wel te verstaan. Ik vind met enige moeite nog een parkeerplekje op het haventerrein. Omstreeks deze tijd staat de veerboot op het punt te vertrekken.

Ik loop een stukje een steiger in de kom op waar een grote boot ligt aangemeerd. Opmerkelijk genoeg lijken een paar duiven een nest te hebben gemaakt bij de patrijspoort waarlangs een aanlegkabel vanuit de boot komt. Vanaf de steiger maak ik een foto met de Brandaris als middelpunt.

De Kom biedt weer een verrassing. Een Groenpootruiter foerageert er langs een slikrand. Ik loop een klein stukje de strekdam op. Op dat punt is de vogel beter te bekijken.

Ik zie er vanaf door te lopen tot het eind van de strekdam. Het waait me te hard en bovendien zie ik daar enkele mensen terugkeren die vanaf dat punt de vertrekkende veerboot hebben uitgezwaaid. Dan zijn eventuele vogels wel gevlogen.

Op de terugweg naar de auto zie ik nog een mannetje Eidereend in de beschutting van een boot zwemmen.

Eidereend, West-Terschelling haven, 24 maart 2024

Maandag 25 maart

Na het weekend weer een stralende dag met weinig wind. Vanavond ben ik door Marianne uitgenodigd om gezamenlijk de Wilde Eend die ze op haar verjaardag gekregen heeft te verorberen. Daarom heb ik na het draaien en ophangen van de was alle tijd voor een flinke fietstocht.

Eerst rijd ik naar het meertje van Hee, maar daar is weinig te beleven. Daarom fiets ik langs Halfweg door naar het industrieterrein. De binnendijkse kolk herbergt ook niet veel bijzonders. Op de achtergrond wemelt het in de polder wel weer van de ganzen.

Kolk nabij het industrieterrein, 25 maart 2024

Op de dijk ravot een viertal Kauwen. Mooie gelegenheid om de Kauw hier ook eens een podium te geven. Het zijn sowieso gezellige vogeltjes. Toen ik meer dan dertig jaar geleden op Terschelling hoofdzakelijk vanuit Hoorn opereerde viel juist de afwezigheid van Kauwen op. Zodra ik in Harlingen weer voet aan wal zette waren ze alom present. Verspreidingskaartjes in broedvogelatlassen ondersteunen deze observatie.

In duingebieden broeden Kauwen in konijnenholen wat verklaart dat ik ze in Midsland aan Zee wel vaak zie. In het winterhalfjaar voert een grote groep er slaapvluchten uit, soms onderbroken door een collectieve landing op het dak van specifieke vakantiewoningen. Het gehanteerde criterium waarop hun voorkeur berust is me overigens een raadsel.

Over het hele traject langs de dijk tot aan de Wierschuur stelen de Grutto’s wat mij betreft de show. De volgende galerij geeft een beeld.

Voor twee Rotganzen smaakt het gras boven op de dijk goed.

Nooit raak ik verzadigd van het uitzicht op het Wad. Van Marc van Vliets landartproject “De Streken” resten in het winterhalfjaar alleen de steigerpalen van het toegangspad. Over een paar maanden zal het weer in volle glorie zijn opgebouwd.

Vanaf de Dwarsdijk rijd ik door naar het eind van het fietspad richting Boschplaat. Het duingebied op de weg ernaartoe is onder de noemer “Project Waterpracht” flink onder handen genomen.

Op het verste punt stal ik de fiets om te voet het duin over te steken naar het strand.

Terug bij de fiets probeer ik met een spervuur aan foto’s een Bruine Kiekendief te fotograferen. Dat wordt kennelijk mijn camera ook te gortig. Als ik op de terugweg ook nog wat foto’s probeer te maken krijg ik een foutmelding over problemen met het wegschrijven van de beelden. Aangekomen bij de duinen in Formerum zie ik een Tapuit zitten die zich in het zonlicht koestert. Eén foto lijkt te lukken, maar daarna geeft het toestel er weer de brui aan. Ik krijg het vermoeden dat het kaartje misschien vol is…

Terug in Topaas blijken de eerder op de dag gemaakte foto’s ongeschonden. Vanaf de laatste hierboven gepresenteerde foto is op het kaartje evenwel niets bewaard gebleven. Op mijn toestel zie ik echter nog wel die ene foto van de Tapuit. Via bluetooth lukt het me alsnog die naar mijn telefoon te sturen.

Gelukkig is de was droog en smaakt de eend als vanouds.

Het SD-kaartje heb ik maar geformatteerd.

Dinsdag, 26 maart

Deze dag heb ik ingeruimd voor een fikse wandeling. Over de Landerumerheide loop ik naar het Formerumer Bos. Beoogde looproutes moet ik hier en daar weer aanpassen vanwege de bodemgesteldheid. In het bos tref ik een jongeman die op een pad naast zijn fiets staat en met een kijker de boomtoppen afspeurt. Ondertussen maakt hij aantekeningen op zijn telefoon. Hij draagt een jas met het opschrift SOVON, de organisatie die landelijke vogeltellingen organiseert.

“Zo te zien inventariseer je vogels. Ik hoorde net Goudhaantjes.”

Hij bevestigt mijn vermoeden. Voor Staatsbosbeheer brengt hij hier de komende maanden de broedvogels van enkele gebieden in kaart. Vandaag is zijn eerste dag. Het is lang geleden dat hij op Terschelling was. Zijn gebruikelijke werkgebied ligt op de Veluwe.

Ik luister even met hem mee naar de roepjes en zang van diverse bosvogels. Roodborst, Winterkoning, Koolmees en Merel kan ik wel thuisbrengen, maar de Zwarte Mees die hij opmerkt zou mij zeker zijn ontgaan. Helaas fladdert die te hoog en te snel tussen het bladerdek om goed te bekijken.

Ik wens hem een prettige periode toe en vervolg mijn weg met verscherpte aandacht voor vogelgeluiden. Een hoog riedeltje brengt mij korte tijd later op het spoor van een Boomkruiper. Het is dan nog niet eenvoudig het vogeltje te lokaliseren, maar het helpt dat ik weet dat ze langs boomstammen omhoog klimmen bij het foerageren. Zo lukt het me toch een paar foto’s te maken.

Langs de noordkant van het Liesinger Plak zoek ik mijn weg naar het Hoornse Bos. Ook daar moet ik mijn route af en toe over een duin verleggen om de voeten droog te houden. Al komt dat het uitzicht op de ondergelopen duinvalleien wel ten goede.

Ik heb gelezen dat de renovatie van Kaap Hoorn, het strandpaviljoen aan het eind van de badweg voor de strandovergang sterk bemoeilijkt is door wateroverlast. Voor fietsers en wandelaars was de plek onbereikbaar door een hier en daar meer dan 30 cm diepe plas. Ten behoeve van het werkverkeer is daarom door het bos een omleiding gerealiseerd door een ruiterpad met een stevige zandlaag te verhogen. Zo hoopt men het etablissement toch volgens plan met Pasen in bedrijf te hebben.

Eind januari ben ik zover ik kon over de badweg gefietst en heb daar onderstaande foto’s gemaakt.

Nu bereik ik via een zwerftocht door en langs het bos met enige moeite de badweg ter hoogte van de ijsbaan. Ik volg de badweg tot het begin van de omleiding. Desgevraagd verzekeren een paar fietsers die mij daar vanaf het laatste deel tegemoet komen dat voor wandelaars dat traject niet te doen is. Daarom volg ik meteen maar de alternatieve route. Ik heb deze dag genoeg trial en error ervaringen gehad. Bij het paviljoen aangekomen is nog volop activiteit van bouwvakkers en schilders te zien. En inderdaad, de badweg oogt als de bovenloop van een rivier.

Eigenlijk wil ik nog kijken bij het ondergelopen weiland even verderop, maar ook het fietspad waarover ik dan moet lopen staat blank.

Ondergelopen duinweide ter hoogte van paal 14, 26 maart 2024

Hoog tijd derhalve om de terugtocht te aanvaarden. Ravitailleren hier is niet aan de orde. Ik volg het ruiterpad tot Hoorn. Restaurant Zonneweelde is gesloten. Ter afwisseling loop ik een stukje door de polder. In Lies krijg ik het lumineuze idee om me te laven aan een cappuccino met appelgebak bij hotel-restaurant de Walvisvaarder. Zo kom ik nog eens ergens.

Aangesterkt loop ik langs het Formerumer Bos weer het duingebied in. Bij het parkeerterrein in Formerum aan Zee ontdek ik tot mijn verrassing een Zwarte Roodstaart. Die soort was ik op Terschelling nog niet tegen gekomen.

Terug in Topaas zie ik dat ik bijna 19 kilometer heb gelopen.

Vrijdag, 29 maart

Eén dag nog te gaan voor mijn twee weken Terschelling erop zitten. Het weer werkt mee. De vorig jaar nieuw aangeschafte wasmachine werkt aanzienlijk efficiënter dan zijn voorganger. Vandaar dat ik nog maar een keer de was van de afgelopen dagen wegwerk. Dan hoef ik die niet mee te nemen, want in de wind en de zon droogt het snel.

Ik pak weer de fiets om met een stevige wind in de rug oostwaarts te rijden. Ik hoop dat de voorspelling van een in de loop van de dag afnemende wind uit zal komen. Dat zeg ik ook tegen een vrouw die zwoegend uit de tegenovergestelde richting is aan komen rijden en vlak voor mij het Kaapsdûne bij Oosterend beklimt. Vanaf de top heb ik een goed overzicht op de duinen aan de noordkant en de waterrijkdom ertussen. Gisteren heb ik er nog een rondwandeling gemaakt. Eerst langs het fietspad vanaf de badweg van Oosterend naar het Hoornse bos tot ik niet verder kon vanwege de eerder beschreven waterblokkade. Vervolgens terug over het strand zigzaggend tussen de jonge duintjes. Maar opnieuw laten Strandleeuweriken of Sneeuwgorzen het afweten.

Aangekomen bij de parkeerplaats aan het eind van de hoofdweg ga ik te voet verder naar het hek bij de Groede. Onderweg langs het Rozenlaantje word ik nog luid toegezongen door een Roodborst.

Vanaf het eindpunt zie ik zowaar tussen de duinen door de vuurtoren van Ameland. Opmerkelijk genoeg dooft die, in tegenstelling met de Brandaris, niet overdag de lichten. Maar ook hier biedt internet een verklaring 👈.

Vuurtoren Ameland brandt tijdelijk ook overdag, 29 maart 2024

Op de terugweg naar de fiets loop ik het laatste deel langs de kwelder. Het getij laat dat wel toe.

Op een grasveld tussen de elzensingels bij Oosterend zit een flinke groep Kramsvogels. Als compensatie voor mijn eerder beschreven mislukte poging deze soort te fotograferen probeer ik er opnieuw wat van te maken.

Waarschijnlijk moet ik tot het najaar wachten op een herkansing.

Voor de terugrit volg ik het fietspad door de polder. De wind is inderdaad in kracht afgenomen. Sommige weiden zijn nat genoeg om Grutto’s en Tureluurs te verleiden daar te foerageren. Zolang ze nog niet broeden blijven ze hier op gepaste afstand. Even voorbij het Formerumer Wiel blijf ik nog even staan bij een vogelaar. Misschien had ik dat beter niet kunnen doen. In de loop van het gesprek vertelt hij hoe goed hij Strandleeuweriken kon bekijken….bij het Groene Strand.

In het gezelschap van grazende Rotganzen bevindt zich bij Striep nog een enkele Wulp. Zijn portret mag deze reportage van twee weken in maart op Terschelling afsluiten.

Wulp, polder Striep, 29 maart 2024