Voor mij begint het voorjaar pas echt als ik de eerste Tjiftjaf hoor zingen. Jarenlang kwam dat moment omstreeks 18 maart. Soms een dag eerder of later, maar ik kon bij wijze van spreken de kalender er wel op gelijkzetten. Inmiddels heeft deze lentebode het ook in de gaten: het klimaat warmt op. Dit jaar hoor ik al op 5 maart in mijn woonplaats op minstens drie plekken een Tjiftjaf zijn naam scanderen. Voor andere zomerzangvogels zal ik nog een paar weken geduld moeten opbrengen. Aan de kust arriveren weidevogels en sommige steltlopers al eerder. Voor mij een goede reden om half maart naar mijn huisje op Terschelling te gaan. Over de aankomst daar van de eerste Grutto’s heb ik in een eerder bericht 👈 geschreven.
Drenthekriebels
Terug van Terschelling ga ik begin april een paar keer naar het Bargerveen. De ervaring leert dat daar gaandeweg weer leven in de brouwerij komt. ‘s Winters is er afgezien van overwinterende ganzen doorgaans weinig vertier. In november bezorgen een Klapekster en een Ree me er nog wel een paar vermeldenswaardige momenten. De vogel zit echter hoog in een boom, te ver weg voor een goede foto👈, terwijl het Ree 👈 na ons oogcontact zich snel uit de voeten maakt.
7 april
Op een zonnige dag keer ik er nu terug. Vanaf de parkeerplaats loop ik eerst over de afslag naar de vogelkijkhut. Eigenlijk is de begroeiing aan weerszijden van het pad ernaartoe voor een vogelliefhebber het interessantst. In de beschutting van het struweel houden zich vaak zangvogels op. Met wat geluk zie ik er soms een Goudvink. Vanuit de observatiehut wordt het zicht op de omringende waterpartijen grotendeels ontnomen door Japanse duizendknoop, een notoire woekerplant. Staatsbosbeheer doe er wat aan! Door een kijkgat zie ik een Zanglijster over de bodem scharrelen. Hij verzamelt er lekkere hapjes voor zijn kroost dat ergens hongerig in een goed verstopt nest met opengesperde snaveltjes stilletjes zijn terugkomst verbeidt.

Terwijl ik terugloop naar de Laardijk zie ik een Pimpelmees die zich heeft geposteerd tussen de wirwar van katjesdragende takken. Tjiftjaffen op de frisgroene uitlopers van een boom vallen tegen de achtergrond van een strakblauwe lucht meer op. Hun staccato zang zal tot ver in de zomer de aandacht van de oplettende luisteraar op zich vestigen.



De meeste bomen zijn nog kaal. Wel zie ik dat de afgelopen maanden het waterpeil in het Bargerveen flink is gestegen.




In de loop van de dag houden steeds meer vogels zich gedeisd. Voedsel zoeken heeft nu prioriteit. Wel meen ik vanachter de coulissen signalen van Blauwborsten op te vangen. Ik spreek een fotograaf die ze op een andere plek deze ochtend al mooi kon fotograferen. Voor een openbaar optreden kan ik dus beter vroeger opstaan. De volgende dag ben ik daarom rond 7 uur opnieuw ter plekke.
8 april
Langs het “slangenpaadje” word ik omringd door een gemengd vogelkoor waarin Fitis, Tjiftjaf, Zanglijster en Blauwborst de boventoon voeren. Hoe anders is het beeld van deze zingende vogels in het licht van de ochtendzon. Voor zover ze zich laten zien tenminste.


Niet elke Blauwborst doet, zoals op onderstaande foto’s te zien is, bij terugkomst in het broedgebied zijn naam eer aan. Of enkel een aubade voldoende is om het hart van een vrouwtje te veroveren staat te bezien. Al zal de komende weken ook zijn borst wel blauw kleuren.




Inmiddels zijn ook Fitissen overal te horen. Dat maakt verwisseling met de Tjiftjaf uitgesloten. Een ander kenmerk is de lichte kleur van de poten vergeleken met de Tjiftjaf. Dat zijn vleugels ook langer zijn is in het veld geen bruikbaar kenmerk. Daarvoor zul je ze moeten vangen. Het is wel de reden waarom Fitissen veel verder zuidwaarts dan Tjiftjaffen overwinteren. Het kost ze, dankzij het grotere draagvermogen, minder energie om lange afstanden te overbruggen.

15 april
Geografisch wordt het Bargerveen opgedeeld in een aantal min of meer rechthoekige gebieden. Een denkbeeldige lijn over de van west naar oost lopende Verlengde Noordersloot tot aan de grens met Duitsland vormt globaal de scheiding tussen de noordelijke en zuidelijke helft van het natuurgebied. Op het punt waar de Verlengde Scheperweg overgaat in de Hogeweg kun je via de Laardijk de parkeerplaats oprijden. Over de Laardijk loopt een fietspad naar het zuiden. Bij de kruising met de Verlengde Noordersloot heeft een fietser twee opties: over die weg rechtsaf slaan in westelijke richting of via een bocht om de kijkheuvel verder over de Vossendijk naar het zuiden doorrijden tot de Zuidersloot in Weiteveen.

Met het Meerstalblok wordt in het noordelijke deel het gebied ten oosten van de Laardijk aangeduid. Aan de andere kant ligt het Natura 2000 gebied Bargerveen dat in het westen begrensd wordt door het Barger-Oosterveen.
Aan de zuidkant ligt het Amsterdamsche Veld dat wordt ingesloten door de grens met Duitsland, de Zuidersloot naar Weiteveen en het fietspad aan de westkant dat vanaf de schaapskooi teruggaat naar de Verlengde Noordersloot.



Naast de schaapskooi bevindt zich restaurant Wollegras, een aantrekkelijke locatie voor mij om te pauzeren als ik er vanaf de parkeerplaats bij de Laardijk zwervend over het Bargerveen naartoe ben gelopen. Op het Amsterdamsche Veld kom ik vooral vogels die open gebieden prefereren tegen. Ik hoor en zie Veldleeuweriken, Gele Kwikstaarten, Graspiepers, maar ook Vinken en Roodborsttapuiten. Vooral de kwikstaarten laten zich goed zien, al steelt wat mij betreft een zingende Vink in de top van een naaldboom vandaag de show.





Vlakbij de schaapskooi landt een groepje Kneuen op een afrastering. Die zien mij aankomen en vliegen snel weer door.
Na de ravitaillering in restaurant Wollegras is een Gele Kwikstaart mij vriendelijker gezind. Een Veldleeuwerik daalt luid jubelend in glijvlucht neer op een heidestruik. Zo’n kwikstaart met zijn felgele borst steekt mooi af tegen de achtergrond. Veldleeuweriken moeten het toch voornamelijk van hun vocalen hebben. Tussen de dorre begroeiing vallen ze op de grond nauwelijks op. Zelfs als ze zingen zijn ze daar lastig te lokaliseren. Hoog in de lucht trouwens ook.


16 april en 22 april
Het wordt tijd om mijn licht eens op te steken elders in Drenthe. Uit het recente verleden herinner ik me goede ervaringen bij het LOFAR-gebied tussen Exloo en Buinen. Onder andere Paapjes, een Snor, alsmede andere rietvogels en diverse steltlopers kun je er in het voorjaar tegenkomen. Het kwelmoeras dat in dit deel van het Hunzedal👈 vrij spel heeft gekregen nadat radioastronomen van ASTRON hier een rustgebied ter beschikking kregen voor het plaatsen van antennes is ook aantrekkelijk voor bijzondere vogels.
Kort na elkaar maak ik er twee rondwandelingen. Behalve Scholeksters, Tureluurs en Grutto’s scharrelen er ook enkele Kemphanen in het plasdrasgebied. Vanuit het riet hoor ik zowel de monotone triller van een Snor als de lang aangehouden strofes uit de keel van een Rietzanger. De laatste zoekt het nog wel eens hogerop tijdens de zang. Hetzelfde doet een Blauwborst als hij bij het vallen van de avond een serenade brengt vanuit de top van een boompje. Tegen zoveel muzikaal geweld heeft de prevelende zang van een Rietgors niet veel in te brengen, al laat die zich er evenmin het zwijgen door opleggen.





Bij de tweede wandeling holt een meter of 50 voor mij een Reebok doelgericht in de richting van het plasdrasgebied. Als ik door de verrekijker in die richting kijk zie ik drie nieuwsgierige kopjes boven het gras uitsteken.



Terwijl ik afsla naar de Velddijk hoor ik vanuit één van de bomen langs de weg een Geelgors de eerste maten van Beethovens vijfde symfonie bij herhaling nabootsen. Op het plasdrasgebied houden ondertussen drie Kemphanen, op hun hoede voor gevaar, met gestrekte hals de omgeving nauwlettend in het oog.




23 en 24 april
Ik wil optimaal van de goede weersomstandigheden in dit voorjaar te profiteren. Daarom ga ik vaak op pad. Het voert te ver om al die uitstapjes in detail te beschrijven. Het Bargerveen is wel weer favoriet. Het ligt relatief dichtbij en herbergt veel verschillende broedvogels.
Het is alweer enkele jaren geleden dat ik Paapjes voor de lens kreeg. Zij vormen dan ook de rode draad bij mijn keuze voor wandelroutes. De piek van de voorjaarstrek vindt plaats vanaf midden april tot half mei. Voor de verandering ben ik bij mijn zoektocht vanuit de boswachterij Gees gaan kijken bij de Mepper Hooilanden. Potentieel ook een goede plek voor Paapjes, maar andermaal zonder succes. Wel denk ik een jagende Boomvalk die plotseling aan het firmament verschijnt te fotograferen. Nadere beschouwing wijst evenwel uit dat het een Torenvalk is. Gefopt door het tegenlicht waarin zijn silhouet mij aan een grote Gierzwaluw doet denken. Desalniettemin kijk ik terug op een fijne wandeling.





Ik hervat de dag erna mijn zoektocht in het Bargerveen. Het zijn echter opnieuw de Gele Kwikstaarten die mij de mooiste vogelmomenten bezorgen. Een paartje Roodborsttapuiten houdt wat meer afstand. Maar die zal ik de komende tijd wel vaker tegenkomen. Zeker in de periode dat ze opzichtig hun nakomelingen alarmeren bij potentieel gevaar.





Aan het eind van de middag loop ik enkele Brabantse natuurliefhebbers die een dagje Drenthe doen tegen het lijf. Zij hebben naar verluidt vandaag wel Paapjes gezien. Minstens even enthousiast zijn ze over de talrijke adders in het Bargerveen. Even later wijst een andere wandelaar me op zo’n slangetje dat vlak voor haar voeten de begroeiing in is geschoten. Mij vallen die reptielen zelden op zoals ik wel vaker heb opgemerkt. Ook nu ben ik te laat… Ik kijk toch meer in de lucht en naar de bomen.
28 april
Net als vorig jaar nodigt Bert Ooms mij uit voor een fotosessie vanuit zijn zelf uitgegraven schuilhut. Zo’n aanbod accepteer ik natuurlijk gretig. Een paar uur lang vermaak ik me met de vogels die bij tijd en wijle de voeder- en drinkplaats waarop ik uitkijk opzoeken. Gelukkig laat een Appelvink zich ook dit jaar weer een paar keer zien. Het zijn erg schuwe vogels, maar vanachter het camouflagenet word ik niet opgemerkt. Ik hoor af en toe boven mij getrippel op het dak en soms hun kenmerkende explosief tikkende roep. Ook een Groenling komt, aangelokt door de zonnepitten, een paar keer langs. Een Boompieper heeft hier aan de bosrand een territorium geclaimd en draagt regelmatig bij aan de muzikale omlijsting. Jammer genoeg laat die zich niet voor de hut zien.








In juni registreer ik via de Merlin-app in mijn directe woonomgeving in een vogelkoor eveneens een paar keer het geluid van Appelvinken. Daar moet ik het dan maar mee doen.
8 mei
Het koor van de Nederlandse broedvogels is jaarlijks ergens in het begin van mei op volle sterkte. Aangezien het gehoor mijn belangrijkste zintuig is voor het afstrepen van de presentielijst leg ik vandaag andermaal mijn oor te luister in het Bargerveen. Ik ben vroeg opgestaan en al voor 7 uur op pad. Om een indruk te krijgen welke vogels verantwoordelijk zijn voor de kakofonie van geluid die van alle kanten op mij afkomt roep ik af en toe de hulp in van Merlin. Deze app registreert al gauw een dertigtal verschillende soorten, al heb ik hier en daar ook wel twijfels over de claims. Zeker in die gevallen waar het hele korte geluidsfragmenten betreft. Niettemin levert het luisterend vogelen in ieder geval één absoluut hoogtepunt: een atypische voortdurend herhaalde roep doet mij de oren spitsen. Merlin schrijft het toe aan een Draaihals. Dat is een schaars voorkomend bruin gecamoufleerd spechtje. Het geluid lijkt afkomstig uit een rij afgestorven bomen langs de Verlengde Noordersloot. Desondanks lukt het me niet de vogel in beeld te krijgen. Ik meld de Draaihals in elk geval met de gemaakte geluidsopname op waarneming.nl👈. Eén van de validatoren heeft mijn determinatie inmiddels als correct bestempeld.
Inmiddels heb ik ook al notoire laatkomers als Bosrietzanger, Spotvogel en Tuinfluiter gehoord. Zij zingen bij voorkeur vanuit de dekking. Alleen een Tuinfluiter heeft zich hoog in de volle zon tussen de kale takken van een boom gepositioneerd.

Van Roodborsttapuiten ben ik wel gewend dat ze zich graag laten zien. Als ze hun nageslacht op (in mijn geval vermeend) gevaar attenderen gaat dat gepaard met een tikkende alarmroep vanaf een plek met goed uitzicht.

Een paar uur eerder vertoonde een Boompieper soortgelijk gedrag op het restant van een onthoofde berk. Al leek me het in zijn geval aandachttrekkerij om zijn partner te behagen.

In de tussentijd schiet ik nog plaatjes van een overvliegende Wilde Eend en een Knobbelzwaan.





Op weg naar het Amsterdamsche Veld komen twee natuurfotografen mij tegemoet. Eén herken ik als Jannes van der Weide, een plaatsgenoot die ik soms in de observatiehut van het Diependal tegenkom. Hij behoort tot de categorie vroege vogelaars. Dus tref ik hem daar doorgaans alleen bij mijn spaarzame ochtendbezoeken. Hij heeft er dan al steevast een paar uur opzitten. Van hem verneem ik dat de Wielewaal ook terug is. Ze hebben die in elk geval gehoord bij het bosje waar ooit het huisje van Uneken stond. Jan Uneken was de laatste bewoner van het Bargerveen.
Die plek laat ik vandaag links liggen. Ik sla af naar de Vossendijk richting Weiteveen. Daar loop ik door het domein van de vogels van het open veld. Een Graspieper en een paartje Gele Kwikstaarten bewaken hier hun territorium. Veldleeuweriken dragen vanuit de hoogte hun steentje bij aan de muzikale omlijsting.



In Weiteveen aangekomen volg ik de Zuidersloot in westelijke richting. Deze weg loopt hier door een wijkje met vrijstaande huizen. Voor mij vliegt een jonge Gekraagde Roodstaart de begroeiing van een van de tuinen in.

Vanaf een onderbreking in de bebouwing loopt een wandelroute het Bargerveen in. Ik vraag mij af of die naar de schaapskooi leidt. Er zijn buiten de voor publiek afgesloten delen ook nog onontdekte trajecten voor mij in het Bargerveen. Het zou mij, nu het tegen het middaguur loopt, in elk geval prima van pas komen om in restaurant Wollegras weer op krachten te komen.
Het is een verrassend leuke route, deels langs een waterloop aan de ene kant en een schapenweide verderop aan de andere kant. Ook hier fleuren alarmerende Roodborsttapuiten mijn toch al montere stemming verder op.







In het zicht van restaurant Wollegras zie ik dat het terras ondanks het mooie weer niet bezet is. Een terrasdeur staat wel open. Binnen is het personeel druk in de weer. Als ik naar binnenga krijg ik te horen dat die middag bruiloftsgasten worden verwacht. Voor passanten is Wollegras vandaag gesloten. Dat is een tegenvaller. Gelukkig kan er voor mij nog wel een glas water af. Genoeg om zonder oponthoud en uitputtingsverschijnselen de kortste route terug naar mijn vertrekpunt te nemen.
De bakker en de ijssalon in Klazienaveen zijn bij mijn tussenstop op weg naar huis natuurlijk wel geopend….
10 mei
Ook dicht bij huis manifesteert de lente zich nu volop. Fluitenkruid en Brem bloeien uitbundig. De Koekoeken zijn terug. Vanuit de rietkragen langs de Grote Rietplas, de kanovijver en de visvijver zingt de Kleine Karekiet. Bosrietzangers heb ik hier nog niet gehoord, maar die zullen niet lang meer op zich laten wachten. Een opvallend oranjegeel bloemetje in de berm herinner ik me van vorig jaar bloeiend op dezelfde plek. Alleen de naam zit (nog) niet in mijn systeem: Oranje Havikskruid.




De Gekraagde Roodstaart is ook terug! Het vereist wat meer geduld om hem in beeld te krijgen. De boom die hij als favoriete zangpost heeft uitgekozen zit vol blad. Mijn hoop is gevestigd op enkele takken in de kruin met meer vrije ruimte. Als ik er op de terugweg opnieuw langs kom zingt hij nog steeds en laat hij zich daar beter zien.

In de tussentijd heb ik genoten van een tafereel met een Reebok in de hoofdrol. Ik ontdek hem als ik mijn aandacht richt op een koppel Grauwe Ganzen. Dat doet het dier aanvankelijk ook. Als hij uitgekeken is op de vogels zie ik hem steeds dichterbij komen. Het geeft mij de gelegenheid het bokje door het oog van de camera tot op korte afstand te volgen. Nadat hij mij in de smiezen krijgt is de pret snel voorbij en zet hij het op een lopen.







19 mei
Op Hemelvaartsdag (14 mei) fiets ik laat in de middag terug vanaf de Jumbo (ook op zon- en feestdagen geopend). Ik ben terug van een paar dagen Amsterdam. Vandaar dat mijn rantsoen wat aanvulling nodig heeft. Zoals altijd ben ik gespitst op vogelgeluiden. Op de Boerweg, het fietspad tussen de Kleine en de Grote Rietplas, knijp ik bij het horen van een opvallend luid herhaald knarsend karrekarrekiet meteen in de remmen. Hé, dat is geen Kleine maar een Grote Karekiet! Die had ik hier niet verwacht. Wel passend dat hij vanuit de rietkraag van de Grote Rietplas zingt.
Voor de zekerheid check ik met de app Merlin of die ook hoort wat ik hoor. Meteen zie ik op mijn telefoon mijn hypothese bevestigd.
Vijf dagen later sta ik op het schiereilandje aan de andere kant van het water (door mij meestal aangeduid als “de hoek”). Hemelsbreed hooguit een paar honderd meter zuidelijker, Opnieuw klinkt daar luid en duidelijk een Grote Karekiet. Maar gek genoeg herkent Merlin nu wel de Tjiftjaf op de achtergrond, maar geen Grote Karekiet….
Zou Merlin zijn aanwezigheid op deze locatie onwaarschijnlijk vinden? Overigens lijkt het me aannemelijk dat het in beide gevallen om dezelfde vogel gaat.
Ik ben al even onderweg als ik bij de hoek ben aangekomen. Om optimaal de vogelzang te ervaren moet je er vroeg bij zijn. Op een pas omgeploegde akker verzamelen Huiszwaluwen en Boerenzwaluwen nestmateriaal. Jaarlijks broeden ze onder overkappingen van huizen in de buurt. Het maakt me altijd weer blij als ze half mei hier terugkomen. Al lijken het er wel steeds minder te zijn.
De Gekraagde Roodstaart zingt ook nog steeds onvermoeibaar vanuit zijn hoge boom. Ik bedenk dat ik deze keer misschien beter mijn andere camera met een groter zoombereik kan gebruiken. Daarom loop ik even terug naar huis om van fototoestel te wisselen. Ondertussen maak ik nog een paar foto’s van een in de ochtendzon glanzende Spreeuw die luidkeels zit te kwetteren op een dakrand.







De bekende, in februari overleden, vogelambassadeur Nico de Haan (1947-2026) vertelt in zijn biografie “Vogels, een leven lang” dat het zien van een Gekraagde Roodstaart in zijn vroege jeugd in de tuin van de pastorie in Zalk – zijn vader was er dominee – hem met het vogelaarsvirus besmette. Hij was ervan overtuigd dat zo’n fraaie kleurrijke vogel wel ontsnapte tropische vogel moest zijn.
20 mei
De afgelopen maanden heb ik weinig aandrang gevoeld naar de kijkhut in het Diependal te rijden. Ik ben er pas één keer geweest. Er was weinig opwindends te zien. Zelfs de IJsvogels laten het afweten, ze worden maar spaarzaam gezien. De nestwand voor de hut blijft voorlopig ongebruikt.
Omdat ik de komende zaterdag onverwacht voor twee weken naar Terschelling ga (zie vorig bericht) besluit ik vanmiddag het er toch maar op te wagen weer eens naar Oranje te rijden. Mijn rit wordt beloond met bereidwillig poserende Boerenzwaluwen die regelmatig vlakbij de observatiehut neerstrijken.









22 mei
Voor ik morgen naar Terschelling ga wil ik toch nog een keer in het Bargerveen op zoek gaan naar de Grauwe Klauwier. Die moet nu toch echt wel terug zijn. En, ja hoor! Op de vertrouwde plek aan de noordwestkant van het Barger-Oosterveen landt op een paaltje een fraai mannetje met een prooi in de snavel.

Ook een groepje Kneuen komt even buurten. De mannetjes met hun karmijnrode borst zijn nu op zijn mooist.

Nadat ik mij in restaurant Wollegras heb kunnen laven aan een consumptie zie ik op weg naar het fietspad hoog in de lucht een roofvogel overvliegen. Snel maak ik wat foto’s voor zij in noordelijke richting uit het zicht verdwijnt. Tot mijn verrassing blijkt het een vrouwtje Grauwe Kiekendief te zijn. Daarmee maakt deze soort meteen haar debuut in mijn verzameling vogelfoto’s.


Het is niet ondenkbaar dat deze vogel op weg is naar haar broedgebied in Oost-Groningen.
Dat ik kort daarna een fysieke inzinking krijg die ik pas weer te boven kom als ik kan bijkomen op een bankje langs de Vossendijk vergeet ik in de opwinding snel. Die herinnering komt pas terug nadat ik weken later mijn verhaal 👈 opschrijf over mijn spoedopname in het ziekenhuis.
Grauwe Klauwieren in juni
Dankzij de geslaagde medische ingreep in het Frisius MC in Leeuwarden voel ik me met de dag beter na mijn terugkeer in Emmen op 3 juni. Voor mijzelf heb ik een revalidatietraject uitgestippeld waarin in de tweede helft van de maand een drietal uitstapjes naar het Bargerveen prima passen. In de eerste week na mijn ontslag heb ik geleidelijk mijn actieradius te voet vergroot. Vervolgens de fiets gepakt voor een ritje naar vrienden in Erm en enkele bezoeken voor bloedprikken naar het ziekenhuis, o.a. met het oog op een afspraak een week later bij de cardioloog. Inmiddels voelt autorijden ook weer vertrouwd, waarmee het Bargerveen weer binnen bereik komt. Mijn wandelingen daar beperk ik wel tot het noordelijke deel. Het gaat me toch voornamelijk om te zien hoe het broedseizoen van de Grauwe Klauwieren daar verloopt.
19 juni, mannetje op de uitkijk vanaf een afrastering





24 juni, meerdere mannetjes en een verscholen juveniele.







Vermeldenswaard zijn de Kwartels die ik bij aankomst rond half zeven in de ochtend hoor. Ik schat dat het er minstens 5 zijn Helaas zijn het vogels die zich daarbij zelden laten zien. Het geluid laat zich het best omschrijven als een voortdurend herhaald kwikmedit-kwikmedat. Op 7 juli hoor ik er één vanuit een ingezaaide akker langs de Nieuw-Amsterdamsestraat niet ver van mijn huis roepen. Meestal wordt hij overstemd door het langs razend verkeer. Toch lukt het me ter illustratie een korte niet te veel verstoorde opname te maken:
30 juni
Bij mijn derde bezoek in juni laat zich slechts één juveniele Grauwe Klauwier zien. Een overvliegende Ooievaar vormt die dag wat mij betreft het hoogtepunt.

