Krenten uit de pap

Mijn omzwervingen buitenshuis brengen me in de periode rond de langste dag op diverse vertrouwde plekken. Leidend bij het reisdoel is daarbij de trefkans op ontmoetingen met leuke vogelsoorten. Het Diependal en het Bargerveen staan in mijn omgeving garant voor fotomomenten met IJsvogels en Grauwe Klauwieren. Elke vogelaar heeft zo zijn favorieten, maar de genoemde soorten staan ongetwijfeld bij veel meer liefhebbers hoog op de lijst.

In dit overzicht bespreek ik memorabele momenten die de zomermaanden mij opgeleverd hebben.

Diependal

Het is druk geworden in de vogelkijkhut. De IJsvogels zijn ware publiekstrekkers, temeer omdat ze aan de voet van het bouwwerk in een oeverwand de toegang naar hun nestholte hebben gegraven. Het paar maakt frequent gebruik van een drietal strategisch geplaatste uitkijkposten. Met een snerpende roep attenderen ze op gezette tijden hun partner en de toeschouwers op hun komst. Ook deze keer ontkom ik er niet aan ze ruimschoots met foto’s een podium te geven.

Voor de verandering begin ik met twee opnamen waarmee de lezer met behulp van het dubbele pijltje (<>) twee opnamen, op 5 juni met een tussenpoos van een klein half uur gemaakt, voor elkaar langs kan schuiven. Eén foto is gemaakt met de Nikon D5600, de andere met de Sony RX10 IV. Ik ben benieuwd of de fotografen onder mijn volgers zonder te gokken vast kunnen stellen welke camera is gebruikt.

Ligt het aan mij of zien anderen ook een gezichtje in de knoest op de boomstronk vlakbij het vogeltje?

IJsvogel, Diependal, 5 juni 2024

Op 17 juni lijkt het erop dat de jongen van het eerste broedsel zijn uitgevlogen en het echtpaar aanstalten maakt om een vervolglegsel te completeren. We zijn getuige van liefdesverklaringen op z’n ijsvogels waarbij het stel evenmin schroomt voor de ogen van de toeschouwers tot paring over te gaan. Die laatste activiteit leg ik om geen aanstoot te geven vast op een geblurde foto 😉.

IJsvogel, Diependal, 17 juni 2024
IJsvogel, Diependal, 19 juni 2024
IJsvogels, Diependal, 11 augustus 2024

Voor de fijnproevers zijn de Wilde Zwanen en Roodhalsfuten de belangrijkste lokkertjes omdat die bijna nergens anders in Nederland broeden. Eénmaal zie ik een jonge Wilde Zwaan in het gezelschap van de ouders, maar de keren daarna is de pul verdwenen. Ik vrees dat de nakomeling het loodje heeft gelegd.

Een paartje Roodhalsfuten houdt zich dit jaar hoofdzakelijk op in een deel van het Diependal dat door begroeiing vanuit de kijkhut aan het zicht wordt onttrokken. Desondanks zijn er wel meldingen👈 verschenen van ter plaatse gesignaleerde jonkies.

Kraanvogels hebben in het Diependal eveneens vaste grond onder de voeten gekregen. Ik zie begin juni een drietal aan de overkant van het water.

Ook de Koekoek vertoont zich deze maand nog met regelmaat. Daarna hebben geslachtsrijpe exemplaren in ons land weinig meer te zoeken. De opvoeding van hun nakomelingen laten ze aan de waardvogels over.

Koekoek, Diependal, 17 juni 2024

Naast IJsvogels, een Koekoek en Wilde Zwanen word ik op 17 juni getrakteerd op een bont gezelschap andere vogels: Lepelaars, Grote Zilverreigers, Blauwe Reiger, Witgat, Grauwe Klauwier, meer dan 10 Kraanvogels en een Merel. En dan laat ik de rondvliegende zwaluwen, een passerende Bruine Kiekendief en zwemmende eenden nog ongenoemd. Als ik terugloop naar de auto trekt een zingende Blauwborst op de valreep mijn aandacht. Terwijl de zon al achter de horizon is verdwenen lukt het me desondanks de vocalist op het gewas te lokaliseren en gezien de omstandigheden nog redelijk in beeld te krijgen.

Op 3 juli maakt een oude bekende weer zijn opwachting. Het is onmiskenbaar dezelfde Buizerd die hier jaar in en jaar uit omstreeks deze tijd terugkeert. Je vraagt je wel af waar hij in de tussentijd verblijft.

Die vraag kan ik me net zo goed stellen bij de Bosrietzanger, de Gele Kwikstaart en de jonge Witte Kwikstaarten die zich hier voorbereiden op hun reis naar zuidelijker streken.

Op 11 augustus tref ik ze, in tegenstelling tot de Buizerd, dan ook niet meer aan.

De Onlanden

Tijdens een fietstocht door de Onlanden posteer ik mij in de namiddag enige tijd op het bruggetje nabij het bezoekerscentrum de Onlanderij aan de rand van Eelderwolde. Ook een plek die een trekpleister voor vogelaars is. Je hebt er een schitterend uitzicht op de waterpartijen aan weerszijden en de daartussen pendelende meeuwen en sterns. In de directe omgeving zwemmen diverse watervogels. Vanuit de oevervegetatie klinkt de zang van Blauwborsten, Kleine Karekieten en Rietzangers.

Overvliegende Witwangsterns tussen de Kokmeeuwen en Visdieven zijn voor mij vandaag de smaakmakers.

Witwangstern, Onlanden, 6 juni 2024

Vanaf het bruggetje rijd ik een rondje door de Onlanden waarbij ik af en toe de rit onderbreek om een foto te maken. Ik zie enkele roofvogels, een onmiskenbare Bruine Kiekendief en een mogelijke Steppekiekendief. Daarnaast vermoed ik de aanwezigheid van een Zeearend als verderop een enorme groep ganzen met veel misbaar het luchtruim kiest. De bewijsfoto van de overvliegende Boomvalk die ik zie als ik bij het bruggetje terug ben heb ik opgenomen in de collage hieronder.

Daar krijg ik andermaal ruimschoots de gelegenheid de Witwangsterns te bewonderen.

In de avondzon geeft dat een mooi beeld.

Fochteloërveen

Met in het achterhoofd de hoop daar gesignaleerde Paapjes👈 te zien plan ik op 19 juni een fietstocht door het Fochteloërveen. Wellicht tref ik dan ook een Slangenarend. Net als vorig jaar zet ik de auto in Veenhuizen bij het Gevangenismuseum op het parkeerterrein. Een ideaal startpunt. Als ik al een eind op weg ben realiseer ik me dat ik de verrekijker in de auto heb laten liggen. Dat is een flinke handicap bij het lokaliseren van vogels. Ik doe derhalve ook geen moeite de Fluiters die ik onderweg vanuit het bos langs het fietspad hoor zingen op te sporen.

Vlonderpad in het Fochteloërveen, 19 juni 2024

Ik kom wel in de buurt van de plek waar de Paapjes broeden, maar had achteraf gezien beter de wandelroute kunnen kiezen. Per fiets is dat niet toegestaan zodat ik er maar in berust ze deze keer te missen. Misschien volgen er herkansingen.

Op goed geluk vervolg ik nu mijn rit zonder duidelijk plan. Bij de uitkijktoren “De Zeven” ben ik de enige bezoeker. Ik heb er een weids uitzicht over het veengebied. Met de daar aanwezige verrekijker probeer ik Kraanvogels in beeld te krijgen. Mij lukt het niet. Als ze er al zijn dan zijn ze te ver weg.

Langs het bospad dat toegang tot de uitkijktoren verleent zijn flink wat bomen gekapt. Jonge aanwas profiteert er al weer van.

Ik raak verzeild op de weg langs de Lycklamavaart aan de zuidkant van het Fochteloërveen. Daar kom ik na enige tijd tot de slotsom dat ik beter kan omkeren als ik niet te ver wil afdwalen. Terugrijdend word ik vanuit de top van een boom aangemoedigd door een prachtige Geelgors. Daarvoor wil ik mijn rit wel even onderbreken.

Via de sinds enige tijd voor gemotoriseerd verkeer afgesloten weg door het Fochteloërveen fiets ik terug naar de auto. Op de terugweg naar Emmen ga ik nog bij het Diependal langs. Behalve de IJsvogels en een gezin Lepelaars is er deze keer weinig te zien dat beklijft. Maar ja, ik was er twee dagen geleden ook al geweest. Het is niet altijd feest. Voor vandaag vind ik het welletjes.

Bargerveen

De “oogst” van een middagwandeling op 20 juni wordt gevormd door foto’s van een Tjiftjaf, een mannetje en een vrouwtje Grauwe Klauwier en een Ooievaar. De laatste wordt gelokt door maaiwerkzaamheden waardoor potentiële prooien gemakkelijker bereikbaar zijn. Verder valt het op dat het Bargerveen in jaren niet zo nat geweest is in deze tijd.

Dat laatste wordt bevestigd als ik begin juli nabij Weiteveen ‘s avonds in het Bargerveen een “vierkantje” afleg. Aanleiding om deze route te lopen is de hoop de op dit traject eerder deze week gemelde Paapjes👈 te zien. Ook hier gaat die wens echter niet in vervulling.

Rondje Lauwersmeer

Vanaf het activiteitencentrum “Lauwersnest” van Staatsbosbeheer rijd ik op 26 juni omstreeks drie uur in de middag eerst naar de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat. De meeste vogels zitten ver weg. Een mannetje Kemphaan, herkenbaar aan het restant van een kraag als overblijfsel van zijn voorjaarstooi, foerageert dichterbij. Jammer genoeg op een plek waar de belichting niet optimaal is. Ik moet het er maar mee doen.

Kemphaan, Jaap Deensgat, 26 juni 2024

De Rietgors aan de andere kant van het pad waarover ik verder fiets is mij met de locatie van zijn zangpost gunstiger gezind.

Rietgors, Lauwersmeer, 26 juni 2024

Na Zoutkamp bereik ik via de mooie route door de Kollumerwaard restaurant “Herberg de Pater” in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Halverwege de rondrit een ideale gelegenheid om bij te tanken. Uitgerust en aangesterkt rijd ik door naar Ezumakeeg-Noord, de uitkijkheuvel die omstreeks dit uur van de dag gunstige omstandigheden kan bieden voor de vogelaar. Bij aankomst blijkt tot mijn verbazing niemand anders op het idee te zijn gekomen hier op dit tijdstip een kijkje te nemen. Overigens duurt het niet lang voordat ik gezelschap krijg.

Het water staat hoog. Daardoor ontbreken in de directe omgeving de steltlopers die bij voorkeur in ondiep water of op pas drooggevallen plekken voedsel zoeken. Verder weg houden zich wel enkele Kleine Zilverreigers op. Een Steltkluut vliegt langs.

Steltkluut, Ezumakeeg-Noord, 26 juni 2024

Plotseling duikt er in het riet vlak voor ons een jong Baardmannetje op. Wat een leuke verrassing! Alleen bij mijn eerder beschreven reisjes👈 naar de Marker Wadden heb ik ze kunnen fotograferen, maar hier is het nieuw voor mij. En nog wel in het mooie avondlicht.

Baardman, Ezumakeeg-Noord,, 26 juni 2024

De Kleine Zilverreigers had ik liever wat dichterbij gezien, maar dat blijft een wens voor later.

Ondertussen converseer ik nog wat met mijn medevogelaars – er zijn er nog enkele op komen dagen – en schiet wat plaatjes van passerende Kluten en een jonge Mantelmeeuw. De Kleine Zilverreiger die het luchtruim kiest toont daarbij zijn gele voeten. Daarin onderscheidt hij zich, naast het kleinere postuur en de zwarte snavel, van de Grote Zilverreiger.

Voordat ik verder rijd maakt het Baardmannetje nog een keer zijn opwachting.

Stug doortrappend over de H.M. Gerbrandywei, deels tegen de hier en daar door de dijk beschutte noordoostenwind in, bereik ik rond zonsondergang de parkeerplaats bij het verder verlaten activiteitencentrum Lauwersnest. Door contactloos één eurocent te pinnen kan ik daar toch nog van het toilet gebruikmaken.

H.M. Gerbrandywei, 26 juni 2024

Terschelling

Het getij bepaalt in sterke mate het traject waarover en de tijd waarop ik te voet of per fiets het eiland doorkruis. Waddendata.nl👈 is een handige hulpbron hierbij. Daarnaast worden er de te verwachten plaatselijke weersomstandigheden overzichtelijk weergegeven. Die beïnvloeden ook mijn keuzes.

Aan het eind van mijn verblijf, vijf weken deze keer, maak ik de balans op van een aantal opvallende zaken.

Tapuiten zijn schaars

Ik ben gewend in de zomer regelmatig Tapuiten in de duinen te zien. Het duurt deze keer tot de voorlaatste dag als ik, opmerkelijk genoeg op dezelfde plek als in maart en in de Oerolweek, een Tapuit in zijn favoriete broedbiotoop aantref. De enige (jonge) Tapuiten die ik deze keer kan fotograferen zitten nu bij Oosterend op de basaltblokken langs de dijk.

Tapuit, De Oeltjes, Oosterend, 17 juli 2024

Of er sprake is van een tijdelijke dip zal de toekomst leren. Misschien heeft het uitzonderlijk natte voorjaar Tapuiten parten gespeeld.

Midsland aan Zee

In de directe omgeving van mijn vakantiewoning komen vogels soms verrassend dichtbij. Een roepende jonge Witte Kwikstaart kan ik zo door het raam van de deur gedetailleerd in beeld krijgen.

Juveniele Witte Kwikstaart, Midsland aan Zee, 14 juli 2024

Een dag later zie ik vanaf het terras vanuit de begroeiing verderop een Waterral naar de rand van de duinplas lopen. Ik haast me naar binnen om mijn fototoestel te pakken. Terug lukt het slechts een glimp van de vogel👈 op beeld vastleggen terwijl hij weer tussen de helmen verdwijnt.

Na een half uur verschijnt de ral opnieuw om in gestrekte draf langs het terras naar de begroeiing aan de andere kant te rennen. Ik zit er zo dichtbij dat de camera moeite heeft om scherp te stellen. Niettemin levert het toch een paar aardige foto’s op.

Voordat vanwege de bestrijding van Watercrassula de Grote Plak op de schop ging lieten Waterrallen zich hier wel vaker zien. Sindsdien was hun karakteristieke roep (“gillend speenvarken”) voor mij de enige indicatie van hun aanwezigheid in de buurt. Des te verrassender dat ik nu vanuit het struweel waar deze Waterral net vandaan komt een tweede hoor roepen. Mijn dag kan niet meer stuk.

Op gezette tijden komt ook een Grauwe Ganzenfamilie buurten op het terras. Die is helemaal niet schuw. De beide ouders met hun drie pupillen blijken een voorkeur aan de dag te leggen voor het scherpe zand dat de mieren via de naden tussen de terrastegels omhoog gewoeld hebben. Ik vermoed dat het een rol speelt bij het verteren van hun plantaardig dieet. Ganzen eten en poepen tegelijk zodat ze hier tegelijkertijd ook graskeutels deponeren.

De ganzen houden nog wel wat afstand van mij. Een tweetal jonge Fazanten maakt het bonter. Ze kijken me zo’n beetje het brood uit de mond als ik op het terras zit. Ik acht ze zelfs in staat in mijn tenen te pikken. Zelfs met de camera op mijn telefoon krijg ik ze al groot in beeld.

Fazanten, Midsland aan Zee, 1 augustus 2024

Grappig dat ik nu al kan zien dat de linker een mannetje en de andere een vrouwtje is.

Late broedsels

Uitgezonderd zwaluwen hebben de meeste kleinere vogels hun broedgebied verlaten. Het is dan ook een buitenkans als hier en daar nog een vogel niet meteen op de wieken gaat bij mijn nadering. Nieuwsgierig naar de toestand bij de kolonie Oeverzwaluwen kom ik op weg ernaartoe langs een alarmerende Blauwborst. De kever in de snavel maakt me duidelijk dat zij (het is gezien de sobere outfit een vrouwtje) wacht tot ik me weer ver genoeg verwijderd heb om ongezien haar jongen deze lekkernij toe te stoppen.

Blauwborst, Midsland aan Zee, 9 juli 2024

De meeste Oeverzwaluwen zijn klaar met de broedzorg. Toch zie ik bij sommige gaten nog vogels in- en uitvliegen.

In het “Hoge Land”, het poldergebied ten noorden van Baaiduinen, benader ik al fotograferend stapsgewijs een Graspieper die mij argwanend gadeslaat vanaf een paaltje. De laatste foto voor hij wegvliegt geeft de meeste details.

Graspieper, Polder Baaiduinen,9 juli 2024

Kort daarna loop ik door Kinnum op weg naar de waddendijk. In de lucht hoor ik zwaluwen luidruchtig tekeer gaan. De aanleiding flitst een ogenblik later voor mij langs en verdwijnt tussen de huizen. Een Sperwer heeft een jonge zwaluw te grazen genomen. De brute rover heeft niet alleen mij, maar ongetwijfeld ook het slachtoffer verrast.

In de loop van de maand kruisen Oeverzwaluwen, Huiszwaluwen en Boerenzwaluwen overal mijn pad. Huiszwaluwen lijken op de kwelder van Striep nog bouwmateriaal voor hun nesten te verzamelen. Een vijftal jonge Boerenzwaluwen zit in de polder op een draad gespannen in afwachting van hun ouders om prooien toegestopt te krijgen. De bij de Dwarsdijk gefotografeerde Oeverzwaluw is zelf in staat insecten te vangen.

Scholeksters met kleurringen

Tussen de vogels op de basaltblokken bij het fietspad langs de waddendijk zijn vaak geringde Scholeksters te zien. Ik maak er een sport van die te fotograferen. Met mijn apparatuur lukt het op deze afstand wel de ringen af te lezen. Bij Rosse Grutto’s, Kluten en Kanoeten is daar geen beginnen aan. Dat laat ik over aan de vogelaars met een telescoop.

Het heeft mij er wel toe gezet uit te zoeken hoe dergelijke waarnemingen te melden. Dat levert interessante informatie over de verplaatsingen in de loop der tijd van zo’n vogel. De meeste van de afgebeelde “Bonte Pieten” blijken behoorlijk plaatstrouw.

De vogel op het 5e plaatje van de slideshow hieronder lijkt wat avontuurlijker. Op 1 juli 2021 krijgt hij op Schiermonnikoog (vermoedelijk) zijn ringen. Via de Emmapolder (Noord Groningen) komt hij in 2022 in de Balgzandpolder (NH) terecht. Op 12 mei 2023 volgt een melding op het wad bij Kinnum. Daar in de buurt fotografeer ik hem dit jaar op 21 juli.


Visdief en Noordse Stern

Zal ik het ooit leren in één oogopslag op de locaties waar beide soorten voorkomen de Noordse Sterns in een groep met voornamelijk Visdieven aan te wijzen? Het voornaamste kenmerk dat mij zekerheid geeft is de geheel rode snavel. Bij Visdieven hebben die een zwarte punt. Op gedetailleerde beelden is dat wel te zien. Kortere poten, kortere snavel, kleinere rondere kop en slankere vleugels…ik kan er niet veel mee. Om maar te zwijgen van de nuanceverschillen in hun verenpak zoals beschreven in determinatiegidsen. In IJsland speelde het probleem niet voor mij (geen Visdieven), in het binnenland hier evenmin (geen Noordse Sterns).

Voor de puzzelaars daarom een collage van foto’s die ik bij het wad heb gemaakt.

Paarse vlakten en weidse uitzichten

Ik probeer me op Terschelling zo nu en dan op minder bekend terrein te begeven. Vanaf het eind van de hoofdweg loop ik terug naar Oosterend om halverwege de badweg af te slaan naar een karrenpad oostwaarts door de duinen. Het geeft weer een andere kijk op de omgeving. Geen idee waar het uitkomt.

Uiteindelijk loopt het spoor dood bij een paar duinweiden. Niettemin is er in het omheinde natuurgebied vóór mij toch een doorgang voor wandelaars vrijgehouden. Een duidelijk voetpad is er niet aangegeven. Het lijkt me het beste maar een provisorisch traject langs één van de oevers van een waterloop te volgen. Dat brengt me uiteindelijk weer op bekend terrein: het fietspad dat naar de eendenkooien leidt. Daar tref ik een boer die met een drone een hokkeling probeert op te sporen. Het dier is een paar dagen eerder vanaf de Groede👈 ontsnapt. In de hoop het jonge beest te lokken heeft boer Gerard een koe in de veewagen achter zijn trekker meegenomen.

Ondertussen maak ik een praatje met zijn vader die hem met de auto vergezelt. Piet Cupido is een generatiegenoot van mijn zuster. Ik ken hem wel van naam maar het is onze eerste kennismaking. Omdat ik al op mijn 12e jaar vanwege mijn vervolgopleiding Terschelling verliet doen zich vergelijkbare ontmoetingen met oudere eilanders tegenwoordig wel vaker voor.

Er zijn meerdere families Cupido op Terschelling, maar hij geeft me met het noemen van de namen van zijn broers een idee bij welke tak hij hoort. In zijn van oorsprong boerenfamilie hebben enkelen hun heil in het buitenland gezocht. Zijn broer Willem bestierde echter een kruidenierszaak in Lies op de plek waar tegenwoordig een Spar supermarkt huist.

Willem bezorgde in zijn jonge jaren nog boodschappen bij mijn grootmoeder. Mij is het verhaal bekend dat oma altijd een pot zelfgemaakte vlierbessenstroop paraat had als probaat middel om hoestbuien te bestrijden. Elke bezoeker die kuchend bij haar over de drempel stapte ontkwam er niet aan een lepel van de helende substantie toegediend te krijgen. Voor Willem aanleiding om voordat hij met de bestellingen naar binnenging eerst flink uit te hoesten in zijn auto. Uit eerdere ervaring was hem gebleken dat de lepel na gebruik telkens rechtstreeks terug de strooppot inging…..

De zoektocht met de drone heeft ondertussen geen positief resultaat opgeleverd zodat vader en zoon het verderop nog maar eens gaan proberen.

Ik loop verder langs de Takkenkooi via de kwelder bij de Wierschuur terug naar de auto. In het overgangsgebied naar het Wad staat Lamsoor volop in bloei.

Een paar weken later maak ik vanaf het zelfde vertrekpunt opnieuw een rondwandeling. Weer ga ik langs het bloeiende Lamsoor. Een Argusvlinder strijkt op één van de planten neer.

Via het Kooipad en het Rozenlaantje loop ik tot toegangshek naar de Groede. Terug besluit ik het erop te wagen langs de Berkenvallei weer naar het fietspad te lopen. Vanwege de natte periode die achter ons ligt heb ik geen garantie dat die route begaanbaar is. Het blijkt mee te vallen. Ik word links en rechts beloond met uitzicht op bloeiende Struikheide.

Bloeiende Struikheide, Berkenvallei, 1 augustus 2024
Fietspad vanaf de Dwarsdijk naar de Boschplaat, 17 juli 2024

Voor bloeiende heide kan ik trouwens net zo goed dichter bij huis blijven. Ook bij uitstapjes in de directe omgeving van Topaas word ik daarmee op mijn wenken bediend. Vanaf het Koreaduin heb ik een schitterend uitzicht over het duingebied. In noordoostelijke richting zijn de zomerhuizen in Midsland aan Zee te zien. Een Torenvalk die vanuit het Koreabos op muizenjacht gaat maakt het allemaal nog mooier.

Heel andere beelden krijg ik op de fietstochten langs het Wad voorgeschoteld. De collage hieronder illustreert waarom dat gebied in allerlei omstandigheden zo’n aantrekkelijk decor biedt.

Steltlopers op doortrek

Naarmate het seizoen vordert komen groeiende aantallen Steenlopers, Wulpen, Regenwulpen en Rosse Grutto’s opdagen. Ze vormen de voorhoede van de massale zuidwaarts gerichte migratie van de broedvogels uit het noorden. Voor mijn camera’s zijn Steenlopers een gemakkelijke prooi. Hun dieet bevindt zich tussen het bodemleven onder allerlei aanspoelsel dat bij eb achterblijft. Rond hoogwater verzamelen ze zich op de basaltblokken aan de voet van de dijk.

Rosse Grutto, De Keag, 19 juli 2024

Omstreeks 20 juli is het in de avonduren hoogwater. Een goede reden om dan te profiteren van de laagstaande zon achter mij terwijl ik oostwaarts fiets. Op één van die tochtjes valt mijn oog op een Regenwulp tussen de basaltblokken.

Het merendeel van de Drieteenstrandlopers is alweer in winterkleed. Toch ontdek ik tussen een met Steenlopers gemengde groep een paar met nog wat kleur op de veren.

Begin augustus kijk ik ’s avonds vanaf de dijk naar al die steltlopers die zich op de kwelder bij Striep verzamelen om te overtijen. Gossen Smit, een oudere eilander die ik hier wel vaker tref, onderbreekt zijn fietsrondje en zegt tegen mij: “Ze zijn twee weken te vroeg.”

Hij doelt op de massaal teruggekeerde Rosse Grutto’s. Van hem verneem ik dat het er in het voorjaar al niet goed uitzag. Het gewicht van toen onderzochte vogels was onder de maat. De vroege terugkeer wijst op een laag broedsucces. Net als bij de Kanoet wordt dat waarschijnlijk veroorzaakt door het eerder optreden van de insectenpiek op de toendra’s. De eieren komen daardoor te laat uit om de pasgeboren jongen tijdig op gewicht te krijgen. Ik schreef hier al bij een eerdere gelegenheid👈 over.

Gossen Smit, geen familie overigens, vertelt hoe hij met andere leden van de vogelwacht elk voorjaar de broedkolonies van Visdieven, Noordse Sterns en Kluten in de polder inventariseert. Op een vroege ochtend lopen ze dan gezamenlijk voorzichtig door de kolonies om de nesten te tellen. Hij kijkt graag toe bij het ringen van de vogels.

De man maakt zich ook zorgen over de teloorgang van de kwelders hier. Van hem krijg ik elke keer te horen hoeveel meer buitendijks land er vroeger in deze omgeving was. Met de verwachte zeespiegelstijging biedt de toekomst weinig perspectief.

Kwelder Striep, 2 augustus 2024

Vooralsnog doe ik er maar mijn voordeel mee dat de vogels vroeger terugkeren. Een flink aantal is nog volop in zomerkleed zodat ze er nog steeds pico bello uitzien.

Dat geldt zeker voor de eerste Goudplevieren die langzamerhand binnendruppelen. Toen ik naar de kwelder fietste zag ik op een omgeploegde akker een groep Kieviten foerageren. Ik besteedde er weinig aandacht aan maar hoor van een kort na mij arriverende vrouw dat er ook een Goudplevier tussen zit. Daarom ga ik voor de zon helemaal onder is mijn geluk daar nog eens beproeven. Met enig speurwerk ontdek ik de vogel. Naarmate de tijd verstrijkt wordt het alleen maar leuker. Er verschijnen steeds meer Goudplevieren op het toneel.

Goudplevieren, Polder Striep, 2 augustus 2024

Ook de Kieviten mogen er zijn, net als een overvliegende Stormmeeuw.

.

Mijn vervroegde terugkeer van de kwelder bezorgt me een gouden randje aan het eind van de dag.

Springvloed

Op 7 augustus bevind ik me omstreeks het middaguur weer bij de kwelder. Ik ben aan komen fietsen vanuit het oosten. Alle kwelderrestanten die ik daarbij passeer staan geheel onder water. Een paar Aalscholvers heeft nog enkele basaltblokken gevonden die boven het water uitsteken.

Aalscholvers, de Keag, 7 augustus 2024

Het is springvloed. Ook de Strieper kwelder is geheel overstroomd.

Overstroomde kwelder bij Striep, 7 augustus 2024

Geen vogel te bekennen. Daarom klim ik de dijk op en laat mijn blik over de polder dwalen. Verderop zie ik ze zitten. Ik maak een inschatting hoever ik het fietspad onderaan de dijk nog moet volgen om ze zo dicht mogelijk te naderen. Daar aangekomen leg ik mijn fiets op het talud langs het fietspad en ga zelf aan de andere kant zitten met uitzicht op de polder.

In de verte zie ik duizenden Rosse Grutto’s met daartussen Regenwulpen en verderop een 40-tal Lepelaars zitten. In afwachting van het moment dat ze massaal de terugtocht naar het wad aanvaarden kijk ik rond. Op zonnige dagen ontstaat er dikwijls een wolkenband boven het eiland. Vandaag gebeurt dat ook en is het verschijnsel vanaf mijn plek mooi te fotograferen.

Op de klinkerweg onderaan de dijk passeert een vader met zijn zoontje op de fiets. Geen reden voor de vogels het luchtruim te kiezen. De afstand is te groot.

Er steken steeds meer vogels vanuit zee de dijk over om bij hun soortgenoten te landen. Dan zie ik bij Baaiduinen een Bruine Kiekendief aan het zwerk verschijnen. Alle vogels gaan massaal op de wieken. Dit is de spectaculaire gebeurtenis waarop ik heb gewacht.

Het schouwspel duurt enkele minuten. Nadat het gevaar geweken is keren de vogels in kleinere groepen terug. Het is nog te vroeg om naar de voedselgronden terug te keren.

Lepelaar, polder Striep, 7 augustus 2024

Vroeg op

Ik heb de eerste boot op zaterdag voor de terugreis geboekt. De laatste nacht logeer ik daarom in Schoonoord bij Marianne. Op weg naar de haven maak ik nog een lifter blij die de bus naar de boot gemist heeft.

Het is een prachtige ochtend die noodt tot plaatjes schieten bij het vertrek uit de haven.

Terschelling vanaf ms Friesland, 10 augustus 2024
Observatiehut op de Richel met Vlieland op de achtergrond, 10 augustus 2024

Dollard en Polder Breebaart

Vijf weken Terschelling veroorzaken bij mij ontwenningsverschijnselen. Daarom zoek ik op 15 augustus de kust van Groningen op. Ik rijd eerst via de autobaan in Duitsland naar Nieuwe Statenzijl. Het is al een poos geleden dat ik daar de laatste keer was. Natuurlijk loop ik naar de Kiekkaaste, de buitendijkse observatiehut. Het is laagwater. Dus de vogels, voornamelijk Kieviten en Grauwe Ganzen, zitten ver weg. Er lopen ook enkele Kluten en Kemphanen. De in de hut nestelende Huiszwaluwen vliegen af en aan.

Veel dagtoeristen hier zijn uit Duitsland afkomstig, veelal op de fiets. We zitten dan ook op de grens. Bij het kraampje Bakje Doen verorber ik op mijn gemak een ijsje.

Dan rijd ik door de Groninger polders naar Termunten, waarbij ik onderweg enkele stops maak voor een laag boven de graanvelden naar prooien speurende Bruine Kiekendief. Helaas geen grauwe maar dat zie ik pas op de foto’s.

Ik parkeer de auto bij het bezoekerscentrum dat gesloten is. Geen wonder, want het is al laat in de middag. Op weg over de wandelroute langs de binnendijkse plas zie ik in de verte de kijkhut waarvan ik pas sinds kort het bestaan weet. Van een vogelaar hoor ik dat die te bereiken is als je doorrijdt over de weg langs het bezoekerscentrum. Daar ga ik straks zeker nog kijken.

Op het Wad vallen direct de Grote Zilverreigers op. Door de kijker zie ik een grote groep Bontbekplevieren met enkele Oeverlopers. Vervolgens loop ik naar de kijkwand met uitzicht op de rustplaats van Zeehonden. Voor de meeste bezoekers van de Breebaartpolder is dat de belangrijkste trekpleister. De luierende zoogdieren stellen ons niet teleur. Al vind ik foeragerende vogels spannender.

Zeehonden, Wad Polder Breebaart, 15 augustus 2024

Daarom ga ik terug naar het bezoekerscentrum om van daaruit door te lopen naar de kijkhut. Wauw! Wat een mooi uitzicht op deze gigantisch vogelrijke plas. Het wemelt er van de Wilde Eenden, Grauwe Ganzen en diverse steltlopers. Tientallen Lepelaars en Kluten voelen zich hier ook thuis. Vind in zo’n overdaad maar eens de krenten in de pap.

Een vrouw met een telescoop (en een hondje dat mij bij aankomst luid blaffend begroet) weet me te vertellen (nadat ze haar huisdier tot rust heeft gemaand) dat ze twee Casarca’s in beeld heeft. Het duurt even voordat ik deze oranjebruine eenden met hun roomkleurige kop ook zie.

Zoek de Casarca’s, 15 augustus 2024

Maar echt blij word ik van de Zwarte Ruiters die vlakbij foerageren. Eén loopt zelfs nog in zijn zomerkleren rond.

Twee Zwarte Ruiters, Breebaart Polder, 15 augustus 2024

In de tussentijd word ik nog even afgeleid door een sprankelende Witte Kwikstaart.

Om daarna nogmaals de Zwarte Ruiters te portretteren.

Al met al een verrassend mooie observatiehut voor kustvogels.

Onderweg naar de parkeerplaats zie ik een man en een vrouw uit een auto stappen. Aan de kleding van de eerste en de plaats waar hij de auto parkeert vermoed ik dat het de natuurbeheerder van dit gebied is.

Dus vraag ik hem: “Ben jij Silvan Puijman?” Als hij bevestigend antwoord vertel ik hem dat hij lang geleden bij me in de klas gezeten heeft. Dan herkent hij mij ook als zijn vroegere wiskundeleraar. Het is zo’n 40 jaar geleden maar we hebben beiden nog veel herinneringen aan die tijd. Leuk om hem in zijn nieuwe rol te zien. Ik complimenteer hem met deze mooie werkomgeving. Silvan vertelt me ook over een buitendijkse fotohut die hier is gerealiseerd. Hopelijk kan ik in de toekomst daar ook eens kijkje nemen.