Nieuwste berichten

April doet wat hij wil


Rond de paasdagen


In de aanloop naar de paasdagen geniet ik op Terschelling van lenteweer bij aangename temperaturen. Inmiddels zijn de voorbereidende werkzaamheden voor het nogmaals verwijderen van de bovenlaag van de Grote Plak (duinvallei voor Topaas) in gang gezet. Het plan van aanpak kreeg ik enkele weken daarvoor via de mail:

Aan het slot van één van mijn wandelingen neem ik op zaterdag, als er geen werkzaamheden worden verricht, een kijkje bij het zanddepot.

Van daaruit fotografeer ik het gebied rondom Topaas:

Topaas en Turkoois, 3 april 2021

Onderhoudswerkzaamheden


Mijn geplande vertrek vanaf Terschelling op Stille Zaterdag heb ik vanwege een annulering een kleine week kunnen uitstellen. Dat komt goed uit in verband met een ingrijpende klus die nodig blijkt om een hardnekkig probleem op te lossen. Dat probleem manifesteert zich sinds een paar jaar door lekkage boven het kozijn van het terrasraam van Topaas op dagen met aanhoudende regen bij harde zuidwestenwind.

In de voorafgaande week is het schilderen van het houtwerk, waarmee in de eerste week van november 2020 een begin is gemaakt, voltooid. Het opnieuw witten van de muren is pas zinvol nadat de oorzaak van de lekkage is weggenomen. De aannemer adviseert de strook lood boven het kozijn door nieuw lood te vervangen en tegelijkertijd een stalen latei voor extra bescherming aan te brengen. Er zit dus niets anders op dan de gevel boven het kozijn open te breken. De metselaar kan aan de slag. Een klus die met beleid moet worden aangepakt.

Ondertussen is ook het afgraven van de Grote Plak begonnen:

Een en al bedrijvigheid, 6 april 2021

Onderstaand filmpje laat zien hoe de latei wordt aangebracht.

Boven het kozijn wordt een latei aangebracht

Daarna kan het dichtmetselen beginnen en is het voorlopige resultaat hieronder te zien.

Nadat de klus geklaard is

De tijd zal leren of de lekkage nu tot het verleden behoort.

Fietsen

Op eerste paasdag maak ik een flinke fietstocht door de verschillende landschappen rond het bewoonde oostelijk deel van Terschelling. Terwijl de duinvallei voor Topaas inmiddels veranderd is in een zandvlakte, zijn de weilanden langs het fietspad vanuit Hoornse Bos naar de badweg van Oosterend compleet ondergelopen.

Het boomloze landschap nabij de badweg van Oosterend leg ik vast op de volgende opname:

Vanaf het fietspad rondom

Via het fietspad ten oosten van de badweg bereik ik de Dwarsdijk en rij vervolgens daarvandaan met flinke tegenwind weer westwaarts, eerst een stuk langs de waterkant van de dijk, daarna de polder in.

De lucht is flink opgeklaard zodat het ook de moeite loont een geringde Scholekster en een Tureluur bij de basaltblokken te fotograferen.

Scholekster, wad bij Oosterend 4 april 2021
Tureluur, wad bij Oosterend, 4 april 2021

In de polder heerst dankzij de luidruchtige aanwezigheid van Grutto’s, Tureluurs en Bonte Pieten een voorjaarsstemming. Het lentegevoel dat dat bij me oproept wordt ondersteund door de aanblik van schapen met lammetjes bij de dijk. Ik zie paartjes Wilde Eenden, Bergeenden en Krakeenden die in deze omgeving mogelijk op zoek zijn naar geschikte broedplaatsen.

Groepen Brandganzen en Rotganzen, voortdurend aangevuld met soortgenoten die over de dijk komen aanvliegen herinneren mij er echter aan dat het nog vroeg in het voorjaar is. Ze profiteren ongetwijfeld van het voedzame gras waarmee ze voldoende vetreserves kunnen opbouwen om binnenkort in topconditie hun reis naar de arctische broedgebieden te ondernemen.

Ook ik krijg nu wel zin in iets lekkers. Vandaar dat ik niet linea recta terug naar Topaas rijd, maar mijn zus Marianne in Hoorn nog met een bezoekje vereer. Daar wacht mij een heerlijk stuk appeltaart.

Noordenwind

Het paasweekend markeert de omslag naar koeler en bij tijden ook wat onstuimiger weer. Even vrees ik dat hierdoor het eerder beschreven project om de oorzaak van de lekkage op te sporen geen doorgang kan vinden, maar dat valt dus mee. De wind is naar het noorden gedraaid, terwijl de werkzaamheden aan de zuidkant plaatsvinden. Ik hoor dat vanwege hoge waterstanden de dienstregeling van de veerboot soms wat moet worden aangepast. Het is voor mij aanleiding een kijkje op het strand te nemen.

Daags na Pasen fotografeer ik aan het eind van de middag de omgeving bij de strandovergang.

Ook maak ik vanaf een, tengevolge van beginnende duinvorming, wat hogere positie op het strand een telefoonfilmpje:

Strand Midsland aan Zee, 6 april 2021

De volgende ochtend loop ik opnieuw een rondje. Nu wandel ik een stukje langs de vloedlijn die zich op dat moment niet ver van de duinen bevindt.

Het maakt Drieteenstrandlopertjes overigens niet uit waar de vloedlijn loopt.

Aan het eind van de middag is het weer harder gaan waaien. Voor mij een reden om aan het eind van een fietstochtje nogmaals bij de duinovergang te kijken.

Zandstorm, 7 april 2021

Kort daarvoor bevond ik me nog op de dijk van het wad bij Striep. In de beschutting van de dijk dobberden daar wat eenden en meeuwen op het water, terwijl grote groepen Wulpen en Rotganzen de polder binnendijks verkozen om in relatieve rust te overtijen.

Terug in Drenthe

“April doet wat hij wil” luidt een aloude weerspreuk. En het grillige temperatuurverloop deze maand laat zien dat er niets teveel mee wordt gezegd. Aan het eind van deze maand hoor ik in het weeroverzicht dat April 2021 als koudste sinds 1986 de boeken ingaat.

Ook de vogelwereld reageert op het uitblijven van het voorjaarsweer. Eerstelingen onder de repatrianten uit zuidelijker streken merk ik laat op. De eerste Tjiftjaf hoor ik normaal gesproken rond 18 maart. De laatste jaren dikwijls eerder. Dit jaar echter pas begin april op één van de warmere dagen vlak voor Pasen. Ook Fitissen melden zich pas als de maand al een flink eind op weg is.

Tjiftjaf, Emmen, Grote Rietplas, 12 april 2021

Het Oosterbos bezoek ik op één van de zeldzame warmere dagen in april. Ik laat mijn jas daarom deze keer maar in de auto liggen. Behalve door zingende Fitissen en Boompiepers wordt mijn voorjaarsgevoel versterkt als ik een paartje Grauwe Ganzen met kuikens zie zwemmen en de hol klinkende roffel van een Grote Bonte Specht hoor. De specht zie ik pas als haar kop (het is een vrouwtje) in de opening van een gat in een berkenstam verschijnt. Vrijwel meteen vliegt ze daarvandaan naar een andere berk.

Een paar Grauwe Ganzen met 6 kuikens, Oosterbos (midden), 20 april 2021

Een Boompieper kan ik een paar dagen later vlak bij mijn huis mooi portretteren.

Boompieper, Grote Rietplas Emmen, 24 april 2021

Het koude weer en de stevige wind weerhouden me er keer op keer van de fiets te nemen. Op 17 april ziet het er ’s ochtends gunstiger uit. In het water bij mij thuis zwemmen meerdere futen en het goudkleurige ochtendlicht noodt tot het maken van wat foto’s.

Zowaar betrap ik nu ook eens een opvliegend exemplaar. Meestal verdwijnen ze al duikend uit het zicht.

Ik fiets via de Broeklanden en Oosterhesselen naar het waterbekken in de Geeserstroom. Vorig jaar👈 kwam ik daar via Meppen (Dr) terecht, nu kom ik van de andere kant. Tot mijn verrassing ontdek ik er Zomertalingen. Het is een eendensoort die, de naam zegt het al, in de winter wegtrekt. De overgrote meerderheid van de tanende populatie overwintert ten zuiden van de Sahara. In Nederland hebben ze, zoals veel vogels van het platteland, veel last van het kunstmatig laag gehouden waterpeil. Ik beschouw de waarneming van Zomertalingen dan ook als een buitenkansje.

De vorige keer is het mij niet opgevallen dat er ook een wandelroute is uitgezet rondom het waterbekken. Vanwege loslopende runderen (houdt voldoende afstand!) is het gebied afgerasterd, maar toegankelijk via een hekje. Ik maak een praatje met een echtpaar dat vergezeld wordt door een waterminnende hond. Zij verwonderen zich over schoonheid en de rust van dit gebied. Het is hun laatste dag van een weekje Drenthe. Het zijn Brabanders die mij vertellen dat het in hun woonomgeving aanzienlijk drukker in de natuurgebieden is. Vergelijkbare ervaringen hoorde ik een paar dagen daarvoor van een wandelend echtpaar uit de provincie Utrecht dat het Bargerveen ontdekte. Het is duidelijk dat rustzoekers Drenthe weten te vinden.


De meeste zoektochten naar terugkerende zomergasten leg ik te voet af, waarbij het Bargerveen mijn favoriete bestemming is. Het levert waarnemingen van zingende Zwartkoppen, Witgesterde Blauwborsten en Gele Kwikstaarten op. De eerstgenoemde soorten zingen helaas meestal enigszins verscholen vanuit de begroeiing. Alleen de Gele Kwikstaart is een paar keer goed in beeld te krijgen.

Blauwborsten laten zich zien in het Bargerveen en het Oosterbos, al verstoren de ene keer takjes en bladeren de compositie en op een ander moment een overdaad aan tegenlicht. Maar de zang is onmiskenbaar.

De eerste Roodborsttapuit van dit jaar positioneert zich gunstiger.

Roodborsttapuit, Bargerveen, 13 april 2021

In mijn directe omgeving zijn het hoofdzakelijk standvogels als Koolmees, Pimpelmees, Merel, Houtduif en Heggenmus die deze maand door hun zang de aandacht op zich vestigen. Zomergasten als de Kleine Karekiet, de Braamsluiper, de Grasmus, de Koekoek en diverse zwaluwen laten het vooralsnog afweten. Wel melden zich vanaf 23 april de eerste Visdiefjes.

Vlinders vertonen zich als de temperatuur het toelaat en hun waardplanten in bloei komen. Op 26 april, één dag voor Koningsdag, plaats ik een aantal foto’s op Strava, de mobiele applicatie waarop ik mijn langere fiets- en wandeltochten vastleg ten behoeve van mijn naaste familieleden (zodat ze zien dat ook ik op mijn manier sportprestaties lever).

Ik geef mijn wandeling de titel: “Oranjetip voor Koningsdag”.