De eerste zomerweken 2020

22 juni, Bargerveen

Na mijn terugkeer vanaf Terschelling, op de dag die de start van de astronomische zomer markeert, fiets ik twee dagen later voor een paar boodschappen naar de bakker in Klazienaveen. Ze verkopen er heerlijke pindakoeken en ook hun rozijnenbrood versmaad ik niet. Hoewel de dag al aardig vordert rijd ik door naar Zwartemeer, vanwaar ik het nieuwe fietspad langs de bovenloop van het riviertje de Runde volg. Zo beland ik op de Laardijk waar het fietspad langs de parkeerplaats het Bargerveen ingaat. Een verhard zijpad brengt me bij de observatiehut. Daarbinnen houd ik het in eerste instantie niet lang uit vanwege de aanwezigheid van hinderlijke insecten. Het vooruitzicht van muggenprikken heeft een demotiverend effect op mijn plan vanuit deze schuilplaats vogels op korte afstand te betrappen. Bovendien zijn de meeste kijkgaten op het water gericht waar weinig activiteit is te bespeuren. Dan zie ik op de schutting langs de toegangsweg een jonge Zwarte Roodstaart die ik vanuit de deuropening fotografeer.

Als de vogel wegvliegt blijf ik buiten nog even wachten en zie de vermoedelijke vader op de kijkhut landen. De foto’s ervan zijn helaas onscherp. Ik ga nog maar eens naar binnen. Daar zie ik door één van de kijkgaten aan de andere zijde een Grauwe Klauwier op een boomtak. Vanaf zijn uitkijkpost vliegt hij een paar keer naar de grond en weer terug. Deze vogelsoort is één van de parels van het Bargerveen.

Terwijl aan het eind van de vorige eeuw Grauwe Klauwieren in de traditionele broedgebieden snel in aantal afnamen, nam de populatie in het Bargerveen toe. Grauwe Klauwieren arriveren betrekkelijk laat in het broedseizoen, wat kan verklaren dat ik ze vaak gemist heb. In die periode heb ik de laatste jaren dit gebied links laten liggen. Niet in de laatste plaats vanwege de toenemende activiteit van steekmuggen bij stijgende temperatuur. Bovendien bevindt het grootste deel van de broedpopulatie zich in het deel van het Bargerveen dat voor recreanten niet toegankelijk is.

Onverwacht meldt mijn camera dat het fotokaartje defect is. Wat ik ook probeer, nieuwe foto’s maken lukt me niet. Mijn plan verder het Bargerveen in te fietsen laat ik varen. In plaats daarvan haast ik me huiswaarts. Gelukkig blijkt daar dat de al gemaakte opnamen voor de computer geen probleem vormen.

24 juni, Bargerveen

Twee dagen later wordt een warme zomerdag voorspeld. Ik ben al voor 8 uur ’s morgens in het Bargerveen voor een wandeling in het westelijk deel in de hoop op meer Grauwe Klauwieren. In mijn safari-outfit die ik sinds de Tanzania-reis niet meer gedragen heb word ik al na een paar honderd meter op mijn wenken bediend. Een mannetje Grauwe Klauwier zit op een paal langs een weide op de uitkijk en is tot op korte afstand te benaderen. Wat een juweel!

Ik loop zeer gecharmeerd van de omgeving verder. Het is deel van de recente uitbreiding van het natuurgebied ten behoeve van de herinrichting van het Bargerveen. Hierbij zijn op voormalige landbouwgrond diverse waterbekkens gerealiseerd. Deze plassen vormen buffers om de uitdroging van het gebied door waterafvoer naar de omliggende landerijen een halt toe te roepen. In het mooie ochtendlicht geniet ik niet alleen van de vogelrijkdom, maar ook van de afwisselende vergezichten in dit half open landschap.

Bargerveen met in de verte de rookpluimen afkomstig van de Norit fabriek in Klazienaveen
Bargerveen, 24 juni 2020
Waterbekken nabij de Verlengde Noordersloot, 24 juni 2020

De volgende foto’s geven een impressie van wat ik zoal tegenkom.

Via de Verlengde Noordersloot kom ik weer op vertrouwder terrein. De lokroep van een Wielewaal verleidt me gebaande paden te verlaten. Maar ook deze keer lukt het me niet de vogel in het vizier te krijgen.

Ik loop over heide die in bloei komt op zoek naar een plek waar ik weer op de wandelroute kan komen. Links van mij belemmert een brede sloot waarin een paartje Kuifeenden zwemt de terugkeer. Ik loop door tot het eind en sla rechts af voor de afrastering die mij nog scheidt van de gebaande weg. Even voorbij het punt waar het hekwerk ophoudt is het nog maar een paar stappen over de begroeiing naar het zandpad waar ik mijn oog op heb laten vallen. Ik waag het erop en zak vervolgens tot over mijn enkels in het veenmoeras. Met de blik op oneindig en de camera stevig in de hand sop ik naar de overkant. Opgelucht voel ik vaste grond onder mijn voeten.

Gelukkig is mijn safaribroek dun en de hoeveelheid water in mijn schoenen te overzien waardoor ik weinig hinder ondervind van mijn ondoordachte actie.

In een ultieme poging dit jaar toch nog een Wielewaal te zien loop ik naar het bos bij het “Huussie van Uneken”. Het is de plek waar ik enkele weken terug een paar zangstrofes van de vogel opnam (zie het bericht mei 2020👈).

Opnieuw hoor ik zijn welluidende jodel. Dus besluit ik geduldig te wachten in de hoop een glimp en liefst nog meer van de vogel op te vangen. Terwijl ik wacht zie ik een jongeman met om zijn hals een camera met telelens en een verrekijker samen met zijn vriendin naderen. Als ze vlakbij zijn knoop ik een gesprekje aan. Ik verwonder me over hun zomerse kledij, niet vanwege de temperatuur, maar op grond van mijn ervaringen in dit gebied met muskieten. Zij hebben daar tot dusver kennelijk weinig last van.

Op mijn vraag of ze uit de buurt komen vertelt de jongen dat ze van de Veluwe komen, maar dat hij in Emmen geboren en getogen is. Ze zijn een paar dagen op bezoek bij zijn moeder. Er ontspint zich de volgende conversatie:

“Dus je hebt hier ook op school gezeten?”

“Ja, op het Esdal College.”

“Daar heb ik lesgegeven op de HAVO-VWO afdeling.”

“Ik zat op de VMBO afdeling, maar mijn zus zat wel op die locatie.”

“Hoe heet zij dan? Wie weet heeft ze bij mij lessen gevolgd.”

“Winanda.”

“Maar dan ben jij vast Diederik!”.

“Inderdaad, maar wie bent u dan?”

Door het noemen van de naam van zijn zus en de opmerking dat zijn moeder nog in Emmen woont, flitst het door mij heen dat hij dan de zoon van Nienkes pianoleraar Leo Leutscher moet zijn. Hij herinnert zich dat Nienke zo’n kwart eeuw geleden nog wel eens op hem en zijn zus heeft gepast. Ik vertel hem van de inspirerende cursussen muziekgeschiedenis die Anky en ik bij zijn vader gevolgd hebben. Zijn vader overleed één maand later dan Anky na een kort ziekbed.

Met de belofte Nienke de groeten te doen en de ontvangst van een visitekaartje waarop zijn website 👈 vermeld staat, gaan we weer ons weegs. Niet alleen vogels of andere dieren, maar ook toevallige ontmoetingen verlevendigen mijn tochten.

De Wielewaal laat zich niet zien, al wacht mij als ik het bos uitloop toch nog een leuke verrassing. In een eenzame berk op de vlakte gaat een Paapje zitten. Na eerdere waarnemingen in het Bargerveen en het Lauwersmeer is dit de derde keer dit jaar dat ik oog in oog sta met dit leuke zomervogeltje. Al die uren in de vrije natuur betalen zich uit.

Zwarte Kraai, Bargerveen, 24 juni 2020

Het loopt tegen het middaguur, maar al dwaal ik hier nu meer dan vier uur rond, ik heb nog geen zin om naar huis te gaan. Dat brengt mij onder het toeziend oog van een Zwarte Kraai op het idee linea recta naar de auto te lopen om naar de theetuin “d’Aole Pastorie” aan de rand van het Bargerveen te rijden. Daar wordt mij een lunch voorgeschoteld zodat ik weer op krachten kom.

Teruggekeerd bij de parkeerplaats aan de Laardijk loop ik weer het fietspad op. Ik besteed relatief veel tijd aan het turen naar de bosjes in en langs het water om zingende Blauwborsten te spotten. Maar echt goed in beeld krijg ik ze niet. Wel hoor ik aan de andere kant van het fietspad de Spotvogel. Uiteindelijk lukt het me die wel te fotograferen, evenals, op ongeveer dezelfde plek, een Fitis.

Tenslotte ga ik nog eens naar de observatiehut. Aan een man die met een telescoop op het bankje langs het toegangspad zit vraag ik of hij nog wat bijzonders heeft gezien. Hij vertelt me dat hij met zijn vrouw een paar dagen vrij heeft genomen voor een bezoek aan Drenthe. Ze hebben nog niet zo lang geleden de charme van het vogels kijken ontdekt en hopen hier de Grauwe Klauwier te zien. Ik vertel dat ik twee dagen eerder vanuit deze kijkhut een Grauwe Klauwier heb gefotografeerd. Dan besluit de vrouw in de door mij aangegeven richting nog maar eens goed te kijken. En zowaar, de vogel komt in beeld!

Ook ik mag hem door de telescoop bekijken.
Zo is hun missie nu al geslaagd, die van mij was het al.

26 juni, Grote Rietplas

Vanuit mijn huis doe ik vandaag weer een rondje Grote Rietplas. Behalve de “usual suspects”, zoals de Grasmus, Kleine Karekiet, Koekoek en Rietgors, hoor ik een Tuinfluiter. Eindelijk eens een exemplaar dat niet alleen maar vanuit het verborgene zingt. Ook een Zwartkop, de andere “Sylvia” die ik tot dusver nog niet naar tevredenheid voor de lens kreeg, komt op de foto.

Voor veel zangvogels loopt het broedseizoen ten einde. Ze gedragen zich onopvallender. Bovendien worden ze veelal door uitbundige begroeiing aan het zicht onttrokken. Alleen een Blauwe Reiger, een Zanglijster en een Gaai nemen de tijd voor een fotomoment.

De grootste verrassing wacht me als ik in het bos langs de Boerweg, het fietspad tussen de Grote en de Kleine Rietplas, een Eekhoorn over een boomtak zie rennen. Altijd gedacht dat het Noordbargerbos de dichtstbijzijnde locatie was om dit zoogdier aan te treffen. Voor een foto was het dier te snel uit beeld.

Roodmus, 3 juli 2020

Op waarneming.nl verschijnen meldingen en foto’s van een Roodmus in het Bargerveen. Die is voor mij wat Hans Dorrestijn een wensvogel noemt. Ik ben geen twitcher, een vogelaar die bereid is stad en land af te reizen om bijzondere soorten met eigen ogen te zien, maar als op zeker moment een exemplaar in mijn omgeving verschijnt wil ik er wel een ommetje aan wagen. Hoe dat indertijd verliep met de Grijze Wouw in het Bargerveen en de Sneeuwuil op Terschelling heb ik in een eerder blogbericht👈 beschreven.

Ergens in de jaren ’90 van de vorige eeuw doken er her der Roodmussen in ons land op, met name in het kustgebied. Tijdens een meerdaags personeelsuitje met de partners en hun kinderen op Texel, gemodelleerd naar het recept van de jaarlijkse tweedeklassenexcursies in september (bedoeld om de band tussen leerlingen afkomstig uit verschillende brugklassen te verstevigen), vertelde biologiedocent Pieter van der Wielen, zelf een bevlogen vogelaar, dat hij met zijn zoon Frank een Roodmus had gespot. Eigenzinnig als we waren, volgde ons gezin voor een deel een eigen plan. Zo zagen wij kamperen niet zitten en prefereerden een stacaravan. In plaats van die vogelexcursie bezochten wij tezelfdertijd vroegere buren uit Winsum die naar Texel waren verhuisd. Jammer dan.

Ook latere meldingen van Roodmussen op Terschelling gingen aan mijn neus voorbij. Daar arriveerden we pas in de zomervakantie als de Roodmus er het zwijgen toe doet.

Nu is een Roodmus gelokaliseerd in het deel van het Bargerveen waar ik op 24 juni ’s ochtends heb gelopen. Een aantal meldingen met foto is afkomstig van Frank van der Wielen. Bij mijn weten woont hij allang niet meer in Emmen, maar is hij daar mogelijkerwijs op familiebezoek. Hoe dan ook, tijd om zelf poolshoogte te nemen!

Het blijft toch wat puzzelen om de juiste plek te vinden. In eerste instantie zoek ik in een meer open gebied met wat kale bomen. Maar alleen een Grote Bonte Specht en Boompiepers zijn daar prominent aanwezig.

Dan zie ik twee personen, een vrouw met een camera en wat verderop een man met een statief. De vrouw bereik ik het eerst. Zij bevestigt dat dit de omgeving is waar de Roodmus zich al enige dagen ophoudt. Als ik even daarna de man spreek blijkt ook hij op zoek naar de vogel. De vorige dag heeft hij wat foto’s kunnen maken, maar helaas waren de omstandigheden hem niet goed gezind. Terwijl ik nog wat blijf rondhangen lopen de twee weer terug en verschijnen meer mensen ten tonele. Waar ik mij bevind zie ik wel een Konijn, Grauwe Klauwieren en een Zanglijster, maar helaas geen Roodmus.

Als ook ik terugloop zie ik dat nog wat meer vogelaars zich hebben verzameld en hoor ik het onmiskenbare “pleased to meet you” riedeltje van de Roodmus.

Zingende Roodmus in het Bargerveen

Hoewel, nadat men mij de juiste tak heeft aangewezen, de vogel goed en langdurig te zien is, zit het zangertje tamelijk ver weg. Ik vrees dat de serie foto’s die ik maak toch op een teleurstelling uitdraaien. En vermoedelijk heeft de Roodmus ook geen zin dichter bij het vreemde groepje pottekijkers te komen. Ondertussen verneem ik van één van de aanwezigen dat wat verderop al enige dagen een Zwarte Ooievaar pleistert. Vermoedelijk het exemplaar dat in april ruzie kreeg👈 met een paartje Ooievaars in Schoonebeek. Ik besluit daar dan maar eerst een kijkje te nemen.

Het kost enige moeite, maar ter plekke aangekomen tref ik een vogelaar op leeftijd (moet je horen wie het zegt) die mij vertelt vanaf welk punt de vogel goed te zien is. Hij zit op een flinke afstand onder een omgevallen boomtak waarop een Aalscholver zit. Niet veel later vliegt de Zwarte Ooievaar over.

Ik loop rond het waterbekken tot ik een uur later weer arriveer op de plaats waar de Roodmus domicilie heeft gekozen. De vogelaars zijn verdwenen.

Weldra verschijnt een Grauwe Klauwier die van de ene naar de andere uitkijkpost vliegt.

Al spoedig wordt mijn geduld beloond. Ik hoor de Roodmus en tot mijn vreugde heeft hij zich op korte afstand in een boom geposteerd.

Even later vliegt hij naar een andere zangpost.

Roodmus, Bargerveen, 3 juli 2020

Met een tevreden gevoel verlaat ik de plek, waar ook de Grauwe Klauwier nog even voor mij poseert.

Mijn terugtocht naar de auto wordt nog opgefleurd door een biddende Torenvalk in de lucht, een jonge Meerkoet in het water, een Witte Kwikstaart op een afgebroken berkenstam en het vrouwtje van de Grauwe Klauwier verscholen tussen het gebladerte.

Meerkoet (juveniel), Bargerveen, 3 juli 2020
Grauwe Klauwier ♀︎, Bargerveen, 3 juli 2020

Als ik wegrijd zie ik vanuit de auto op het gaas van een afrastering een paartje Roodborsttapuiten. Met de auto als schuilhut kan ik het niet nalaten dit echtpaar nog even op de foto te zetten.